Bondgenoten, tot de echte politiek begint

Duitse en Nederlandse ambtenaren kunnen denken dat ze het eens zijn, maar wat blijft daarvan over als het echte spel tussen Berlijn en Parijs begint?

Nederland voelt zich „verlaten door [zijn] Duitse bondgenoten”, zei minister Jan Kees de Jager. Dat is begrijpelijk: maandenlang streed Berlijn zij aan zij met Den Haag voor het plan om overtreders van de Europese begrotingsregels volautomatische boetes te geven. En plotseling moest De Jager, als ieder ander, vorige week in een Luxemburgs vergaderoord vernemen dat de Duitsers een akkoord hadden met Frankrijk: er komen geen automatische sancties in het Stabiliteitspact. Vanavond bezegelen de regeringsleiders op de Europese top in Brussel het Frans-Duitse akkoord waarschijnlijk.

Het lijkt een incident. Maar het is de vierde keer dat Nederland met Duitsland vecht voor een sterker Pact, waarbij de één de ander op het laatst laat stikken. Mathieu Segers van de Utrechtse Universiteit ziet een patroon: „Eerst zijn de onderhandelingen financieel-technisch, en domineren de visies van de ministeries van Financiën in Berlijn en Den Haag. Maar zodra het high politics wordt, wordt de financieel-economische elite overruled door het kantoor van de bondskanselier.’’ Op zo’n moment moet Berlijn compromissen zoeken met Parijs. Dan veranderen de prioriteiten.

De eerste keer gebeurde dit bij de voorbereiding van het Verdrag van Maastricht. In 1989 ging bondskanselier Kohl, die altijd (met Nederland) vond dat een monetaire unie te riskant was als elk land politiek zijn eigen beleid kon blijven voeren, onder Franse druk overstag. Er kwam toch een monetaire unie (EMU), met een semi-automatisch sanctiemechanisme.

In 1995 presenteerde de Duitse minister Waigel een plan voor een Stabiliteitspact om de toekomstige euro stabiel te houden. Hierin stond precies wat Nederland wilde: automatische sancties voor overtreders. De twee landen vochten voor dit Pact, zegt Segers, „omdat dit de weeffout in het EMU-verdrag [Kohls semi-automatische sancties] kon corrigeren’’. Ditmaal liet premier Kok de Duitsers vallen. Hij was bang dat de Amsterdam-top, waarop dit uitonderhandeld werd, in 1997 zou mislukken. Dat zou het Nederlandse EU-voorzitterschap schaden. Daarom kwamen er geen automatische sancties in het Pact, al zou minister van Financiën Zalm lang het omgekeerde volhouden.

In 2003 overtraden Duitsland en Frankrijk de begrotingsregels. Om sancties te ontlopen, veranderden zij met steun van andere landen het Pact. Zalm was ziedend en liep naar het Europese Hof. Hij verloor, behalve op één procedurepuntje, en bleef lang tegen Berlijn razen.

Toenmalig EU-ambassadeur Ben Bot moest de Duits-Nederlandse brokken lijmen. Hij volgt de vierde demarche van Nederland met interesse. „Nederland gaat er altijd vanuit dat Duitsland strak vasthoudt aan de bescherming van de euro”, zegt hij. „Maar Duitsland laat zich snel door Frankrijk meeslepen, zeker nu president Sarkozy nadrukkelijk aanwezig is.’’

Den Haag, zo vindt Bot, „moet beter contact houden met Berlijn. Dan kun je deze scenario’s van tevoren uitschetsen. Maar dat doen wij niet. Dus achteraf is het bij ons altijd: ojee, ojee.’’