Amerikaanse zombie-economie in greep van onevenwichtigheden

De Amerikaanse economie vertoont een ongezonde zombiegloed. De cijfers over het bruto binnenlands product (bbp) van het derde kwartaal, die net vóór het afgelopen Halloween-weekend werden bekendgemaakt, duiden erop dat de zorgelijke onevenwichtigheden weer in opkomst zijn. De stijging van het reële bbp was ongeveer gelijk aan de toename van de netto-import en werd overtroffen door de groei van de voorraden. De consumptie was solide, maar de overheidsuitgaven stegen scherp, terwijl de spaarquote daalde. Alles bij elkaar is het geen prettig beeld.

In een evenwichtige economie groeit de consumptie in gelijke tred met het totale bbp, en zijn de spaartegoeden hoog genoeg om de investeringen te financieren. Bovendien is de groei van de overheidsuitgaven beperkt, terwijl de voorraden slechts net zo snel toenemen als de consumptie en het tekort op de betalingsbalans onder controle blijft.

Dat is niet wat uit het voorlopig bbp-rapport van het Amerikaanse Bureau voor Economisch Onderzoek blijkt. De groei van de voorraden bedroeg 116 miljard dollar (83,7 miljard euro), in vergelijking met een reële stijging van het totale bbp van 66 miljard dollar.

Met andere woorden: het land produceert meer spullen, maar laat er ook meer van in de opslag staan. De reële verkoopcijfers namen slechts met 0,6 procent toe, en deze groei werd overtroffen door een stijging van de import.

De consumptiegroei was bescheiden, en hoewel de investeringen in vaste activa marginaal stegen, werden ze laag gehouden door een daling van de investeringen in vastgoed. Die daling was verwacht, nadat in april een einde was gekomen aan de subsidiëring van huiseigenaren.

Bovendien stegen de overheidsuitgaven snel, waardoor een toch al onhoudbaar begrotingstekort nog onhoudbaarder werd. Nog steeds staan er onvoldoende spaargelden van gewone Amerikanen tegenover, en de spaarquote daalt zelfs al weer.

De economische onevenwichtigheden van Amerika vloeien voort uit een te expansief monetair en begrotingsbeleid. Nu de reële rente negatief is en de overheid meer uitgeeft dan zij binnenhaalt, wordt het sparen ontmoedigd, stijgen de importen en stapelen zowel grondstoffen als eindproducten zich op, terwijl de grondstoffenprijzen stijgen. Het bijdrukken van nog meer dollars door de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, kan het probleem alleen maar vergroten.

Zeker, enige groei is beter dan krimp. Maar de onevenwichtigheden, in de vorm van ontoereikende spaarquotes, buitensporige importen en een stijgend begrotingstekort, zijn dit kwartaal allemaal toegenomen, met als complicerende factor het opzwellen van de voorraden. Dit duidt niet op een gezonde economie, die rijp is voor beleggingen op de aandelenmarkt. Het lijkt er eerder op dat degenen die hun spaargeld aan de Amerikaanse economie toevertrouwen, erachter zullen komen dat dit zal worden verslonden door de zombie die schuilgaat achter dit wankele herstel.

Martin Hutchinson