Opmars van het schiettuig

Recente schietpartijen roepen de vraag op hoe makkelijk het in Nederland is om aan een pistool te komen. Reportage over de handel in omgebouwde alarmpistolen. ‘Wij leven van de wapenhandel.’

Op zijn tiende stond Massimo Tanfoglio al pistolen in te pakken in de fabriek van zijn vader. Nu is hij directeur van wapenfabriek Fratelli Tanfoglio in het Italiaanse stadje Gardone Val Trompia, ingeklemd in een nauw dal in de voorlopers van de Alpen bij het Gardameer.

Lopend door de straten zie je overal wapenfabriekjes en uithangborden met teksten waar het woord armi, fucili, cartucce of guns in voorkomt. Gardone (12.000 inwoners) leeft dankzij een combinatie van ijzererts, hout en waterkracht uit de bergen al vijf eeuwen van de wapenindustrie. Het telt zo’n 80 bedrijven die iets met wapens te maken hebben. Van kleine familiewerkplaatsen voor de fabricage van jachtgeweren tot de fameuze Fabbrica d’Armi Beretta. Die laatste firma is opgericht in 1526 om wapens te leveren aan het oorlogszuchtige Venetië. Beretta voorziet inmiddels het complete Amerikaanse leger van pistolen.

„Wij leven van de wapenhandel, zoals andere steden messen, schoenen of meubels verkopen”, zegt Tanfoglio (57), tenger, kalend, een grijzend baardje. „Mijn familie doet dat al vier generaties lang, vanaf het begin van de vorige eeuw.”

De kleine pistolen van Tanfoglio, voornamelijk gemaakt voor sportschutters, zijn een begrip geworden in de kleine kring van wapenexperts van de Nederlandse politie. De afgelopen jaren zijn in Nederland bij misdrijven zo’n 1.500 à 2.000 Tanfoglio’s aangetroffen van het type GT 28. Dit is een goedkoop alarmpistool dat door handige knutselaars in Noord-Portugal is omgebouwd tot een vuurwapen (zie kader). Het is een probleem van ongekende omvang in Nederland.

Vanuit Portugal werden de Tanfoglio’s per Eurolinesbus of auto in kleine hoeveelheden naar Nederland gesmokkeld. „Je moet je realiseren dat gemiddeld maar 5 à 10 procent van het totaal in beslag wordt genomen”, zegt Niels Klein, vakspecialist wapens en munitie van de Rotterdamse politie. De Tanfoglio, klein en vaak verchroomd, is populair bij criminele Antillianen.

Recente dodelijke schietpartijen – in Arnhem werd bij een Antilliaans zomercarnaval een man geëxecuteerd, in Amsterdam werd een 16-jarige jongen op straat doodgeschoten, bij een Antilliaans feest in Zoetermeer viel ook een dode – roept de vraag op hoe makkelijk het is in Nederland om aan pistolen te komen en waar ze vandaan komen. In het Europa zonder grenzen is het heel simpel verboden wapens Nederland binnen te smokkelen.

Onderzoeksrapporten van de politie noemen de Tanfoglio-route als voorbeeld van ant trade, de kleinschalige mierenhandel in pistolen die op zich te onbelangrijk is als bron van inkomsten voor de georganiseerde misdaad, maar vaak voorkomt als ‘bijverdienste’ bij drugs- of vrouwenhandel. Opvallend in heel Europa is de opmars van tot vuurwapen omgebouwde gas- of alarmpistolen. Ze hebben voor de crimineel een groot aantal voordelen: alarmpistolen zijn goedkoop, in veel landen zonder vergunning verkrijgbaar en het ombouwen is betrekkelijk eenvoudig. Omdat ze niet geregistreerd zijn, zijn ze voor de politie moeilijk te traceren. Gebruikers hebben er baat bij dat zo’n wapen geen criminele voorgeschiedenis heeft. Paradoxaal genoeg, zeggen politiemensen, versterkt de aanscherping van de wapenwet in Europese landen de snelle verspreiding van dit wapen: hoe strenger de wet, hoe eerder men uitwijkt naar wapens die niet geregistreerd hoeven te worden.

Het is niet eenvoudig een afspraak te maken bij Tanfoglio (50 werknemers, 45.000 pistolen per jaar). Directeur Massimo Tanfoglio is druk met een Russische delegatie uit wapenstad Toela, die wegen zoekt om de strenge Russische importbeperkingen voor buitenlandse wapens te omzeilen, alles ten behoeve van de private schietsport.

