Europeanen willen samen slimmer vechten

De Britten en de Fransen sluiten morgen een akkoord over militaire samenwerking. Europese integratie die jaren sluimerde, krijgt door geldnood nieuwe richting.

Het Britse vliegdekschip Ark Royal (hier op een archieffoto) zal om geld te sparen meteen uit de vaart worden genomen. Van de twee bestelde en al betaalde nieuwe vliegdekschepen wordt er maar één, de Queen Elizabeth, in gebruik genomen. Britten en Fransen gaan het gebruik van hun twee vliegdekschepen op elkaar afstemmen. Foto Reuters The flagship of Britain's Royal Navy, the aircraft carrier HMS Ark Royal, returns after operations in the Gulf conflict to Portsmouth harbour in a May 17, 2003 file photo. The navy's flagship aircraft carrier, HMS Ark Royal, is to be decommissioned almost immediately rather than 2014 as planned, British media reported October 19, 2010. REUTERS/Gary Davies/MoD/Crown Copyright/Handout (BRITAIN - Tags: POLITICS MILITARY) NO COMMERCIAL OR BOOK SALES. NO SALES. FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS REUTERS

Franse Rafale-jachtvliegtuigen die wegschieten vanaf een Brits vliegdekschip? Nog maar vijf jaar geleden was dit ondenkbaar. Maar nood breekt wet en trots. De noodzaak om te bezuinigen opent ongekende perspectieven in het defensiebeleid van Europese landen.

Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk nemen het voortouw. Samen zijn deze landen goed voor bijna de helft van de 200 miljoen euro die de Europese landen uitgeven aan defensie. Maar deze militaire reuzen kunnen hun grandeur en imperiale ambities niet meer op eigen kracht waarmaken. Daarom gaan ze op verschillende fronten samenwerken.

„Beide landen zijn tot de conclusie gekomen dat het niet praktisch is om het hele spectrum van het militair vermogen in stand te houden,’’ zegt Clara O’Donnell, defensiespecialist van de denktank Centre for European Reform. De nieuwe Britse regering wil over vier jaar acht procent minder uitgeven aan defensie dan de huidige 42 miljard euro. In Frankrijk is de directe nood iets minder hoog, maar ook daar komen er bezuinigingen aan.

Op een Frans-Britse top morgen worden de samenwerkingsplannen bekendgemaakt. „Dit is een radicale verandering. Het gaat niet eens zozeer om de details, om de lijst van zaken die ze samen gaan doen op militair gebied’’, zegt Nick Witney van een andere Europese denktank, de Europese Raad voor Buitenlandse Betrekkingen. „Dit is een psychologische waterscheiding. Je kunt hierna niet meer terug.’’

Wat staat er op die lijst? Aan Britse zijde is al duidelijk geworden dat het vliegdekschip Queen Elizabeth dat nu wordt gebouwd, uitgerust zal worden met de katapult die nodig is voor de Rafales – en later voor de verwachte Joint Strike Fighters.

Andere plannen zijn: gezamenlijk onderhoud en training van bijvoorbeeld de A-400 transportvliegtuigen, het gebruik door de Fransen van Britse tankvliegtuigen, het op elkaar afstemmen van de inzet van dat ene vliegdekschip dat ieder land nog heeft. Ook wordt gewerkt aan een gezamenlijke strategie voor het operationeel houden van kernwapens.

Dit is allereerst een bilateraal akkoord, van twee nucleaire mogendheden die elkaar herkennen in wat O’Donnell omschrijft als „de bereidheid om hun militaire macht ook daadwerkelijk te gebruiken’’. Van Britse zijde is onderstreept dat Londen openstaat voor vergelijkbare vorm van samenwerking op deelgebieden met andere landen. Daarbij wordt gesproken over Polen, Nederland (marine), Zweden en Duitsland (tanks).

Leidt dit tot een duidelijker Europees defensiebeleid via de EU? „Zodra iemand het over Brussel heeft, gaan de Britten aarzelen’’, zegt Witney. „De Britten streven vooral naar praktische bilaterale samenwerking en willen zich ver houden van alles wat riekt naar langdurig politiek overleg in Europees verband.’’

Maar heel voorzichtig, rekening houdend met de allergie in Londen voor de Europese Unie, zullen de Fransen op de een of andere manier proberen een Europese draai te geven aan hun samenwerking met de Britten, verwachten zowel O’Donnell als Witney.

De afgelopen maanden hebben vrijwel alle landen onder druk van financiële en economische crisis stevige kortingen aangekondigd – iets waar Washington zich grote zorgen over maakt. De Duitse minister van Defensie maakte vorige week bekend dat hij in vier jaar tijd 13 miljard euro wil bezuinigen. Hij wil dat de Bundeswehr het Koude-Oorlogsverleden van zich afschudt en zich meer richt op snelle inzetbare eenheden. Daarmee zouden de Duitsers hun krijgsmacht in lijn brengen met de Britse en de Franse. Ook Italië en Spanje, in Europa vierde en vijfde op de lijst van defensie-uitgaven, bezuinigen fors op defensie.

Carlo Magrassi, vice-directeur van het Europese Defensiebureau (EDA), zei vorige maand dat hij drie antwoorden heeft op de bezuinigingen: samenwerken, samenwerken, samenwerken. „Er is simpelweg geen andere keus dan om meer samen te doen, samen minder geld slimmer uit te geven, en meer te besparen door schaalvergroting.’’

Het EDA is zes jaar geleden opgericht in een poging de enorme inefficiëntie op defensiegebied aan te pakken. Veel Europese landen hebben hun eigen faciliteiten voor training en onderhoud, hun eigen wapensystemen, hun eigen communicatiemiddelen, en ga zo maar door. Maar de pogingen om dat te stroomlijnen hebben nog niet veel opgeleverd.

„Vrijwel alles op defensiegebied in Europa is nog steeds duurder dan het zou moeten zijn’’, zegt Witney, die de eerste jaren leiding heeft gegeven aan het EDA. Berucht is de certificatie van de NH-90 helikopter. „Ongeveer twintig procent van de twintig miljard die hieraan is uitgegeven, is besteed aan het bewijs, in ieder land opnieuw, dat ze kunnen vliegen’’, zegt Witney.

Bezuinigingen dwingen tot samenwerking. De Britten en Fransen proberen het al langer. Twaalf jaar geleden betekende een eerste Frans-Britse afspraak, in Malo, een stimulans voor het Europese defensiebeleid. Vorige week zei de Franse minister van Defensie Hervé Morin dat Europa in dit opzicht een gebrek aan ambitie vertoont. „De versterking van onze bilaterale relatie met de Britten [...] laat zien wat we zouden moeten kunnen doen op Europese schaal.’’ Het Frans-Britse akkoord illustreert dat er ook buiten Brussel om veel kan gebeuren.

    • Marc Leijendekker