CDA mijdt stevig debat met Wilders

Op het congres had de CDA-top beloofd ook het geluid van de kritische leden te laten horen. Maar de nieuwe fractievoorzitter „blijft zitten”.

Rutte tijdens het debat vanochtend. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 27 oktober 2010 Regeringsverklaring en Algemene Politieke Beschouwingen. Premier Rutte geeft antwoord op de kamervragen uit de eerste termijn. foto © Roel Rozenburg
Rutte tijdens het debat vanochtend. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 27 oktober 2010 Regeringsverklaring en Algemene Politieke Beschouwingen. Premier Rutte geeft antwoord op de kamervragen uit de eerste termijn. foto © Roel Rozenburg

Samenwerken met de oppositie? Vooralsnog blijkt daar weinig van in het debat over de regeringsverklaring. Een „feest voor de democratie” dan, zoals PVV-leider Geert Wilders de omgang van het minderheidskabinet met het parlement noemt? Ook dat nog is niet duidelijk. Wel dat het CDA nog altijd de achilleshiel is van deze coalitie.

Op een tumultueus CDA-congres had de partijtop de achterban een stevig debat met Wilders beloofd. Maar gisteren bleef CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma stil, ook toen Wilders wees op „het probleem” dat „je nooit weet” wanneer een moslim besluit dat het geloof hem opdraagt de waarheid te verhullen.

Het is waar: toen premier Rutte (VVD) de regeringsverklaring voorlas, op de eerste van twee dagen Algemene Politieke Beschouwingen, reikte hij de hand naar de oppositie. Hij sprak over „veel ruimte” voor samenwerking met álle fracties in de Tweede Kamer. Maar later op de dag, toen de nieuwe VVD-fractievoorzitter Stef Blok hoekig en scherp vragen van de oppositie beantwoordde, kwam de oppositie tot een conclusie die D66-leider Alexander Pechtold verwoordde als: „Het lijkt een handreiking waarbij in ieder geval door de heer Blok vier vingers worden teruggetrokken.”

Ook over Wilders leven vragen over zijn bereidwilligheid zaken te doen met andere dan de coalitiepartijen. Ja, hij kondigde verheugd het einde aan van „de oude Haagse gewoonte dat de Kamer slechts functioneert als stempelmachine”. En daarbovenop: „Het debat is terug waar het thuis hoort. Hier in dit huis.”

Maar hij zei ook: „Waar links verliest, wint Nederland.” En: „De handelaren in zure druiven en gare rapen mogen vandaag nog even pruttelen, tot ze een ons wegen.” De progressieve partijen staan „huilie huilie te doen” op de gang.

Dat klinkt niet als de taal van iemand die graag zaken doet met de oppositiepartijen. En veel kritiek op de regeringspartijen, zo bleek in het debat, kan ook niet van hem worden verwacht. Wilders verheugde zich over het „meest rechtse kabinet sinds tijden”, dat hij kwalificeerde als „het licht aan het einde van de tunnel”.

Niet vreemd al dat gejubel, meende de oppositie. Al levert de PVV geen bewindslieden, de partij heeft de werkelijke macht in handen. Emile Roemer (SP) vatte het kernachtig samen: schaduwpremier Geert Wilders trekt aan de touwtjes en „vak K regeert, maar vak G regisseert”. Pechtold: „De echte leider van dit kabinet, de gedoger, de gijzelnemer of hoe je hem ook wilt noemen, zit natuurlijk daar. Het is Wilders.”

Dat was ook de voornaamste vrees van een belangrijk deel van de CDA-achterban. Van Haersma Buma, de nieuwe fractievoorzitter, sloeg zich redelijk door de aanvallen die hij tijdens zijn spreektijd te verduren kreeg. Zijn moeilijkste moment kwam pas later, toen hij rustig in de bankjes zat. Te rustig, naar het oordeel van Pechtold. Waar was Van Haersma Buma gedurende de bijdrage van Wilders, vroeg de D66-leider zich af. Waarom had hij niet één kritische vraag gesteld? De CDA-fractie in de Kamer zou toch óók het geluid van de tegenstanders onder de CDA-leden vertolken? Pechtold draaide zijn hoofd richting Van Haersma Buma, en vroeg hem, recht in het gezicht: „Waar was u toen mensen wederom gediscrimineerd werden?” Om te concluderen: „U blijft zitten.”

De paspoortaffaire van staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA) bleek voor Wilders geen hoofdzaak meer. Hij vroeg de bewindsvrouw nog wel haar Zweedse paspoort in te leveren, „een principiële zaak voor de PVV”. waarop Halsema hem vroeg of hij soms bang is voor de „scandinavisering van Nederland”. Maar het vormde geen aanleiding meer voor stevig debat.

Die reserveerde de oppositie voor de christen-democraten, voor hun keuze om met de PVV samen te werken. D66 en GroenLinks kapittelden de VVD vanwege het gemis aan ingrijpende hervormingen, de SP en, in mindere mate, de PvdA, liepen te hoop tegen de harde uitwerking van de bezuinigingsplannen voor de onderklasse van de samenleving. Cohen herinnerde aan een televisie-uitzending tijdens de verkiezingscampagne waarin Rutte woedend had gereageerde op de suggestie dat een bijstandsgerechtigde vrouw er 160 euro op achteruit zou gaan met de VVD aan het roer. „Razend zelfs.” Inmiddels is zeker dat de bijstand inderdaad „fors omlaag gaat”, zoals Cohen zei. Bij premier Rutte is van razernij nu geen sprake meer.