„Pistolen verkopen is in Europa door de wet- en regelgeving al geen sinecure”, klaagt Tanfoglio, „maar buiten de Europese Unie kom je helemaal nauwelijks binnen.” Rusland is nog een gesloten markt, met sommige andere landen buiten Europa mag hij van de Europese politiek geen zaken doen. Ook Gardone is hard geraakt door de economische crisis. „Vooral de jachtwapenfabrikanten zien hun omzetten dalen. Wapens zijn nu eenmaal geen eerste levensbehoeften”, zegt Tanfoglio, zelf een fervent jager.

Dat criminelen zijn goedkope alarmpistool (100 euro) misbruiken, is Massimo Tanfoglio bekend. Een paar jaar terug kreeg hij een Portugees krantenknipsel onder ogen over het oprollen van een werkplaats waar zijn pistolen werden omgebouwd. Volgens de Nederlandse politie is dat kinderspel. Een beetje handige frezer boort de geblokkeerde loop open en zet er een nieuwe loop in die geen ontsnappingsgat voor gas heeft. Dat is alles.

„Ik kreeg vragen van de Franse en Duitse politie over ons alarmpistool”, zegt Tanfoglio. Om verdere schade aan zijn goede naam te voorkomen zegt hij de GT 28 – voor hem maar een bijzaak – uit productie te hebben genomen.

Toch staat het wapen, goed herkenbaar aan het rood-plastic afsluitdopje op de loop, nog gewoon in de catalogus van 2010. „We exporteren ze niet meer, we produceren ze niet meer, maar we hebben er nog een paar honderd in voorraad en die maken we op in Italië”, zegt Tanfoglio ter verklaring.

Via de Portugese importeur van Tanfoglio gingen de alarmpistolen legaal naar Portugal. Maar daar begon de grijze schemerzone. In werkplaatsjes bij het smokkelstadje Valença do Minho, aan de grensrivier met Spanje, werden ze illegaal omgebouwd en naar Rotterdam gebracht. Die routes hangen vaak van toeval af, zegt Niels Klein van de Rotterdamse politie. „Zo was er in Lissabon én in Rotterdam een groep Portugees sprekende Kaapverdiërs actief.”

In 2005 rolde de Portugese politie de werkplaatsjes op en in 2006 werd de wapenwet aangescherpt. Gas- en alarmwapens zijn in Portugal inmiddels verboden.

Dat geldt nog niet voor buurland Spanje. In oktober 2008 werd in Sevilla een bende opgepakt die de wapens in Portugal liet ombouwen en vervolgens terug naar Spanje smokkelde. Na enkele dodelijke incidenten roept de Spaanse politievakbond UFP nu ook daar om strengere regels voor verkoop en bezit. In de Spaanse volksmond heten de knutselwapens nog steeds ‘portuguesas’.

Ook in Spanje zelf worden wapens omgebouwd. Zo kwam de politie in Murcia onlangs in actie tegen een bende die in de Zuid-Spaanse regio een werkplaats bezat. Ombouwers, vertelt Alfredo Perdiguero van de Spaanse politievakbond, bieden zich in Spanje gewoon via internet aan. „Zij doen het al vanaf 80 euro.” Een simpele zoekopdracht via de populaire Spaanse website Milanuncios levert zo een wapentechnicus in het centraal gelegen Valladolid op, die zegt „elke reparatie of aanpassing” goedkoop te kunnen uitvoeren.

De Tanfoglio-route lijkt opgedroogd. „We treffen ze nog maar sporadisch aan, zo’n 5 à 10 keer per jaar”, zegt vuurwapenexpert Niels Klein uit Rotterdam. Oude voorraden worden opgemaakt. Maar als de ene bedding opdroogt, zoekt de handel creatief naar nieuwe sluipwegen. Zo heeft de Zweedse politie onlangs een flinke partij Turkse gaspistolen geconfisqueerd die waren omgebouwd in Kosovo, waar zich tientallen werkplaatsen zouden bevinden. Gunrunners bieden in cafés in Priština voor 80 euro omgebouwde gaspistolen te koop, die zo klein zijn dat ze in de palm van een hand passen.

