Nederlandse droom Rutte eist meer dan 'n fijn debat

Netherlands' Prime Minister Mark Rutte bids farewell to outgoing Prime Minister Jan Peter Balkenende (L) after passing over of power at the Dutch Parliament in The Hague October 14, 2010. REUTERS/Jerry Lampen (NETHERLANDS - Tags: POLITICS)
Netherlands' Prime Minister Mark Rutte bids farewell to outgoing Prime Minister Jan Peter Balkenende (L) after passing over of power at the Dutch Parliament in The Hague October 14, 2010. REUTERS/Jerry Lampen (NETHERLANDS - Tags: POLITICS) REUTERS

Zelden zal een nieuwe eerste minister met zo veel zwier zijn eerste ontmoeting met het parlement hebben doorstaan. Het was meer dan alleen oratorisch een goed begin. Waarvan, dat is nog niet zo zeker. Een terugblik in negen punten.

1. Mark Rutte’s vrolijke, elegante, soms messcherpe optreden zal zijn voorganger Jan Peter Balkenende hebben teruggeworpen op herinneringen aan zijn eigen solo’s in die zaal. Hopelijk schrijft de vorige premier nog eens een zelf-analyse waarin hij het verschil verklaart tussen de snel denkende, humoristische JPB-privé en de wat nurkse, snel geïrriteerde, soms slaapverwekkende premier waar veel Kamerleden deze week met een pijnlijk gebrek aan spijt afscheid van namen. De nieuwe man stond er met plezier, hij luisterde naar zijn tegenspelers en gaf hen antwoord. Zo eenvoudig was het.

2. Rutte stond er en dacht terwijl hij sprak, ook als zijn ambtelijke paperassen geen bruikbare volzinnen boden. Hij leek geen moeite te hebben met het onderscheid tussen zichzelf en de premier. Balkenende was vaak persoonlijk gekwetst als niet hij maar de minister-president werd aangepakt. Dan werd hij bang iets te zeggen waar hij als minister-president last mee zou krijgen. Al doende verdween Balkenende-de-man uit het zicht. En uit het hart. Niet helemaal verdiend. Overigens is de lobby voor Balkenende als volgende president van De Nederlandsche Bank een karikatuur van de Haagse politiek als banenpool voor vriendjes.

3. Anders dan zijn voorganger liet Rutte merken dat hij zich in veel onderwerpen thuis voelt. Niet alleen uit de tijd van zijn staatssecretariaat op Sociale Zaken. Ook over onderwijs, financieel-economische zaken, innovatie, milieu en de Europese dynamiek ging hij onbevangen in gesprek met de Kamer. Waar hij detailkennis te kort kwam kon hij onderwerpen toch plaatsen binnen de ideologische oriëntatie van het nieuwe kabinet. De dialoog was zelden hol.

4. Door deze open en op de inhoud gerichte stijl van debatteren leek Mark Rutte een nieuwe bladzijde in de parlementaire geschiedenis te willen opslaan. Dit eerste grote debat in de nieuwe regeerperiode met een VVD/CDA+PVV-kabinet opende een vergezicht op het parlement als de plaats waar nationale vraagstukken worden besproken. Ook de oppositie waardeerde dat, zelfs als de premier soms ronduit Nee verkocht. Alles liever dan het spinneweb van woorden dat meer dan één van zijn voorgangers placht te weven.

5. Nieuw was ook de poging van de minister-president om de politieke architectuur van zijn kabinet te bespreken in gewoon Nederlands. Ongewoon, zeker, maar niet geheimzinnig. „Nee, over het ontslagrecht ga ik met u in de oppositie geen akkoord sluiten. Dat hoort bij onze afspraak de WW te ontzien.” Uit de hechte samenwerking tijdens het debat, het herhaald uitgesproken respect voor de letter van het regeer- en gedoogakkoord en de compromisbereidheid van Geert Wilders bleek dat VVD, CDA en PVV eigenlijk een meerderheidscoalitie hebben gesloten, waarbij één partij geen bewindslieden levert. Dat bleek ook uit de vergeefse pogingen van Cohen, Halsema, Pechtold en Roemer om losse draadjes te vinden om een ad hoc-meerderheidskleedje te weven.

6. De discussie over de ‘uitgestoken hand’ leverde vriendelijkheid op, maar weinig concreets. Deze coalitie heeft, net als veel voorgangers, een heleboel zaken vastgetimmerd. Dingen die moeten. Dingen die niet mogen. Het is winst als de minister-president, en hopelijk in navolging zijn medespelers achter de regeringstafel, die open stijl van omgang met het parlement volhouden. Maar die moet niet worden verward met een situatie waarin het zoeken van wisselende meerderheden aan de orde van de dag is. Afgaand op het debat van deze week zal de oppositie heel wat vergeefse stormloopjes op het coalitiekasteel moeten doen. De nog wat onwennige wachters bij de ophaalbrug, VVD-fractievoorzitter Blok en zijn CDA-collega Buma, krijgen weinig speelruimte. Net als destijds Hamer en Van Geel, en talloze voor-voorgangers.

7. De sfeer van frisse nieuwheid verbleekt ook wat bij herlezen van het letterlijk verslag van twee dagen dollen bij de interruptiemicrofoon. In de uitgezonden televisiemomenten vonkte het leuk. Rutte, Halsema en Pechtold kunnen dat goed. Cohen leek iets minder verdwaald dan de vorige keer. Roemer was tot het eind op zoek naar het winnende grapje. Enzovoort. Maar de Kamer is geen debatwedstrijd. In de tekst zie je maar een enkele fractievoorzitter die een beeld durft te schetsen van het land dat hem voor ogen staat. Haar, liever gezegd, want Femke Halsema is daar het beste in. Het blijft veel bij gedoe over cijfers, hoeveel netto politiemensen erbij. Als het parlement dan toch weer ergens over gaat, mag het dan ook over een paar principes gaan, richtinggevende ideeën? Die zijn bij velen zoek in dit post-management tijdperk. Mark Rutte leek met ‘de Nederlandse droom’ even op weg. Citeren mag.

8. Het was niet alleen een debat zonder toekomst. Ook het meest recente verleden bleef onbenoemd: de formatie. Niemand ging echt in op het kronkelige proces dat sinds 9 juni heeft geleid tot dit kabinet. Zo werd Rutte’s trio-kabinet alleen gelegitimeerd door een tweedaagse discussieshow. Die bracht geen helderheid voor volgende formaties. CDA en VVD, die het staatshoofd deze zomer niet nodig hadden, verdedigen haar nu zonder blozen. Hoezo ook al weer?

9. Waarom was Marianne Thieme (Dieren) de enige die zich zorgen maakte over de rechtsstaat en de instituties? Die zijn, anders dan Geert Wilders suggereert, wel degelijk van iedereen en voor iedereen. Een rechter die je gelijk geeft is niet beter dan een rechter die je ongelijk geeft. Wie het zonder wil doen moet het gewoon zeggen. Dat kan nu nog.

E-mail de auteur (opklaringen@nrc.nl) of schrijf online op www.nrc.nl/opklaringen