Een robbertje vechten met premier Mark Rutte

Te midden van zijn collega’s uit het kabinet zal minister-president Rutte dinsdag de regeringsverklaring afleggen, maar het zou bijna symbolisch zijn als in ‘Vak K’ van de Tweede Kamer ook een aantal wethouders plaatsnam. Want als de voornemens van het nieuwe kabinet ergens tot uitvoer moeten worden gebracht, dan is het wel in de gemeenten. Het kabinet toont in zijn regeerakkoord zoveel fiducie in het lokale bestuur dat het grote delen van wat nu nationaal beleid is, naar het lagere overheidsniveau verschuift.

In het regeerakkoord stellen de coalitiepartners VVD en CDA dat alle overheidsbesturen zich tot hun kerntaken moeten beperken. Om vervolgens de gemeenten op te zadelen met tal van maatregelen die zij voortaan dienen te treffen. Maar niet dan nadat het kabinet op die beleidsterreinen eerst forse bezuinigingen doorvoert en ook laat weten dat de gemeenten hun taken met minder ambtenaren en met minder bestuurders moeten zien uit te voeren.

Het vertrouwen dat het kabinet-Rutte in de gemeenten blijkt te stellen, is niet op voorhand wederzijds. De voorzitter van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), Annemarie Jorritsma, die net als Mark Rutte lid is van de VVD, voorzag in NRC Handelsblad deze week „een fors robbertje vechten” met de premier. Wat dat kan inhouden, blijkt uit een brief die de VNG naar haar leden, de 430 gemeenten, heeft gestuurd. Daarin staat de suggestie dat gemeenten aan sommige majeure decentralisaties niet zullen meewerken. „Serieus heroverwegen”, heet dat in de brief.

Nu gaat dit soort dreigende taal wel vaker vooraf aan het bestuursakkoord dat een kabinet met de gemeenten pleegt te sluiten. Maar gelet op de financiële problemen waarin zij terechtkomen, doet het kabinet er wijs aan de term ‘heroverwegen’ ook op de eigen voornemens van toepassing te verklaren.

De plannen van het kabinet betreffen ingrijpende reorganisaties waarvan vele burgers de gevolgen kunnen ondervinden. Het samenvoegen van de bijstand met de uitkering voor gehandicapte jongeren (Wajong) en de arbeidsvoorziening voor mensen met een handicap (WSW) in één regeling, is daar een voorbeeld van. Dat betekent een flinke taakverzwaring voor de gemeentelijke sociale diensten.

Hetzelfde geldt voor het overhevelen van alle taken op het gebied van de jeugdzorg naar het lokale niveau. Of voor een aantal voorzieningen van de AWBZ (Algemene wet bijzondere ziektekosten) die de gemeenten voor hun rekening moeten gaan nemen.

Daar komen ogenschijnlijk kleine bezuinigingen bij. De opbrengst van de verpakkingenbelasting, waarmee gemeenten gedeeltelijk het gescheiden inzamelen van afval betalen, blijft voortaan in de zak van het Rijk. Ander voorbeeld: het geld dat een aantal gemeenten krijgt ter bestrijding van overlast door Marokkaans-Nederlandse jongeren, wordt straks niet meer uitbetaald.

Voor decentralisatie van overheidstaken naar het bestuursniveau dat het dichtst bij de bevolking staat, is veel te zeggen. Nergens worden Haagse theorieën zo helder getoetst aan de realiteit van alledag als in de gemeenten. Het kabinet moet bezuinigen, geen twijfel daarover. Maar het moet dan vooral in eigen huis kijken. Door de lasten zo op de gemeenten af te schuiven, zijn het bezuinigingen op andermans uitgaven. Dat is nogal goedkoop.