Italië is als leverancier van goedkope alarmpistolen op zijn retour. De Italiaanse wapenhandel stagneert, de Turken zijn in opmars. Er is een nieuw wapen aangetroffen, van Turkse makelij, dat sprekend op de Tanfoglio lijkt. De Ekol Tuna wordt geproduceerd door Ekol Voltran in Istanbul. De laatste twee jaar zijn er bijvoorbeeld in Groningen en omstreken bij misdrijven ongeveer 10 omgebouwde Ekol Tuna’s aangetroffen.

Directeur Massimo Tanfoglio kent Voltran van de grote wapenbeurzen, maar van de Ekol Tuna heeft hij nog nooit gehoord. Geconfronteerd met Nederlandse politiefoto’s van een omgebouwde Tanfoglio en een Ekol Tuna (zie foto’s rechtsonder) zegt Tanfoglio verrast: „Dit is een exacte kopie van ons pistool. Daar kun je niks tegen doen. Er zijn ook Turkse bedrijven die de Beretta kopiëren. Op de vorm zit geen patent, alleen op de techniek. Chinezen kopiëren helemaal alles.”

De Nederlandse politie vermoedt dat Tanfoglio een licentie en mogelijk ook apparatuur heeft verkocht aan de Turken, maar dat ontkent Massimo Tanfoglio met klem. Integendeel, de Italianen kijken met argusogen naar de opbloeiende wapenhandel in Turkije. Tot nijd van de Gardonezen hebben Turken nu zelfs de wapenfabriek van de eerbiedwaardige familie Bernardelli uit Gardone overgenomen, met behoud van de prestigieuze naam.

De Turken, beaamt ook de Nederlandse politie, zijn grote jongens aan het worden in de wapenhandel. Turkije is samen met Duitsland en Italië nu een van de drie grote wapenleveranciers in Europa. Crisis of geen crisis, 2009 was een recordjaar voor Turkse wapenhandelaren: de export steeg met 16 procent. Er werd voor 669 miljoen dollar aan het buitenland verkocht.

Ekol Voltran huist op een bedrijventerrein aan de Aziatische kant van Istanbul. Een slecht verlicht kantoor van wankele tussenmuurtjes. Het bedrijf verdient jaarlijks 2 tot 5 miljoen dollar aan de wapenhandel. Anders dan pistolenmaker Tanfoglio leeft Voltran grotendeels van de verkoop van luchtdrukpistolen en alarmpistolen. Hoeveel ze er jaarlijks maken, wil het bedrijf niet kwijt.

Op het bureau van exportmanager Mesut Cakici liggen twee pistolen uitgestald als verse vissen op de markt. Deze schietijzers zien er dodelijker uit dan ze zijn. „Hier kun je niemand mee vermoorden”, verzekert Cakici . „Uw keukenmes is veel gevaarlijker.”

Alarmpistolen worden ook in Turkije volgens strenge richtlijnen geproduceerd. De kleine Ekol Tuna, de trots uit de stal van Voltran, wordt verkocht in 45 landen, waaronder de Verenigde Staten en alle landen van Europa, met uitzondering van Nederland, België, Duitsland en Portugal. Een regelrechte hit.

Cakici valt even stil als hij de foto’s van de omgebouwde Tanfoglio en de Ekol Tuna ziet. Hoe verklaart de Turk de sprekende gelijkenis van zijn pistool met het product van de Italianen?

„De Ekol Tuna is een perfecte kopie”, geeft de manager zonder blikken of blozen toe. Beter goed gejat dan slecht bedacht. „Iedereen weet dat wij een kopie verkopen. Dat is wat de klanten willen. Een product dat als twee druppels water op de echte lijkt.”

De Beretta, de Browning, alle beroemde pistoolmodellen zijn in de fabrieken van concurrenten geïmiteerd. Zo zit het patentrecht nu eenmaal in elkaar. „Na 25 jaar vervalt het patent. En dan mag je doen wat je wil. Ik ben 36. Dit Italiaanse alarmpistool is ouder dan ik.”

Weet Cakici ook dat zijn Ekol Tuna in Nederland wordt aangetroffen, omgebouwd tot moordwapen voor criminelen? „Ik zou liegen als ik zeg dat ik nog nooit gehoord heb van dat soort praktijken. Het is niet eenvoudig om te controleren wat de klant er precies mee doet. Wij houden ons aan de regels om te voorkomen dat er met de pistolen wordt geknoeid. Je kunt je niet voorstellen hoe ze het voor elkaar krijgen om ons pistool om te bouwen.”

