Bloedbad in kerk Bagdad na gijzeling

Iraakse veiligheidstroepen bestormden gisteren een kerk in Bagdad, waar extremisten ruim honderd gelovigen gijzelden. Er vielen tientallen doden.

Christelijke en islamitische vrouwen proberen elkaar te troosten bij de Syrisch-katholieke kerk in de Iraakse hoofdstad. Foto AP Muslims and Christians console each other at the scene of a car bomb attack in front of a Syrian Catholic Church, in Baghdad, Iraq, Monday Nov. 1, 2010. Islamic militants held around 120 Iraqi Christians hostage for nearly four hours in a church Sunday before security forces stormed the building and freed them, ending a standoff that left dozens of people dead, U.S. and Iraqi officials said. (AP Photo/Khalid Mohammed) AP

Ook al loopt het geweld in Irak langzaam terug, tegelijk zien extremisten regelmatig kans met een spectaculaire, bloedige actie de aandacht op zich te vestigen. Gisteravond eindigde een mis in de Syrisch-katholieke kathedraal in het centrum van Bagdad in een gijzeling door een Al-Qaeda-groep. Bij de gijzeling en de militaire ontzettingsactie vonden zeker 52 gijzelaars en politiemannen de dood. Ook werden volgens de politie tussen de vijf en acht extremisten gedood en of gearresteerd.

Veel was toen deze krant naar de drukker ging nog onduidelijk, met name:

of en hoeveel gijzelaars bij de reddingsoperatie werden gedood;

of alle daders zijn gedood of opgepakt, en

of de gijzeling het vooropgezette plan van de extremisten was.

De in bomgordels gehulde en met handgranaten bewapende daders begonnen namelijk met een aanval op het gebouw van de Iraakse beurs, maar slaagden er niet in binnen te komen. Toen leger en politie arriveerden drongen ze de tegenover gelegen kerk binnen, waar ze de ruim honderd aanwezigen in gijzeling namen.

Maar een woordvoerder van de orde der Dominicanen in Bagdad, Yousif Thomas Mirkis, zei tegen het persbureau AFP dat de gijzeling lang van tevoren moet zijn voorbereid, gezien de wapens en munitie die volgens hem in de kathedraal zijn teruggevonden. „Het vergt tijd om die binnen te brengen.”

Een andere aanwijzing dat de gijzeling wel de bedoeling was, is een tamelijk cryptisch communiqué van de Islamitische Staat Irak, een van de namen waarvan de lokale Al-Qaeda zich bedient, op een extremistische website. Daarin meldde de groep een aanval op „een van de obscene toevluchtsoorden van afgoderij die door christenen als hoofdkwartier voor de strijd tegen de islam worden gebruikt”. In het communiqué eiste zij de vrijlating van twee islamitische vrouwen die door de Egyptische koptische kerk zouden worden vastgehouden in kloosters. Het zou gaan om de vrouwen van twee priesters die zich tot de islam hebben bekeerd en nu door de koptische kerk zouden worden vastgehouden. Als de vrouwen niet binnen 48 uur vrijkwamen, zouden „Iraakse christenen worden uitgeroeid”.

De daders vermoordden volgens getuigen direct een priester. Toen Iraakse militaire en politie-eenheden, met steun van het Amerikaanse leger, in de aanval gingen, zouden ze hun explosieven tot ontploffing hebben gebracht. De kathedraal zag er volgens getuigen later uit als een slagveld.

„Wat vaststaat, is dat de leden van mijn gemeenschap nu allemaal Irak zullen verlaten”, zei een woordvoerder van de Syrisch-katholieke kerk, Pios Hasha, tegen AFP.

De christelijke uittocht uit Irak begon al onder het regime van Saddam Hussein (1979-2003). Maar na de Amerikaans-Britse invasie die een eind maakte aan Saddams bewind, werd de christelijke gemeenschap, een van de oudste in de wereld, speciaal mikpunt van geweldplegers. Alle Irakezen werden doelwit van geweld van deze of gene zijde, maar christenen van alle categorieën geweldplegers.

Als gevolg van het toenemend geweld kwam vanaf 2004 een stroom vluchtelingen naar de buurlanden op gang, waarin christenen een buitenproportioneel aandeel hadden. Bij de volkstelling van 1987 waren er nog 1,4 miljoen christenen in Irak; volgens ruwe schattingen in 2003 nog tussen de miljoen en 800.000 en nu nog rond de 500.000. Volgens pessimistische ramingen zijn er rond 2020 geen christenen meer in Irak.