Zweedse pepparkakor

Ik kan heel blij worden van het bakken van taarten en koekjes. De laatste tijd produceerde mijn oven al boterspritsen en een worteltaart en toen ik afgelopen week op een recept voor traditionele Zweedse koekjes stuitte, was ik helemaal in mijn nopjes. Ik ben namelijk ook een beetje verslingerd aan Zweden. Ik koester deze warme gevoelens voor Zweden sinds ik afgelopen zomer een matras en een barbecue achter in een busje gooide en met een vriendin vertrok richting het hoge noorden om daar een paar weken te gaan genieten van het vrije leven.

Het was de eerste keer dat ik me noordelijker dan de 55ste breedtegraad bevond en sindsdien vind ik alles wat met Zweden te maken heeft leuk. Knäckebröd is mijn nieuwe beste vriend, ABBA is weer cool en om de manier waarop de voice-over Rutteketut noar Beutterbut zegt in een reclame van Beter Bed kan ik blijven lachen. Ik vind het jammer dat broodbeleg uit tube nooit is ingeburgerd in Nederland, anders at ik ’s ochtends alleen nog maar vloeibaar.

De vondst van het recept voor pepparkakor had dus ook een positieve uitwerking op mijn humeur. Fluitend kneedde ik de ingrediënten tot een geurend deeg en gelukzalig trok ik me daarna terug op de bank met een kop thee, de koekjes en mijn vakantiefoto’s. Qua spelling doet het woord pepparkakor denken aan de Nederlandse peperkoek, maar in tegenstelling tot de oer-Hollandse ontbijtkoek zijn Zweedse pepparkakor echte koekjes, meestal in de vorm van een dier of popje.

De bereiding van pepparkakor verschilt niet van normale koekjes. Wel dien je enigszins geduldig te zijn, het deeg moet een dag in in de koelkast rusten. Plannen is dus van belang.

100 gram boter

300 gram bloem

200 gram kristalsuiker

1 el stroop

1 tl gemalen gember

2 tl gemalen kaneel

1 tl gemalen kruidnagel

1 tl gemalen kardemom

1 tl bakpoeder

100 ml water

Laat de boter zacht worden en meng met de suiker en stroop tot een gladde massa ontstaat. Roer de gember, kaneel, kruidnagel en bakpoeder door het mengsel en voeg tot slot het water en meel toe. Kneed het deeg met je handen tot een bal en wikkel het in plastic folie. Laat het deeg minimaal 24 uur rusten in de koelkast.

Bestrooi een houten broodplank en een deegroller met wat bloem en rol het deeg dun uit (ongeveer 3 mm). Steek met figuurtjes of de bovenkant van een glas de koekjes uit het deeg en leg op een ingevette bakplaat. Voor minimaal deegverlies, kun je het deeg ook in vierkantjes snijden met een pizzasnijder.

Bak de koekjes vijf minuten in een voorverwarmde oven op 225 graden. Haal uit de oven en laat afkoelen. Versier de koekjes eventueel met glazuur of gekleurde icing.

Stéphanie Versteeg

Maandag: Klary Koopmans, dinsdag: Menno Steketee, woensdag: Roos Ouwehand, donderdag: Stéphanie Versteeg, vrijdag: Joël Broekaert of Elsje Jorritsma.