Eerst uitlevering Mladic, dan onderhandelen

Servië zegt dat het zijn best doet om Mladic op te sporen, maar er gebeurt niets. De EU moet de uitlevering gewoon eisen, stelt Cyrill Stieger

Enkele dagen geleden verklaarde de Servische president Boris Tadic in een vraaggesprek dat het slechts een kwestie van tijd is voordat Ratko Mladic wordt gearresteerd. Mladic, de voormalige legerleider van de Bosnische Serviërs, wordt wegens oorlogsmisdaden door het Joegoslaviëtribunaal gezocht.

Tadic benadrukte dat dit de hoogste prioriteit van de Servische regering was. Dit heeft hij de afgelopen twee jaar ook steeds plechtig verklaard. Terwijl echter de vroegere leider van de Bosnische Serviërs Radovan Karadzic in juli 2008 werd gearresteerd, blijft Mladic onvindbaar. Het was geen toeval dat Tadic zijn weinig geloofwaardige verzekeringen nog eens kort voor een vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-landen deed. En de president kan tevreden zijn: het in december vorig jaar ingediende toetredingsverzoek van Servië werd aan de Europese Commissie doorgezonden en vorige week in behandeling genomen.

Dit is nog maar een kleine stap, en ook in het gunstigste geval zal het nog jaren duren voordat Servië tot de EU zal toetreden. Maar de Europese Unie geeft hiermee een signaal. De arrestatie van Mladic staat kennelijk niet meer boven aan de prioriteitenlijst, al was de Servische regering duidelijk gemaakt dat verdere voortgang afhankelijk zou zijn van coöperatie met het Joegoslaviëtribunaal. Dergelijke formules behoren al jaren tot het ritueel, net als de regelmatige verzekeringen van Belgrado dat het Mladic wil arresteren. De EU beloonde Servië voor een concessie inzake Kosovo, en niet voor de eerste keer. De Servische regering werd ervan weerhouden in de Algemene Vergadering van de VN een ontwerpresolutie in te dienen waarin nieuwe onderhandelingen over de status van Kosovo werden geëist. In plaats daarvan verklaarde zij zich bereid de besprekingen met Kosovo aan te gaan. Deze zijn nog niet begonnen. Het is onduidelijk waarover gesproken zou worden, en wie aan de besprekingen deelnemen. De kans op succes is onzeker, omdat besprekingen over afzonderlijke kwesties dreigen te stranden op principiële verschillen van mening.

De boodschap is: Kosovo is voor de Europese Unie belangrijker dan Mladic. Daaruit zou de Servische leiding kunnen concluderen dat ook de volgende horden op weg naar EU-lidmaatschap wel genomen kunnen worden zonder voorafgaande arrestatie van Mladic. Als echter de hoofdverantwoordelijke voor de oorlog in Bosnië nooit verantwoording hoeft af te leggen, zal dit niet alleen een zware slag zijn voor het tribunaal en voor de oorlogsslachtoffers. Tot de door het Westen steeds weer terecht geëiste rechtsstatelijkheid behoort in de eerste plaats de juridische verwerking van de oorlogsmisdaden. Dat is een basisvoorwaarde voor stabiliteit op de Westelijke Balkan. Rechtsstaatprincipes mogen niet ondergeschikt worden gemaakt aan politiek opportunisme.

Zonder druk van buitenaf gebeurt er echter weinig. Op momenten waarop de druk werd opgevoerd, leverde Belgrado door het tribunaal gezochte Serviërs uit. Ging de druk weer omlaag, dan bleef van de inspanningen weinig over. Dit gold ook voor Kroatië in het geval van de voormalige generaal Ante Gotovina. Hij wordt er door het tribunaal van verdacht oorlogsmisdaden te hebben begaan bij het terugveroveren van het door Servië bezette grondgebied van Kroatië in de zomer van 1995. De EU bleef hard, en met succes. Gotovina kon in 2005 na een vlucht van vier jaar worden gearresteerd. De beslissende tip kwam van de regering in Zagreb. Daarna pas begonnen de toetredingsgesprekken. De Europese integratie was voor Zagreb kennelijk belangrijker dan Gotovina.

We mogen hopen dat de EU met gelijke maat meet als het zover komt dat met Belgrado over toetreding gaat worden onderhandeld. De arrestatie van Mladic moet hiervoor een voorwaarde zijn – welke concessies Belgrado ook zal doen inzake Kosovo.

Steeds weer verklaart president Tadic dat de Servische regering alles doet wat in haar macht ligt om Mladic gevangen te nemen. Daaraan mag echter gerede twijfel bestaan. Ook de hoofdaanklager van het Joegoslaviëtribunaal, Serge Brammertz, stelde onlangs dat Servië meer moet doen. Als Belgrado werkelijk alle beschikbare middelen inzet, zou het toch mogelijk moeten zijn om Mladic op te sporen. Dit bewijst Gotovina. Het gebrek aan succes is een brevet van onvermogen voor de Servische staat. Óf het ontbreekt de sinds juli 2008 zittende pro-westerse regering in Belgrado aan politieke wil. Óf de verklaringen van Tadic zijn meer dan lippendienst – maar dan mag worden verondersteld dat de regering de geheime en veiligheidsdiensten nog steeds niet geheel onder controle heeft. Ook die controle is echter een voorwaarde voor een toetreding tot de Europese Unie.

Cyrill Stieger is redacteur van de Neue Zürcher Zeitung.

    • Cyrill Stieger