Obama als De Ander

De Congresverkiezingen aanstaande dinsdag zijn ook een referendum over Barack Obama: hoe Republikeinen erin slaagden de president bij De Anderen in te delen.

Irish Prime Minister Brian Cowen shares a joke with former U.S. President Bill Clinton on the steps of Government Buildings in Dublin October 1, 2010. A majority of voters want Irish Prime Minister Brian Cowen to step down from his post before the next general election, a poll showed on Friday, and new data showed the country's brief economic upturn weakening further. REUTERS/Cathal McNaughton (IRELAND - Tags: POLITICS)
Irish Prime Minister Brian Cowen shares a joke with former U.S. President Bill Clinton on the steps of Government Buildings in Dublin October 1, 2010. A majority of voters want Irish Prime Minister Brian Cowen to step down from his post before the next general election, a poll showed on Friday, and new data showed the country's brief economic upturn weakening further. REUTERS/Cathal McNaughton (IRELAND - Tags: POLITICS) REUTERS

Zelfs op de stoel bij satiricus Jon Stewart was Barack Obama deze week behoedzaam en defensief. De twijfel aan zichzelf heeft toegeslagen. Nog altijd houdt hij fraaie toespraken, bleek de laatste weken in de campagne voor de Congresverkiezingen, maar de president kan amper verbergen dat de blues vat op hem hebben gekregen. Hij oogt vermoeid, er groeit een buikje, en een groot deel van zijn naaste adviseurs is vertrokken – of staat op het punt dat te doen.

Het gaat niet alleen om de bekende problemen – het vermoedelijke verlies bij de verkiezingen komende dinsdag, de tegenvallende economie, de diepe weerzin bij het publiek tegen het overheidsactivisme onder zijn leiding.

Minder zichtbaar, maar niet minder belangrijk, groeide de laatste twee jaar een onderhuids ongemak over zijn identiteit. In 2008 was er nog een dromerig optimisme over Amerika als postraciale natie. Dat is vervlogen. Intussen wist een hele conservatieve machinerie – intellectuelen, geestelijken, journalisten, activisten – impliciet de vraag op te werpen of Obama zélf wel postraciaal is. Hoort hij bij ons, blank Amerika, of bij De Anderen?

„Hij heeft iets ‘anders’, een gevoel dat hij geen echte Amerikaan is”, schreef de conservatieve Afro-Amerikaan Shelby Steele gisteren in The Wall Street Journal.

De techniek die de conservatieven tegen hem inzetten is Obama bekend: het is de techniek die hij zelf in 2008 gebruikte om zijn Afro-Amerikaanse identiteit electoraal uit te buiten. Destijds weigerde hij stelselmatig het belang van zijn huidskleur te bespreken. Het leverde een dubbel voordeel op, zo leerden de exitpolls op verkiezingsdag. Blanke kiezers voelden zich, anders dan bij eerdere zwarte kandidaten, niet ongemakkelijk over zijn Afro-Amerikaanse identiteit, terwijl zwarte kiezers daarin juist Obama’s kracht zagen: ze gingen nooit eerder in zulke hoge aantallen naar de stembus.

Ook in de eerste conservatieve contracampagnes vanaf 2009 kwam het thema huidskleur niet expliciet aan de orde. Maar dat er op dit gebied plannen waren, bleek vorig voorjaar al, toen negen Republikeinen een wetsvoorstel indienden dat in twijfel trok of Obama de Amerikaanse nationaliteit heeft: hij zou, zoals de zogenoemde birthers claimen, niet in de VS geboren zijn.

Het voorstel was kansloos, maar de verandering ten opzichte van 2008 was een indicatie. In de campagne haalde presidentskandidaat John McCain de microfoon uit de handen van een vrouw die Obama identificeerde als „Arabier”. Nu waren er geen Republikeinse leiders die eenzelfde houding tegenover de negen partijgenoten in het Congres aan de dag legden: ze kregen geen steun, maar zij mochten hun gang gaan.

Intussen was er ook een marginale groep die bleef claimen dat Obama moslim is. Het verhaal circuleert al jaren in anonieme e-mails. En er zijn conservatieve intellectuelen, zoals islamcriticus Daniel Pipes, die volhouden dat Obama bij zijn geboorte automatisch moslim werd, omdat zijn vader destijds moslim zou zijn geweest. Obama, een zelfverkozen christen, spreekt het tegen: zijn vader was volgens hem atheïst.

Maar een bonte groep conservatieve activisten wist er telkens weer de media mee te halen. Predikant Franklin Graham, zoon van Billy, mocht het afgelopen zomer frank en vrij op CNN verkondigen. Anti-islamblogger Pamela Geller, Geert Wilders’ Amerikaanse bondgenoot, schrok er niet voor terug een gefotoshopte afbeelding te publiceren waarop Obama een Talibaan-baard en tulband draagt. Geller onderhoudt relaties met prominente Republikeinen – George W. Bush’ VN-ambassadeur John Bolton schreef het voorwoord in haar jongste boek.

