Orde en tucht als monument

Veenhuizen/Frederiksoord is kandidaat voor de Werelderfgoedlijst van Unesco. Een achttiende-eeuws verlichtingsideaal, uitgedrukt in steen.

Nederland - Veenhuizen - ( Drenthe ) - 16-07-2009 Een typische bouw in Veenhuizen met op de gevel spreuken. Zoals hier Orde en tucht. Foto: Sake Elzinga
Nederland - Veenhuizen - ( Drenthe ) - 16-07-2009 Een typische bouw in Veenhuizen met op de gevel spreuken. Zoals hier Orde en tucht. Foto: Sake Elzinga

Als hij een canon moest maken over opvoeding en onderwijs, dan wist hij het wel. De Drentse gedeputeerde Rein Munniksma zou Veenhuizen/Frederiksoord, kandidaat voor de voorlopige Nederlandse lijst van Werelderfgoed, er zeker in opnemen. „Net als de Afsluitdijk en de Hollandse Waterlinie. Alle drie laten ze de kracht zien van Nederland, in zijn strijd tegen water, bezetter en armoede.”

Frederiksoord, het gevangenisdorp Veenhuizen en het tussenliggende natuurgebied Fochteloërveen strijden met tientallen andere historische plekken om een plaats op de voorlopige Nederlandse lijst van het Werelderfgoed. Zo’n lijst wordt eens in de vijftien jaar vastgesteld. Binnenkort bepaalt de commissie-Leemhuis, die het kabinet hierover adviseert, wie erop komt en wie ervan geschrapt wordt. In februari 2011 stelt de minister van OCW de definitieve lijst vast. Uiteindelijk doel is de felbegeerde status van Unesco Werelderfgoed.

Drenthe hoopt het ‘keurmerk’ voor Veenhuizen/Frederiksoord in 2018 in huis te hebben. Dan is het precies 200 jaar geleden dat generaal Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid oprichtte. Hij had een utopisch idee over de verheffing van de onderklasse in de steden en de maakbaarheid van de samenleving. Landlopers, bedelaars en zwervers moesten, al dan niet gedwongen, de woeste Drentse zandgronden ontginnen. Tewerkstelling in deze landbouwkoloniën ging gepaard met onderwijs en opvoeding. Tussen 1818 en 1921 werden zo’n 80.000 mensen in Veenhuizen en Frederiksoord aan het werk gezet.

Beide dorpen bezitten nog de kenmerkende structuur van een corrigerende en hiërarchisch geordende gemeenschap. In Veenhuizen zijn dat de strakke ontginningsassen, de vele rechte wijken (ontginningssloten), de drie heropvoedingsgestichten (waarvan er een nog gevangenis is) en huizen met opschriften als ‘Humaniteit’, ‘Werken is leven’, en ‘Orde en tucht’. In de vrije kolonie Frederiksoord zijn het de kleine hoeves langs de bebouwingslinten.

De gedachte van Van den Bosch sloot aan bij het achttiende-eeuwse verlichtingsideaal, waarin filosofen als Voltaire, Rousseau en Hume de mens als rationeel, zelfstandig en positief wezen beschouwden.

Gedeputeerde Munniksma stelt dat je Veenhuizen en Frederiksoord als stenen uitdrukkingsvorm daarvan kunt zien. „Het immateriële verlichtingsideaal van Van den Bosch valt onder cultuurhistorisch erfgoed.” Volgens hem sluit dit goed aan op de huidige beoordelingscriteria van Unesco. „Men vindt dat in Europa al veel gebouwen zijn aangewezen als werelderfgoed. Nu gaat het om de filosofie erachter.” De Tweede Kamer steunt de Drentse aanvraag.

Veenhuizen en Frederiksoord tellen een kleine 200 rijksmonumenten en hebben een beschermd dorpsgezicht. Tientallen miljoenen euro’s zijn de afgelopen jaren gestoken in het opknappen ervan.

Munniksma ziet het predicaat Werelderfgoed als kroon op het werk. „Je voelt je trots. En je trekt meer bezoekers omdat de dorpen meer uitstraling krijgen. Daarvan profiteert ook de economie.”

Het molencomplex in Kinderdijk is inmiddels dertien jaar Werelderfgoed. Molenaar Cock van den Berg bevestigt dat de status bezoekers trekt. „Vooral Japanners.” Maar het predicaat leidt niet tot meer geld, althans niet van Unesco. „We dachten in 1997 dat we ons financieel geen zorgen meer hoefden maken over het achterstallig onderhoud van de molens. Dat bleek een misvatting. Pas twee jaar geleden gaf toenmalig minister Plasterk geld voor de restauratie van dertien molens.”