Zelf hebben ze geen profiel op Facebook

Regisseur Fincher en scriptschrijver Sorkin weten weinig over sociale netwerken.

De film draait voor hen vooral om de clash tussen de nieuwe en oude wereld.

Facebook-oprichter Mark Zuckerberg, gespeeld door Jesse Eisenberg in de film The Social Network. Foto AP FILE - In this publicity file image released by Columbia Pictures, from left, Andrew Garfield, Joseph Mazzello, Jesse Eisenberg and Patrick Maple are shown in a scene from "The Social Network." Movie fans are spending some face time with a story about the founders of Facebook. "The Social Network," a drama about the quarrelsome creation of the online juggernaut, debuted as the No. 1 weekend film with US$23 million. (AP Photo/Columbia Pictures, Merrick Morton, File) NO SALES
Facebook-oprichter Mark Zuckerberg, gespeeld door Jesse Eisenberg in de film The Social Network. Foto AP FILE - In this publicity file image released by Columbia Pictures, from left, Andrew Garfield, Joseph Mazzello, Jesse Eisenberg and Patrick Maple are shown in a scene from "The Social Network." Movie fans are spending some face time with a story about the founders of Facebook. "The Social Network," a drama about the quarrelsome creation of the online juggernaut, debuted as the No. 1 weekend film with US$23 million. (AP Photo/Columbia Pictures, Merrick Morton, File) NO SALES AP

Geen van de makers van The Social Network heeft een profiel op Facebook. „In mijn positie heb je eerder te veel vrienden”, zegt acteur en popster Justin Timberlake in Parijs, waar de film wordt gepromoot. Timberlake speelt de verleidelijke internetschavuit Sean Parker. „Als publiek persoon geef je de weinige privacy die je nog hebt, niet zomaar weg”, vult acteur Jesse Eisenberg aan, die Facebook-oprichter Mark Zuckerberg speelt.

Alleen scriptschrijver Aaron Sorkin opende voor zijn research onder valse naam een Facebookaccount. „Binnen enkele weken meldde zich al een oude vriendin van mijn zus die contact wilde. Ik dacht dat ik anoniem was”, aldus Sorkin, die zijn profiel meteen sloot.

Eigenlijk weten ze dus weinig van sociale netwerken, geven ze vrijmoedig toe. Ze wilden er ook niet tegen waarschuwen, zegt regisseur David Fincher. „Deze film is niet mijn China Syndrome” – een bijna-rampenfilm uit de jaren zeventig tegen kernenergie. Volgens Fincher – die Zuckerberg een visionair genie noemt dat zich terecht van iedereen ontdeed die Facebook in de weg stond – draait het eerder om een clash tussen de nieuwe en de oude wereld.

Fincher: „Harvard is een metafoor. Daar verzamelt zich de oude elite van Amerika, belichaamd door de roeiende broertjes Winklevoss. Jonge ‘captains of industry’ die in de traditie van Henry Ford een idee hebben, een lopende band bouwen, personeel trainen, hun product op de markt zetten. De ‘Harvard Way’. En je hebt een eenzame hacker die zonder geld of vrienden in zijn slaapkamer het succesvolste product lanceert dat sinds Google. Geen kant-en-klaar product. Zuckerberg zet Facebook op internet en vraagt de gebruikers: vertel maar hoe jullie het willen, dan pas ik het aan. Het is als mode, het eindigt nooit, zeggen we in de film. In die continue relatie tussen maker en gebruiker werd Facebook tientallen miljarden dollars waard.”

En dat is hoogst ironisch, omdat diezelfde Zuckerberg in de echte wereld nauwelijks normale relaties had, vult scriptschrijver Aaron Sorkin aan. Hij vindt het geen toeval dat de negentienjarige student Mark Zuckerberg in 2003 geobsedeerd raakte door wat toen nog TheFacebook heette. „We hebben het over een zeer verlegen, sociaal extreem onhandige jongen die zijn neus tegen het glas drukt waarachter het leven zich afspeelt. Die boos is, zich voorstelt dat het overal beter, cooler en leuker is dan in zijn slaapkamer. ”

Zo gaat The Social Network wel én niet over Facebook. De website fungeert in de film als een soort MacGuffin, zoals Hitchcock dat noemde: een pot goud waar iedereen op jaagt, die het plot voortdrijft, maar waar je verder niets over hoeft te weten. Maar tegelijk is er die parallel tussen de semi-autistische Zuckerberg en Facebook.

Regisseur David Fincher vindt het onzinnig communicatie op internet kwaadaardig, hol of treurig te noemen. Als informatieforum is het „vreselijk nuttig” – en vreselijk onbetrouwbaar. „Nergens is de dichtheid aan moerasgas hoger. Wil je desinformatie, ga op internet. Wil je tijd verdoen met gebabbel over niets en nepcontact, ga op Facebook of Twitter. Het is echt zielig als je zegt: ik praat met mijn beste vrienden op Facebook. Maar dan denk ik terug aan mezelf toen ik zestien jaar was en de hele dag aan de telefoon hing. Wat doe je? Oh, niets. Wat doe jij? Ook niets.”

Maar heffen sociale netwerken de eenzaamheid dan niet op? Integendeel, denkt Sorkin. „Wat geacht wordt ons samen te brengen, doet het tegenovergestelde. Socialiseren via internet staat tot echt contact zoals realityshows staan tegenover de realiteit. Het is performance, show. Stel, een meisje zet op Facebook: Meidenavond gehad. Vijf chocoladetoetjes! Morgen extra zweten in de sportschool! Gaat dat over haarzelf? Welnee, ze heeft zichzelf heruitgevonden als Ally McBeal of Carry Bradshaw. Single meisje dat dapper haar weg vindt in de grote stad.”

Het is geen contact, het is een karakter verzinnen en net doen alsof je dat zelf bent. Een triest soort narcisme, vindt Sorkin, die de drempel naar echt contact eerder hoger maakt.

Niet minder zorgelijk acht Sorkin het vrijwillig opgeven van privacy om maar interessant te zijn, veel cyberfans en Twittervolgelingen te krijgen. „Sociale netwerken zijn een experiment waarvan we de uitslag pas over enkele decennia opmaken. Ik kan me niet voorstellen dat die gunstig is.”