Ceremonieel koningschap brengt nog geen gelijkheid

Brieven

Het zoemt door de zaal van de Tweede Kamer: wijziging van het constitutioneel koningschap in een ceremonieel koningschap. Het zal mij niet verbazen wanneer het staatshoofd deze wijziging met beide handen zal aangrijpen. Daarmee is immers de erfelijke positie van de familie van Amsberg-van Lippe Biesterfeld gered; de riante inkomens zijn daarmee voor de familie behouden en ook de andere voorrechten op grond van een oudmodische Grondwet. De koningin zal zeggen dat zij de tekenen van de tijd verstaat.

Niet weinigen in ons land kijken uit naar een wezenlijke wijziging van de Grondwet zodat de inhoud beantwoordt aan het eerste artikel. Dat artikel zegt dat ‘Allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld’. Dat is nu niet het geval.

De functie van staatshoofd is voorbehouden aan één familie, met bijbehorende uitkeringen en andere faciliteiten. Van gelijke behandeling van allen die in Nederland wonen is op dit punt geen sprake. Zelfs na de dood is er onderscheid. De wet op de lijkbezorging zegt: ‘Een lijk wordt niet gebalsemd of onderworpen aan enig andere conserverende behandeling’ (art. 71) en dan komt het, ‘Deze wet is niet van toepassing op de lijkbezorging van leden van het Koninklijk huis’ (art. 87).

Het wordt tijd voor echte gelijkberechtiging. Het instellen van een ceremonieel koningschap draagt daaraan niet bij.

J.A. Zijlstra

Ellecom