Eresaluten voor 'klassieke' Harry Mulisch van over de hele wereld 'Hij maakte een mythe van onze tijd'

Urenlange gesprekken over literatuur op de Nederlandse televisie, een ingelast NOS Journaal, eresaluten in The New York Times en analyses in de Frankfurter Allgemeine: de dood van Harry Mulisch gaat de wereld over als een zonsondergang. „Ik had vanmorgen een mailbox vol met berichten van over de hele wereld”, zegt Mulisch’ uitgever Robbert Ammerlaan. „Van zijn buitenlandse uitgever, agenten en andere collega’s. In het buitenland was lang niet iedereen op de hoogte van zijn zwakke gezondheid. Zijn dood heeft daar een grote schok veroorzaakt.”

The New York Times citeert een Nederlandse advocaat die vertelt dat De ontdekking van de hemel heel Nederland heeft leren lezen, de Frankfurter Allgemeine eert de schrijver in een groot stuk als een klassiek auteur. Premier Mark Rutte sprak hier van een groot verlies voor Nederland en de Nederlandse literatuur.

Mulisch’ vriend Cees Nooteboom verblijft in Duitsland bij schrijver Rüdiger Safranski, die Mulisch ook kende. „De dood van Harry is hier groot nieuws, ik word aan een stuk door gebeld door Duitse media.”

De kolossale aandacht is terecht, volgens Ammerlaan. „En eerlijk gezegd verbaast het me ook niet. De verbeeldingskracht van Mulisch was zo ontembaar, dat gaf zijn werk en zijn leven zo veel kleur en allure – dat heeft het publiek als heel bijzonder ervaren. Harry liet zich dat ook graag welgevallen.”

Een ‘mooi optimistisch tegenwicht’ voor alle verhalen over ontlezing, vindt Thomas Vaessens, hoogleraar Nederlandse letterkunde (UvA). „Vijftig jaar lang is Mulisch onze typische schrijver geweest, en daarmee heeft hij een erg belangrijke rol vervuld: hij wás de Nederlandse literatuur.” Vaessens hoopt dat een jonge schrijver ‘die pr-functie’ over kan nemen. „Grunberg is goed op weg.”

„Mulisch maakte een nieuwe mythologie van onze tijd”, zegt Adriaan van Dis. „Alles had met alles te maken en dat was een serieus spel. Zo plaatste hij zijn eigen geboorte in groot verschiet en dat ergerde sommige mensen. Maar als mens was hij bijzonder vriendelijk en helemaal niet hooghartig. Hij had wel zelfvertrouwen. Zijn zelfvertrouwen was even groot als zijn talent.”

Tommy Wieringa: „Ik herinner me dat hij 75 werd, met een diner in de Amstelkerk. Hoogwaardigheidsbekleders, politici, de burgemeester. Allemaal kwamen ze op de fiets naar het Amstelveld. Het was een laatste stuiptrekking van de jaren vijftig, echt prachtig. Toen gleed er een witte limousine voor, Mulisch kwam eruit, in een wit linnen jasje dat rechtgetrokken werd door zijn vrouw. Camera’s dromden om hem heen, lichten flitsten. Hij draaide zich langzaam om zijn as en zei toen heel zacht ‘Altijd eenvoudig gebleven’. Toen wist ik: het is toch ironie, die vermeende inbeelding. Hij maakt zich vrolijk over zichzelf.”

Joost Zwagerman bestempelt Mulisch als „een ongelooflijke lieve man die met een grote vrolijkheid aan het leven deelnam”.

Vervolg Bescheidenheid is geen deugd in publieke leven: pagina 3

‘Hij maakte een mythe van onze tijd’

„Ik herinner me dat ik hem als jonge schrijver interviewde. Doodnerveus met stapels papieren op mijn knieën. Toen zei Mulisch: ‘Jij weet natuurlijk meer over me dan ikzelf, maar als ik fouten maak, laten we die gewoon passeren hoor. Niet belangrijk!’

Volgens Marcel Möring was vooral de ‘houding’ van Mulisch uniek. „Die komt eigenlijk helemaal voort uit zijn anti-ironische opstelling. De inzet, om de literatuur serieus te nemen en niet terug te grijpen naar dat verschrikkelijke excuus van de ironie, dat is wat hem als schrijver groot en aantrekkelijk maakt. Als hij in deze tijd was gedebuteerd, zou hij het zwaar hebben gehad, maar ik ben er van overtuigd dat die houding van alle tijden is en het onderscheid uitmaakt tussen echte literatuur en de hits van de dag.”

Emeritus hoogleraar Moderne Nederlande Letterkunde Marita Mathijsen: „ Mulisch liet zien dat bescheidenheid geen deugd is in het publieke leven. Wie zich als schrijver wil presenteren moet zich realiseren dat hij voor een deel publiek bezit wordt. Bescheidenheid siert een mens in het gewone leven. Maar zodra iets openbaar is, gelden andere normen. Een museum of concertgebouw moeten toch ook niet bescheiden zijn.

„Alle aandacht het afgelopen weekeinde bewijst dat literatuur i weer meer is gaan betekenen in de Nederlandse samenleving. Een jongere generatie schrijvers, zoals Arnon Grunberg en Ronald Giphart, heeft zich aan Mulisch gespiegeld en zij zijn populair en alom aanwezig, ook op televisie en internet. Net als Mulisch staan zij middenin de maatschappij. Zoals Multatuli de negentiende eeuw bepaalde, zo drukte Mulisch zijn stempel op de twintigste eeuw.”

Christiaan Weijts: „Er is een uitspraak van Frank Lloyd Wright die ik Mulisch vind typeren: ‘Als ik moet kiezen tussen valse bescheidenheid en oprechte arrogantie, dan kies is voor het laatste.’ Ik denk dat dat typerend is voor mensen die uit het niets iets scheppen. Die moeten een grote trefzekerheid hebben. Je moet iets durven maken dat bestaansrecht heeft. Daarin moet je overmoedig zijn. Bij het schrijven denk ik altijd aan een uitspraak van Mulisch: ‘Je kan beter een dag slecht geschreven hebben, dan een dag niet.’”