Lekken in open wereld

De container geheime documenten die de klokkenluiderswebsite WikiLeaks zaterdag op internet uitstortte, biedt geen compleet nieuw perspectief op de oorlog in Irak. Maar de circa 391.000 rapporten en rapportjes versterken in detail het negatieve beeld van een hopeloze oorlog die tussen 2004 en 2009 aan 109.000 mensen het leven kostte, van wie bijna tweederde gewone burgers.

Zo blijken de treiterijen en folteringen in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad nog maar betrekkelijk milde uitwassen te zijn geweest. De Iraakse autoriteiten hebben zich veel schandelijker gedragen, nota bene onder toeziend oog van Amerikanen. Politiek is het interessant om nu aan de hand van de documenten te kunnen zien dat Iran inderdaad een actieve rol heeft gespeeld in de Iraakse burgeroorlog. Ook de wetteloosheid, waardoor de huurlingenlegers van particuliere beveiligingsbedrijven als Blackwater volstrekt ongestoord en ongestraft hun gang konden gaan, kan nu dankzij WikiLeaks in schrillere kleuren worden geschetst.

WikiLeaks zelf doet dat niet. De site beperkt zich tot het verzamelen en publiceren van allerlei primaire bronnen, die door hun militair operationele karakter vertrouwelijk zijn en slechts clandestien kunnen worden verkregen.

WikiLeaks doet zo wat de Amerikaanse ambtenaar Daniel Ellsberg, die in de jaren zestig in Vietnam had gezeten en op de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken gewerkt had, in 1971 deed door zijn zogeheten ‘Pentagon Papers’ te publiceren. Voor de toenmalige regering van president Nixon waren de Pentagon Papers een traumatische ervaring. President Obama reageert tot nu toe een slag terughoudender. Maar het zit hem natuurlijk wel hoog.

Die emotie is op zichzelf niet onzinnig. In de vorige massapublicatie van vertrouwelijk materiaal over Afghanistan liet WikiLeaks na om namen onleesbaar te maken. Individuele mensen lopen daardoor nu concreet fysiek gevaar.

Dit keer lijkt de klokkenluiderssite dat wel gedaan te hebben. Maar dat neemt niet weg dat de jongste Irakproductie slachtoffers kan eisen. WikiLeaks wekt niet de indruk zich daardoor te laten weerhouden. De Australiër Assange, de drijvende kracht achter de site die zich schuilhoudt uit angst voor de autoriteiten van de VS, lijkt soms ook een maniak. Dat beeld doemt vaker op bij mensen die heilig geloven in hun eigen missie en geen tegenspraak dulden.

Maar al die twijfels over de motieven en zorgvuldigheid van WikiLeaks doen weinig af aan de kern van de zaak. En die is dat de site in staat blijkt om authentieke documenten te verzamelen en te distribueren. Het mag dan ruw materiaal zijn dat, zonder context, weinig zeggingskracht heeft. Het zijn wel waardevolle bronnen die de autoriteiten niet willen prijsgeven maar relevant zijn voor het brede publiek.

Tegen de kale feiten kan een democratische samenleving geen bezwaar hebben. Het gaat erom hoe die maatschappij omgaat met die feiten. Wie de feiten clandestien wil houden, bewijst die open samenleving juist een slechte dienst.