Dikke, kleurige koortsdromen

Gé-Karel van der Sterren, 'Untitled' 2001

Gé-Karel van der Sterren NAT! Schilderijen en installaties 1995-2010. Gemeentemuseum Helmond, Kasteelplein 1, Helmond. ****

Kijk, er is een boom tegen de gevel van een huis gevallen. Een boom met dik geschilderde, teerachtige zwarte bladeren. Achter de ramen van het huis hangt een oranjegele gloed. Misschien toch even de brandweer bellen. Onderin het beeld neemt een man met een kettingzaag de boomstam te grazen. Hij heeft een valhelm op en oorbeschermers. Verder is hij naakt.

Welkom in de vreemde wereld van schilder Gé-Karel van der Sterren (1969). Het is een wereld waarin kolibries felle kleuren drinken uit vruchten van pasteuze verfklodders. Waarin mannen in witte pakken zich ontfermen over een giftig dampend kitschbeeldje van een meisje met een hert. Een wereld waarin een haan op een kerktoren het uitkraait boven een landschap dat bedolven is onder een laag roze smurrie, en waarin zojuist een vrouw van een tuibrug is gesprongen. Haar tas en schoenen liggen er nog op. Onder de brug kolkt een rivier van groene, oranje, roze en paarse verf. Een lange vrachtboot duwt zich daar doorheen.

Van der Sterren schildert vaak extreme perspectieven. In die lange boot bijvoorbeeld, maar ook in de brug, die van bovenaf is weergegeven. We kijken langs de tuien omlaag. In een ander schilderij loopt weer een andere brug in sterk perspectief weg. Op die brug zijn nog net een fietswiel en een tas zichtbaar, eronder zien we pijlers en bontgekleurd water. De brug zelf is van metselwerk op stalen balken, en op de voorgrond lijken de bakstenen zich uit het muurvlak los te wrikken. Als in een koortsdroom komen ze op je af. Dat heeft niet alleen met het gesuggereerde perspectief te maken, maar ook met het reliëf in de verf. De stenen komen echt een beetje het schilderij uit.

Dat is ook kenmerkend voor Van der Sterren: door met de dikte en de textuur van verflagen te spelen, zet hij de materiaal- en ruimtesuggestie in zijn schilderijen kracht bij. Een stoeprand is tegelijk een verfrand; er liggen zowel geschilderde als echte schaduwen onder. De balken en planken van een ingestort of nooit afgemaakt huis zijn op het doek aangebracht in scherp afgesneden plakken verf, die wel klei lijken. Gloeiend oranje steekt het dikke skelet af tegen een dun geschilderde paarse lucht.

Van der Sterren schildert wonderlijke, droomachtige taferelen. Maar het voornaamste onderwerp van zijn schilderijen is ook het materiaal: de verf waarmee hij dat doet.

NAT! is dan ook de goed gekozen titel van zijn overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum Helmond. De nieuwste schilderijen kun je ruiken en ook het oudere werk oogt nog nat. Dikke witte verf ligt als verse slagroom op een stilleventje van aardbeien. De versiering op een taart is met een slagroomspuit geschilderd, de verf daaronder lijkt van chocola.

Het liefst zou je er je tanden in zetten, in dit gestolde schilderplezier. Maar dat kan natuurlijk niet. Het spijt de schilder ook. ‘I am sorry’, heeft hij in sierlijke letters op de taart geschreven.