Dan zegt hij op samenzweerderige toon: „Als je mij een alarmpistool van een Duitse fabrikant geeft, dan kan ik daar in een handomdraai een vuurwapen van maken. Je giet hetzelfde model gewoon in staal.” Maar als hij dat met een Duits pistool kan, dan kan hij toch ook zijn eigen fabricaat ombouwen? „Natuurlijk kan ik dat. Geef me negen maanden.”

In Europa moet elk geproduceerd of geïmporteerd wapen getest en goedgekeurd worden door een proefbank van de staat. Elke GT 28 van Tanfoglio moet de proefbank van Gardone doorlopen. Turkije heeft geen proefbank. Het enige wat Cakici hoeft te doen is tweemaal in de maand de serienummers van zijn pistolen doorgeven aan de Turkse politie. Eens in het jaar, eens in de twee jaar, belt een rechercheur met vragen over een omgebouwde Ekol Tuna die is gebruikt bij een misdrijf. Ook criminelen bellen met Ekol Voltran. „Ze proberen dan informatie bij ons in te winnen. Ik verwijs ze altijd door naar de politie”, zegt Cakici glimlachend.

De fabrieken van Tanfoglio of Beretta in Gardone mag je niet bezichtigen zonder expliciete toestemming van de politie. Maar bij de Italiaanse Banco di Prova, de staatsproefbank, is een enkel telefoontje van Michele Gussago, de trotse burgemeester van Gardone („mijn vader heeft 40 jaar bij Beretta gewerkt!”), genoeg om de deuren te openen. Hier, in een onopvallend gebouw aan de overkant van de rivier de Mella, wordt elk in Italië geproduceerd geweer getest, voordat het het stempel van goedkeuring krijgt dat nodig is voor de verkoop.

Vorig jaar werden bij de proefbank 738.159 wapens handmatig getest, waarvan grofweg de helft pistolen, revolvers en alarmwapens. In lange rekken staan de jachtgeweren, historische revolvers en moderne pistolen te wachten. Mannen in blauwe overalls turen door lopen, controleren de pasvorm van kogels en het sluitingsmechanisme van het patronenmagazijn. Alle geweren worden afgeschoten in afgesloten proefinstallaties. Eenmaal goedgekeurd krijgen ze het merkteken van de proefbank en kunnen ze de verkoop in. „Bij ons zijn sinds de oprichting, honderd jaar geleden, 300 wapenmerken gedeponeerd”, zegt directeur Antonio Girlando, voorheen legerofficier uit Sicilië. „Wij checken, schieten, stempelen. En afgekeurde wapens gaan terug naar de fabriek.”

Ja, de Turken hebben makkelijk praten, zegt directeur Massimo Tanfoglio. Voor hem wordt concurreren almaar moeilijker. „De Europese Unie legt ons steeds meer regels op. Voor de verkoop van een wapen hebben we toestemming nodig tot aan de minister van Binnenlandse Zaken toe. Alle vergunningen worden gecontroleerd door de politie. Elk geweer verlaat het land nu met zijn eigen identity card. Maar criminelen hebben daar lak aan. Kijk naar Groot-Brittannië: sinds 1998 is de verkoop van handwapens daar helemaal verboden. De criminaliteit is sindsdien alleen maar gestegen!”

Elk illegaal wapen wordt eerst ergens legaal geproduceerd. Maar de strijd tegen de illegale wapenhandel richt zich op de verkeerde, bezweert de wapenfabrikant. Hoogst zelden zijn illegale wapens direct van de fabriek afkomstig. Diefstal of fraude is heel moeilijk, aangezien elk wapen getest, geoormerkt en geregistreerd wordt voor het de poorten van de fabriek verlaat. „De wetgever bindt uit onmacht de strijd aan met de zichtbare wapenfabrikant”, klaagt Tanfoglio. En zo is de historische cirkel rond: Venetiës strijd tegen de Turken bracht de wapenindustrie van Gardone 500 jaar geleden tot bloei. Nu worden de Gardonezen door de Turken met hun eigen wapens verslagen.

m.m.v. Bram Vermeulen in Istanbul en Merijn de Waal in Madrid

Volgende week in NRC Handelsblad: Nederlandse politie weet weinig van wapens. En: cultuurverschillen belemmeren een Europese wapenwet.