Creatief met terreur

De Jemenitische afdeling van Al-Qaeda is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de onderschepte bompakketjes.

Door de chaos en armoe trekt Jemen terroristen.

Het filiaal van Al-Qaeda in Jemen beschikt in elk geval over een creatieve afdeling Buitenlandse Terreur. Vorig jaar twee onderbroekbommen, een om de chef van het Saoedische antiterreurprogramma te vermoorden en een om een Amerikaans vliegtuig op te blazen. Nu bompakketten via de luchtpost met bestemming synagoges in Chicago. Allemaal mislukt, maar als de groep zo doorgaat – en er is geen enkele reden te bedenken waarom zij dat niet zou doen – zullen er vroeger of later slachtoffers vallen.

Veel terreurgroepen zijn te herkennen aan hun handtekening. Jaren geleden had je bijvoorbeeld de Palestijnen Abu Ibrahim met zijn superkleine bommetjes en Abu Nidal die zijn manschappen in het wilde weg het vuur liet openen op vliegvelden of veerboten. Toen kwam Osama bin Ladens moslimextremistische terreurgroep Al-Qaeda, die het concept bedacht van meervoudige, gelijktijdige aanslagen op symbolische doelen.

Maar het Jemenitisch/Saoedische filiaal probeert van alles uit. Het enige gemeenschappelijke element in zijn buitenlandse operaties tot dusverre is het gebruik van het explosief PETN. Een jaar geleden meldde de groep op internet: „Je hebt niet veel nodig om 10 gram explosieven te maken [..] Blaas ermee een tiran op of een nest van de inlichtingendiensten of een prins of een minister of een kruisvaarder waar je hen vindt, op luchthavens in de landen die deelnamen aan de westerse kruisvaart tegen moslims of in hun vliegtuigen, woonwijken of metrolijnen.”

In zijn Engelstalige internetmagazine Inspire gaf de groep er onlangs blijk van zich niet blind te staren op het gebruik van PETN. Militanten in de Verenigde Staten kregen het advies het vuur te openen in een restaurant waar veel ambtenaren komen eten. Of met een vrachtwagen voetgangers in een drukke straat te verpletteren.

Het zijn simpele en lastig te bestrijden methodes, net als bompakketten via de luchtpost. Vracht, zo gaven de afgelopen dagen internationale experts toe, wordt vaak nauwelijks of niet gecontroleerd. Sluitende controle is gezien de omvang van het vrachtverkeer ondoenlijk. Dat de twee zendingen van Al-Qaeda niettemin werden onderschept, was althans ten dele het resultaat van hulp van de Saoedische inlichtingendienst, die de groep met de grootste belangstelling volgt.

Huisideoloog van Al-Qaeda in Jemen Anwar al-Awlaki verschaft de theoretische onderbouwing van de terreur tegen buitenlandse en binnenlandse doelen. Alweer in Inspire maakte hij korte metten met de ‘Verklaring van Mardin’, waarin een groep islamitische denkers in april afstand nam van alle islamitisch geweld. Als een islamitische leider zich onislamitisch gedraagt, is het verplicht tegen hem in opstand te komen, aldus Awlaki. Dat wettigt de Al-Qaeda-terreur tegen de Jemenitische en Saoedische regimes. Wat betreft de Amerikanen en de Britten en de Israëliërs: hun regimes terroriseren miljoenen moslims. „Wij zeggen: wij terroriseren wie ons terroriseert en we zullen doen wat we kunnen om hen van hun veiligheid te beroven zolang zij datzelfde met ons doen.”

De Amerikaanse regering heeft de in de Verenigde Staten geboren Awlaki hoog op zijn lijst van gezochte personen gezet en naar verluidt de CIA opdracht gegeven hem te doden als daartoe de mogelijkheid bestaat. Maar Jemenexpert Gregory Johnsen waarschuwde zaterdag op zijn blog Waq al-Waq dat de rol van Awlaki in het Westen wordt overschat. Volgens Johnsen vormen de leider van de regionale Al-Qaeda, Abu Basir Nasser al-Wahayshi, en een aantal medestanders een veel groter gevaar voor de Amerikaanse nationale veiligheid. „Dat zijn [Awlaki’s] naam de enige is die de meeste mensen kennen maakt het niet het gevaarlijkst. Het maakt hem alleen de enige die je kent.”

Washington ziet Al-Qaeda-op-het-Arabisch-Schiereiland inmiddels als een dodelijker gevaar dan de moederorganisatie die zich in het Pakistaans-Afghaanse grensgebied verborgen houdt. Maar niemand weet nog een effectieve aanpak van deze fusiegroep van enkele honderden Jemenitische en Saoedische extremisten.

Sinds de fusie in januari 2009 hebben internationale terreurbestrijders op het hoogste niveau gewaarschuwd voor de terreurdreiging uit Jemen. Het land heeft een geschiedenis van opstandigheid en extremisme. De regering van president Ali Abdullah Saleh heeft buiten de gemeentegrenzen van hoofdstad Sana’a nauwelijks gezag. In het noorden van het land sluimert een opstand van shi’ieten, in het zuiden groeit een separatistische beweging (beide door het regime zelf gevaarlijker geacht dan Al-Qaeda). De corruptie is reusachtig, de olie raakt in snel tempo op en de economische situatie is rampzalig. De resulterende voorraad werkloze jonge mannen is een makkelijke prooi voor Al-Qaeda.

De VS bewapenen het Jemenitische leger voor de strijd tegen Al-Qaeda. Maar Jemenitische zegslieden geven toe dat door Washington bewapende en geoefende eenheden worden ingezet in de strijd tegen de noordelijke opstandelingen en de zuidelijke separatisten. Amerikaanse raketaanvallen op Al-Qaeda hebben burgerslachtoffers gemaakt, het bestaande anti-Amerikanisme versterkt en de steun voor de extremisten vermeerderd.

De Amerikaanse Jemen-deskundige Christopher Boucek van de denktank Carnegie Endowment concludeerde twee weken geleden: „De verslechterende binnenlandse omstandigheden verschaffen een bijna-perfecte vrijhaven voor terroristen om binnenlandse, regionale en internationale aanslagen te beramen, ervoor te oefenen en in gang te zetten.”

In de woorden van Anwar al-Awlaki: „De jihad zal voortduren in zijn verschillende vormen en de strijd zal voortduren tot de Dag des Oordeels”.