Jij bent vast een autist

Ik heb ooit een gesprek aan een dinertafel gehad dat als volgt ging: (man die ik net had ontmoet): „Zo, dus jij bent schrijver? Dan ben je vast een autist.” (Ik): „Eh…” (Man die ik net had ontmoet, nu met een grote grijns): „Jaaaa, zie je wel, echt zo’n autistje. Jij weet vast precies wat

Ik heb ooit een gesprek aan een dinertafel gehad dat als volgt ging: (man die ik net had ontmoet): „Zo, dus jij bent schrijver? Dan ben je vast een autist.” (Ik): „Eh…” (Man die ik net had ontmoet, nu met een grote grijns): „Jaaaa, zie je wel, echt zo’n autistje. Jij weet vast precies wat voor schoenen mijn buurman aan heeft. Dat heb jij meteen gezien.” (Ik): „Nou…” (Man die ik net had ontmoet en die ik nu al behoorlijk graag wilde wurgen): „Kom op, zeg dan wat voor schoenen het zijn! En niet kijken hè!” Hier gaf ik het enige mogelijke antwoord en liep weg, voordat de man een pak kaarten over de tafel uit zou strooien en vervolgens zou eisen dat ik ze binnen een halve minuut op volgorde legde.

Ik moest hier aan denken toen ik op Facebook zag dat een aantal vrienden de mij onbekende The Autism Spectrum Quotient Test had gemaakt. Het leek me een goede kans om eens te kijken of de Schrijver = Autist = Gymschoenenkenner Extravaganza-veronderstelling wellicht toch een molecuul waarheid bevatte. Maar toen ik de test aanklikte, zei Facebook: ‘Hallo! Jij wilt de autismetest doen hè? Kijken of je bijzonder bent, nietwaar? Dat mag hoor! Maar dan willen we wel graag de toegang tot al je gegevens en je gehele profiel en het sleuteltje van je roze vriendinnenboekje van groep 3, oké?’ Goed, dat zei Facebook niet letterlijk, maar het was duidelijk: als ik de test wilde doen, moest ik al mijn gegevens vrijgeven.

Nu we door de Facebookfilm The Social Network allemaal weten dat Mark Zuckerberg een rücksichtslose hork is die maar al te graag werelddominantie zou vergaren door het verkopen van mijn Voorkeuren (ruwweg onder te verdelen in werelddominantie en minisoesjes), wilde ik hem dat plezier absoluut niet geven. Langzaam begon ik het ook steeds vreemder te vinden dat er een test over een ontwikkelingsstoornis op een sociale netwerksite stond. Dit was toch wel iets anders dan de test Lijk Jij Meer Op Catwoman Dan Op Dit Delftse Theelepeltje? Zou de volgende test misschien Stemmen In Je Hoofd zijn, of wellicht Genocideleider: Heb Jij Het In Je.

Bovendien: ‘De autismetest op Facebook doen en het vervolgens delen met al je vrienden’ – wat? Het zal betekenen dat autisme bon ton is. Het is in. Autisme is het nieuwe ADHD. De aandoening waarvan mensen gaan zeggen: „Ik heb zeg maar 13 procent autistische trekjes, dus ik vind dit feestje echt walgelijk”, of „Ik móet ribbelchips want zintuiglijke details zijn voor mij heel belangrijk.”

De autismetest op de site van Psychologie Magazine is de populairste onder de testen. Ik deed hem en antwoordde op vragen als ‘hou je van sociale evenementen’ en ‘ben je gefascineerd door nummerborden’. Ik kwam uit op zeven punten: weinig tot geen autistische trekjes. Ik heb het resultaat direct uitvoerig gevierd door alle ministecksteentjes in huis opnieuw op kleur te sorteren.