Hersenen zijn niet blauw of roze

Er wordt veel te gemakkelijk geredeneerd over het vrouwelijke en het mannelijke brein, vindt sociomedisch onderzoeker Rebecca Jordan-Young.

© Jorgen Krielen / Amsterdam, 22-12-2010 / Rebecca Jordan-Young
© Jorgen Krielen / Amsterdam, 22-12-2010 / Rebecca Jordan-Young

Neem duizend foto’s van willekeurige naakte mensen (zonder hoofd) en vraag wetenschappers de plaatjes te sorteren in mannen en vrouwen. Da’s een makkie. „Er bestaan wel mensen met ambigue genitaliën”, zegt Rebecca Jordan-Young, „maar de kans dat die bij duizend willekeurig gekozen mensen zitten, is erg klein.” Pak daarna eens duizend afbeeldingen van hersenen van willekeurige mensen – of (na hun dood) de hersenen zelf. Vraag hersenwetenschappers om die te sorteren in mannen- en vrouwenhersenen. „Dat lukt ze niet”, zegt Jordan-Young. „Genitaliën bestaan duidelijk in een mannelijke en een vrouwelijke variant. Maar hersenen heb je niet in blauw en roze.”

Jordan-Young hield vorige week lezingen aan verschillende Nederlandse universiteiten over haar net verschenen boek Brain Storm: The Flaws in the Science of Sex Differences (Harvard University Press). Haar boodschap: veel mensen denken dat geslachtshormonen niet alleen iemands geslacht bepalen, maar ook verschillen tussen typisch mannelijke en vrouwelijke gevoelens, gedachten, vaardigheden, hersenstructuren en gedrag. Maar als je het relevante onderzoek eens goed op een rijtje zet – waar ze zelf dertien jaar voor uittrok – is daar nauwelijks bewijs voor. Jordan-Young staat niet alleen in haar opvattingen – psycholoog Cordelia Fine komt in haar recente boek Delusions of gender tot vergelijkbare conclusies.

Jordan-Young was aanvankelijk niet van plan om de populaire theorie aan te vallen dat hormonen seksespecifiek gedrag bepalen, vertelde ze in Amsterdam. Voor haar HIV-onderzoek bij drugsverslaafden zocht ze een goede maat voor seksuele geaardheid. Ze kwam uit bij onderzoek dat een link legde tussen hormonen en hersenstructuren enerzijds en seksuele oriëntatie en typisch ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ gedrag anderzijds. „Die wetenschappers leken er geen moeite mee te hebben zoiets complex als seksuele oriëntatie te meten. Ze zeiden: dat vraag je toch gewoon.”

Zo simpel is het niet, aldus Jordan-Young. Is iemand die nog nooit seks heeft gehad met iemand van hetzelfde geslacht maar daar wel over fantaseert homo of hetero? En een man die weleens een andere man heeft gezoend of méér, maar zichzelf absoluut niet als homo ziet? Wat de ene onderzoeker heteroseksueel noemt, beschouwt de ander als homoseksueel. Maar de resultaten worden geïnterpreteerd alsof ze over hetzelfde gaan.

Ook in dieronderzoek is dat zo. Jordan-Young toont een zelfgetekende afbeelding van twee grijnzende, parende mannetjesratten („uren gezocht naar een foto, niet gevonden”). Bij de onderste staat het woord ‘homo’. „In studies met ratten wordt de onderste mannetjesrat beschouwd als model voor homoseks”, legt ze uit. „Bij schapen is het precies andersom.” Volgt een tekening van twee grijnzende, parende rammen – nu is de bovenste ‘homo’. „In onderzoek kregen rammen de keuze een ram of een ooi te bestijgen. Rammen met voorkeur voor een ram werden als homo beschouwd.” Maar: „Die bleken relatief veel lammetjes in de kudde te hebben verwekt.” Waren ze dus homo?

In dieronderzoek is al discussie over het vaststellen van seksuele oriëntatie, zegt Jordan-Young. „Maar bij mensen niet. Mensen die inconsistent antwoorden, worden weggelaten uit onderzoek. „Maar inconsistentie is geen ruis, het is onderdeel van het verschijnsel. Als je mensen een aantal keer achter elkaar naar hun geaardheid vraagt of heel gedetailleerd naar hun ervaringen, gaan ze vaak twijfelen.”

Ook typisch ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ gedrag is slecht gedefinieerd, zegt de onderzoekster. Een paar eeuwen geleden dachten mensen nog dat vrouwen meer op seks belust waren dan mannen – nu denken de meeste mensen het omgekeerde. En de invloed van hormonen op gedrag is bij mensen sowieso niet experimenteel te onderzoeken: „Je kunt niet kijken hoeveel mannelijk hormoon je aan een vrouw moet geven om te zorgen dat ze haar carrière belangrijker vindt dan haar huwelijk.”

Voor haar boek interviewde Jordan-Young ook 21 topwetenschappers op het gebied van hormonen en hersenen over hun methoden en technieken. Bijzonder is dat ze die anoniem opvoert, zodat ze zich vrij voelden om over elkaar en het vakgebied te spreken. In combinatie met haar literatuuronderzoek kwam ze tot een vernietigende conclusie: „De theorie dat hormonen ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ gedrag bepalen, is heel slecht onderbouwd. Wetenschappers die het hormonenverhaal toch willen vertellen, kiezen selectief de resultaten uit die hun bevallen en laten inconsistente data weg.”

Ja, Dick Swaab was één van de anonieme onderzoekers die ze heeft gesproken, zegt ze, met tegenzin. Want haar Amsterdamse toehoorders waren vrijdagmiddag opvallend kritisch, zelfs boos op de man die begin deze maand het boek Wij zijn ons brein publiceerde – ze leken opgelucht door het idee dat ze tóch hun brein niet waren. Jordan-Young was verrast door die hevige emoties, vertelde ze.

En Swaab was verrast dat hij kennelijk geïnterviewd was voor haar boek, vertelde hij zaterdag aan de telefoon. „Ik kan me haar niet herinneren; ik heb zo veel interviews gegeven. En ik heb het boek niet gezien, dus daar kan ik ook niets over zeggen.”