DRESDEN

Daar zaten ze, die oktoberdag in 2002, op het podium van de Stadsschouwburg in Amsterdam: de bijna-leeftijdsgenoten Harry Mulisch en Günter Grass. Samen praatten ze over de moeizame verwerking van de Duitse geschiedenis in de naoorlogse literatuur. Grass, die met zijn controversiële roman Im Krebsgang (In krabbengang) de discussie over het leed van de Duitse oorlogsslachtoffers op scherp had gezet, gaf zijn Hollandse collega een groot compliment. „De verschrikkingen van het bombardement op Dresden werden in de literatuur voor het eerst beschreven door twee buitenlanders: door Mulisch in Het stenen bruidsbed (1959) en door Kurt Vonnegut in Slaughterhouse Five (1969); zij deden wat de Duitsers niet durfden.”