Simonis moet bij proces getuigen

Het voormalig hoofd van de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk, kardinaal Simonis, moet onder ede getuigen in een zaak rond kerkelijk seksueel misbruik. Dat heeft de rechtbank Middelburg bepaald op verzoek van de advocaat van een misbruikslachtoffer.

Ook andere hoge kerkelijke leiders worden gehoord. Onder hen bisschop Hans van den Hende van Breda en een van zijn voorgangers, oud-bisschop Huub Ernst. De datum van het voorlopig getuigenverhoor wordt later vastgesteld. De Kerk heeft zich juridisch niet verzet tegen het verhoor.

De advocaat van slachtoffer Dave ten Hoor uit Terneuzen eist een schadevergoeding van het bisdom Breda. Het bisdom was de werkgever van een pater die in de jaren 70 en 80 minderjarige jongens, onder wie Ten Hoor, seksueel misbruikte. Het gaat om pater Jan N., lid van de congregatie van salesianen van Don Bosco. De politie pakte hem in 1979 op voor het misbruiken van jongens in Rijswijk. Dat ligt in het bisdom Rotterdam, waar Simonis toen bisschop was. De pater bekende, maar justitie seponeerde zijn zaak in 1980.

In 1984 ging de pater aan de slag als pastoor in Terneuzen, in het bisdom Breda. In 1990 werd hij voor ontucht met drie minderjarige jongens, onder wie Ten Hoor, veroordeeld.

Advocaat Martin de Witte, die Ten Hoor vertegenwoordigt, wil bewijzen dat het bisdom Breda nalatig is geweest. Volgens hem was binnen de Kerk het misbruik van de pater bekend. Desondanks werd de pater overgeplaatst naar Terneuzen. Uit het getuigenverhoor moet duidelijk worden wat het bisdom wist van het misbruik in Rijswijk. De advocaat wil ook de pater zelf horen.