Cocktail van aidsmedicijn is niet altijd noodzakelijk

Een cocktail van drie medicijnen tegen hiv is niet altijd nodig. Veel patiënten kunnen prima toe met één van deze drie medicijnen, namelijk de zogeheten hiv-proteaseremmers. Dat stelt Wouter Bierman in zijn proefschrift, waarop hij afgelopen dinsdag promoveerde aan het VU Medisch Centrum. Zo’n ‘monotherapie’ met proteaseremmers heeft veel voordelen, stelt hij. Hij is niet alleen goedkoper, maar geeft ook minder bijwerkingen en leidt tot minder mutaties bij het virus.

“Niet alle patiënten komen voor deze therapie in aanmerking”, nuanceert Bierman. “Allereerst moet het virus bij patiënten al onderdrukt zijn. Voor dat eerste offensief is toch de huidige combinatie van drie medicijnen nodig. En verder vallen patiënten af als zij eerder negatief reageerden op proteaseremmers.” Proteaseremmers vormen een klasse medicijnen die voorkomen dat een virus zich kan voortplanten in de afweercellen van de patiënt. Bij sommige patiënten hebben proteaseremmers echter niet het gewenste effect: het virus muteert en weet zo de aanval te omzeilen. Is dat eenmaal gebeurd, dan zijn de proteaseremmers niet langer krachtig genoeg om het virus te onderdrukken. “Maar naar schatting kan zo’n tweederde van de patiënten die voor het eerst proteaseremmers gebruiken, en bij wie het virus al is onderdrukt met combinatiebehandeling, met slechts één medicijn toe in plaats van drie”, stelt Bierman. “Mocht het virus toch weer de kop opsteken, dan kan men de twee andere medicijnen weer aan de behandeling toevoegen.” Nienke Beintema