De controverse over het islamitisch cultureel centrum annex gebedsruimte vlakbij Ground Zero, door Geller op de kaart gezet als ‘Ground Zero Mosque’, bood een volgende kans. Obama kon niet anders dan de vrijheid van godsdienst verdedigen, beaamde Bush’ oud-tekstschrijver Michael Gerson. „De president is er voor alle Amerikanen.”

Het belette Republikeinen als Sarah Palin niet hem er op aan te vallen. En zo kon het deze zomer gebeuren dat onderzoek van het gezaghebbende Pew liet zien dat 18 procent van de bevolking denkt dat Obama moslim is (voorjaar 2009 was het 11 procent). Van de Republikeinse kiezers is maar liefst eenderde die mening toegedaan.

Prominente Republikeinen schrokken er ook niet meer voor terug Obama nu openlijk als Anders te framen. Haley Barbour, onder Bush voorzitter van de Republikeinen, nu gouverneur van Mississippi, zei vorige maand: „Dit is een president van wie we minder weten dan welke andere president uit onze geschiedenis.”

Los van deze discussie, maar wel parallel eraan, was vooral FoxNews gefixeerd op het idee dat blanken worden gediscrimineerd zo niet onderdrukt door de regering. „Deze kerel”, zei Glenn Beck, de nieuwe ster van FoxNews, zomer 2009 over Obama, „heeft een diepgewortelde haat tegen blanke mensen en de blanke cultuur.”

Het was de openingszet. Beck maakte vervolgens jacht op de Afro-Amerikaan Van Jones, die in het Witte Huis was belast met stimulering van milieuvriendelijke werkgelegenheid. Jones had een curieus verleden (hij was vanaf 1994 korte tijd overtuigd marxistisch-leninist) maar kwam daarvan snel weer terug. Meg Whitman, de Republikeinse kandidaat voor gouverneur van Californië, zei dat Jones „fantastisch werk” deed voor het milieu. Jones moest vertrekken toen bleek dat hij een petitie had getekend die stelde dat 9/11 het werk van de regering-Bush was – en vanaf dat moment drong FoxNews Obama verder in het defensief.

Obama zelf hielp daarna zijn opponenten door een agent te kritiseren („dom”) nadat deze een bekende zwarte hoogleraar arresteerde. De hoogleraar, een vriend van Obama, was zijn sleutel vergeten en besloot in te breken in zijn eigen huis. Een voorbijganger belde de politie, en de (blanke) agent kon achteraf aannemelijk maken dat de arrestatie gerechtvaardigd was. Obama maakte excuses – maar de schade was aangericht.

En sindsdien reageert het Witte Huis hypergevoelig zodra het beeld van blanke onderdrukking weer de kop opsteekt. Het bleek afgelopen zomer, toen een Afro-Amerikaanse medewerkster van het ministerie van Landbouw prompt werd ontslagen nadat FoxNews een video uitzond waaruit moest blijken dat de medewerkster blanke boeren bewust discrimineerde. Vervolgens bleek de opname te zijn gemanipuleerd, en deze keer moest Obama zijn excuses maken aan de ontslagen medewerkster.

Zo is Barack Obama, de postraciale kandidaat van 2008, twee jaar later de gevangene van zijn huidskleur. De meest recente controverse betreft de conservatieve intellectueel Dinesh D’Souza, die in het tijdschrift Forbes de theorie uiteenzette dat Obama’s economisch beleid wordt gemotiveerd door de antikoloniale (lees: socialistische) agenda van wijlen zijn vader. Het leidde ertoe dat oud-voorzitter Newt Gingrich van het Huis van Afgevaardigden, nooit verlegen om een omstreden uitspraak, het „Keniaanse [...] gedrag” van Obama bekritiseerde. Twee jaar na zijn verkiezing is het dus zover dat prominente Republikeinen alsnog openlijk zeggen wat ze al zolang impliceren: dat de president meer ‘Afro’ dan Amerikaan is.

En het is zeker geen toeval. Bij zijn inauguratie had, volgens onderzoeksbureau Gallup, 57 procent van de blanke mannen (en 66 procent van de blanke vrouwen) een positief beeld van Obama. Dit jaar zakte dat weg tot 39 procent (mannen) en 44 (vrouwen). Het is de voornaamste verklaring voor de daling van zijn populariteit. Na twee jaar in het Witte Huis is Barack Obama de president van alle Amerikanen – behalve van veel blanken.

Simon Schama over Obama Opinie & Debat