Jason W. typeert zichzelf als vrij naïef

Een redelijk naïeve jongen die met zijn extreme ideeën vooral indruk wilde maken op de andere leden van de zogenoemde Hofstadgroep. Zo omschreef Jason W., een van de zeven terreurverdachten in de Hofstadgroep-zaak, zichzelf vanochtend. Hij sprak, tijdens het hoger beroep dat voor de tweede keer dient, openlijk over de periode voor zijn aanhouding in 2004.

Het beroep draait wederom om de vraag of de Hofstadgroep een criminele organisatie was die het plegen van misdrijven tot doel had. Ja, oordeelde de rechtbank vier jaar geleden. Nee, zei het Haags gerechtshof twee jaar later. De Hoge Raad verwierp deze beslissing en stuurde de zaak terug.

Van de zeven verdachten is alleen Jason W. aanwezig. Hij gooide bij zijn aanhouding in 2004 een handgranaat naar de politie. Het gooien van de handgranaat gebeurde in de emotie, zei W. vanmorgen. „Het was onacceptabel en niet rechtvaardig.”

Jason wierp de aanklacht, dat hij lid was van een criminele organisatie verre van zich. „Ik had geen enkel idee dat we een organisatie vormden.”

Jason nam ruim een week geleden in een publieke brief al afstand van zijn extreme ideeën.

De afgelopen twee jaar heeft hij zich in de streng bewaakte terroristenafdeling van de gevangenis in Vught, verdiept in geschiedenis en wetenschap. Hij ontdekte, vertelde hij vanmorgen, dat de islam weliswaar stelt de absolute waarheid in pacht te hebben, maar dat dat op geen enkele wijze kan worden bewezen. „Ik accepteer het gezag van de islamitische schriftgeleerden niet. Ik accepteer alleen het gezag van het verstand en de wetenschap.”