Een opvallende verdraaiing van de feiten

Eerder schreef ik hier een blogje over parallellen tussen het beleid voor de bescherming van biodiversiteit en klimaatverandering. Aanleiding was de biodiversiteitconferentie in Nagoya. Die is vrijdagnacht geëindigd met een akkoord. Om precies te zijn met een mager akkoord over mooie doelstellingen, zonder de noodzakelijke stok achter de deur (in de vorm van sancties of

Vreugde in Nagoya over biodiversiteitakkoord (Foto AFP)Vreugde in Nagoya over biodiversiteitakkoord (Foto AFP)

Eerder schreef ik hier een blogje over parallellen tussen het beleid voor de bescherming van biodiversiteit en klimaatverandering. Aanleiding was de biodiversiteitconferentie in Nagoya. Die is vrijdagnacht geëindigd met een akkoord. Om precies te zijn met een mager akkoord over mooie doelstellingen, zonder de noodzakelijke stok achter de deur (in de vorm van sancties of financiën) om ze daadwerkelijk uit te voeren.

In dat blogje constateerde ik dat de wetenschap over biodiversiteit, in tegenstelling tot die over klimaat, eigenlijk geen sceptici kent. Niemand twijfelt, dacht ik, aan de noodzaak om ecosystemen te beschermen. Maar zo simpel blijkt het niet te zijn. Of hier sprake is van een parallel tussen beide disciplines, laat ik over aan het oordeel van de lezer.

In het debat over biodiversiteit is sprake van ‘a thin line between reality and a significant distortion of facts’, zo schrijven de auteurs – allen wetenschappers – van een open brief over twee denktanks die in hun ogen opereren als lobbygroep voor de producenten van palmolie (lees hier een nieuwsbericht).

Beide denktanks, het World Growth Institute (WGI) en International Trade Strategies Global (ITS), hebben in het verleden juist milieugroepen hard aangevallen omdat ze naar hun idee valse voorlichting zouden geven over de gevolgen van houtkap in tropische regenwouden (hier een voorbeeld). WGI en ITS houden juist een pleidooi voor het aanleggen van palmolie plantages. Dat zou zowel voor het klimaat, als voor de bestrijding van armoede ideaal zijn.

Hier volgen een paar reacties op die visie in de open brief:

Reports from WGI and ITS routinely claim that newly established oil palm plantations sequester carbon more rapidly than do old-growth rainforests. This claim, while technically correct, is a distraction from the reality that mature oil palm plantations store much less carbon than do old-growth rainforests (plantations store just 40-80 tons of biomass aboveground, half of which is carbon, compared to 200- 400 tons of aboveground biomass in old-growth rainforests). WGI and ITS reports have also in our view dismissed or downplayed other important environmental concerns, including the serious impact of tropical peat-land destruction on greenhouse gas emissions and the impact of forest disruption on threatened species such as orangutans and Sumatran tigers.

Niet alleen de visie van WGI en ITS op de bijdrage van palmolieplantages aan bestrijding van klimaatverandering is dubieus, ook hun beeld over de voordelen van armoedebestrijding is veel te rooskleurig, schrijven de wetenschappers:

WGI, ITS, and Alan Oxley frequently invoke “poverty alleviation” as a key justification for their advocacy of oil palm expansion and forest exploitation in developing nations, and it is true that these sectors do offer significant local employment. Yet forest loss and degradation also have important societal costs. There are many examples in which local or indigenous communities in the tropics have suffered from large-scale forest loss and disruption, have had their traditional land rights compromised, or have gained minimal economic benefits from the exploitation of their land and timber resources. Such costs are frequently ignored in the arguments by WGI, ITS, and Alan Oxley.

En tenslotte relativeren beide denktanks, ten onrechte zeggen de wetenschappers, de rol van de grote bedrijven bij de houtkap.

One of the most serious misconceptions being promulgated by WGI and ITS in our view is that “two-thirds of forest clearance is driven by low-income people in poor countries”. In fact, the importance of industrial drivers of deforestation—which includes large-scale palm oil and wood-pulp plantations, industrial logging, large- scale cattle ranching, large-scale farming of soy, sugarcane, and other crops, and oil and gas exploration and development – has risen dramatically in the past 1-2 decades.