Politiek pingpongen

Premier Rutte heeft plezier in zijn nieuwe werk. Alleen al daarom beleeft ook de Tweede Kamer genoegen aan de nieuwe regeringsleider. Na acht jaar moeizaam trekken en duwen, werd er gisteren in de plenaire vergaderzaal lekker gepingpongd. Door de klare taal over en weer rezen er in het eerste debat over het nieuwe kabinet amper misverstanden.

Die helderheid is niet alleen een vormkwestie. We weten sinds gisteren ook meer over de machtsverhoudingen in de coalitie. Door consequent te spreken over „samenwerking” wekte de premier de indruk dat er formeel geen sprake is van een coalitie tussen de regeringspartijen VVD en CDA en de gedoogpartij PVV. Maar dat blijkt toch vooral woordkunst.

Alleen al het feit dat de financiële paragraaf onderdeel is van het gedoogakkoord met de PVV zal ertoe leiden dat de Tweede Kamer de komende kabinetsperiode op menig taboe zal stuiten. Rutte zelf maakte dat duidelijk door hervorming van het ontslagrecht en de WW tot verboden agendapunt te verklaren. Dit taboe is onmiskenbaar een gebaar richting Wilders. Anders dan VVD en CDA wil de PVV immers niet morrelen aan deze sociale arrangementen.

Het verbaast daarom niet dat er wekelijks overleg zal zijn tussen premier Rutte en zijn gedoogpartner Wilders om het kabinetsbeleid in monistische sferen af te stemmen. Jammer. Het dualisme zal nu moeten worden bevochten door de oppositie.

De vraag of het minderheidskabinet eigenlijk toch een meerderheidscoalitie is, zij het een bijzondere, kan weliswaar nog niet worden beantwoord. Maar vaststaat dat Wilders meer doet dan gedogen. De PVV bepaalt de grenzen van de beleidsvrijheid.

Een voorbeeld daarvan was het deeldebat over de dubbele nationaliteit van staatssecretaris Veldhuijzen van ZantenHyllner (Volksgezondheid, CDA). Rutte dacht de angel eruit te halen met een spitsvondigheid: namelijk dat Zweden zijn onderdanen in den vreemde met rust laat en Turkije zijn burgers volgt, zeker mannen die in dienst moeten. Hij wilde daarmee zeggen dat bewindslieden met een Turkse achtergrond door Ankara onder druk kunnen worden gezet, ook al gaf hij daarna toe dat ook hij iemand als Albayrak benoemd zou hebben. Rutte ging daarmee het schip in. Pressie kan op elke politicus worden uitgeoefend. Daarom leggen ze bij aanvaarding van hun ambt een formele ‘zuiveringseed’ af.

Dat Rutte op dit ene onbewaakte moment met twee maten mat, geeft aan hoe diep de politieke agenda van Wilders is doorgedrongen. Dat zou wel eens een achilleshiel kunnen zijn. Terecht verzocht Rutte op zijn daden te worden beoordeeld. Maar om iets voor elkaar te krijgen, heeft hij wel 76 zetels nodig. Gisteren nam de Tweede Kamer een motie van GroenLinks aan, waarin werd uitgesproken dat het kabinet niet tot doel heeft de „islamisering” tegen te gaan. VVD en CDA stemden voor, PVV en de theocratische SGP tegen.

Het is aan het kabinet van premier Rutte om te bewijzen dat deze motie meer is dan een speldenprik en dat alleen hij, en niet Wilders, de grenzen van zijn beleidsvrijheid bepaalt.