Nederland-Servië 45-8, België-Schotland 35-9

Nederland en België domineren als altijd op het EK in Rotterdam. Maar beide landen hopen dat zij in de toekomst betere tegenstanders treffen.

Heel korfballend Europa weet het eigenlijk al. Komende zondag staan Nederland en België tegenover elkaar in de finale van het Europees kampioenschap in Rotterdam. De twee ploegen zullen iedere wedstrijd met grote cijfers winnen, de finale in Ahoy is een herhaling van die van 2006.

De andere veertien ploegen zijn niet meer dan toernooivulling en mogen strijden om het brons.

Desondanks zaten er gisteren bijna 300 toeschouwers in de topsporthal in Tilburg voor de confrontatie tussen Catalonië en Polen, respectievelijk de nummer 8 en 17 van de wereldranglijst. Met een eindstand van 23-5 waren de Catalanen nog mild voor de Poolse ploeg. Samen met de Belgen spelen ze komende week tegen Portugal en Tsjechië om een plek in de halve finales.

„Het is goed dat er zestien ploegen met dit EK meedoen”, zegt Tilbert La Heye, de Nederlandse bondscoach van Catalonië. „Want met dit grote toernooi zorg je ervoor dat alle ploegen tegen kwalitatief goede tegenstanders spelen. Daarnaast maak je de sport in Europa groter.”

Maar uitslagen als 45-8 (Nederland-Servië) en 35-9 (België-Schotland), is dat nu de juiste manier om korfbal internationaal op de kaart te zetten? Volgens de voorzitter van de internationale korfbalfederatie (IKF) Jan Fransoo moet de sport zich gewoon wat verder ontwikkelen. „De introductie hebben we inmiddels achter de rug, nu moet de opzet van nationale competities zorgen voor een kwaliteitsimpuls.”

Fransoo beaamt dat er grote verschillen zijn in het korfbal. Nederland en België zijn verreweg het beste. Het verschil tussen de top-8 van de wereld, wat allemaal Europese landen zijn, en de rest is ook nog erg groot. Fransoo: „Wel hebben al 57 landen zich bij de IKF aangesloten, waaronder China en India. Als we daar voet aan de grond krijgen, zal het aantal korfballers sterk toenemen.”

Het beste korfbal wordt nu in Nederland gespeeld. De Korfbal League is met afstand de beste competitie ter wereld. Maar de populariteit en het niveau van de gemengde sport groeit, meent IKF-voorzitter Fransoo. „Kijk maar naar het laatste WK, voor spelers onder 23 jaar. Toen stond niet België, maar Taiwan tegen Nederland in de finale. Als je de jeugd op scholen kennis laat maken met korfbal, kom je al een stuk verder. Daarnaast wordt korfbal op dit moment veel onder studenten in Turkije gespeeld. Die zullen binnenkort een kwalitatief goed team op de been kunnen brengen.”

In Spanje wordt korfbal alleen in en rondom Barcelona gespeeld. De Catalaanse regering investeert veel in de sport door korfbal te introduceren op scholen. De sporters krijgen tijdens grote toernooien vrij van werk of studie, zodat ze zich nu vol kunnen richten op het Europees kampioenschap.

La Heye, de trainer van het Catalaanse team, denkt echter dat de sport op een andere manier moet groeien. „Je zult als IKF keuzes moeten maken. Je kunt wel een Nederlandse scheidsrechter naar Botswana sturen, maar dat noem ik slechte ontwikkelingshulp. Investeer in minder landen, meer in kwaliteit.”

De IKF heeft nog altijd de ambitie om van korfbal een olympische sport te maken. Dan zullen er wel eerst kwalitatief betere teams moeten zijn, weet ook de bondscoach van de Nederlandse ploeg, Jan Sjouke van den Bos. „Het topsegment moet groter. Nederlandse clubs kunnen daar bij helpen door meer buitenlanders aan te trekken.” Inmiddels doen er al spelers uit Taiwan en Portugal mee in de Korfbal League, vertelt Van den Bos. Dat moeten er meer worden: „Als buitenlandse spelers wedstrijden tegen goede tegenstanders spelen, worden zij beter en gaat het niveau van hun nationale ploeg ook automatisch omhoog.” Daarnaast zouden meer Nederlandse coaches naar het buitenland moeten gaan, vindt Van den Bos.

IKF-voorzitter Jan Fransoo wil zich de komende periode blijven toeleggen op het populairder maken van zijn sport. Voor een plaats op de Olympische Spelen is echter meer nodig. Maar Fransoo heeft ook andere argumenten waarmee hij de olympische status probeert te verwerven. „Onze sport sluit perfect aan bij de olympische waarden. In het korfbal zijn mannen en vrouwen exact gelijk. Daarnaast is onze sport laagdrempelig, met een korf, een bal en een paal ben je er al. Ga maar eens na hoeveel dure elitesporten er nu aan de Spelen meedoen.”