Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Woorden, woorden

Het begint in de Nederlandse politiek een gangbare praktijk te worden om iets te roepen en een poosje later verbaasd om je heen te kijken als je met je eigen woorden geconfronteerd wordt. Heb ik dat gezegd? Weet je dat wel zeker? Misschien heb ik wel iets heel anders gezegd. Ik heb in ieder geval iets heel anders bedoeld.

Drie recente voorbeelden.

VVD-leider Mark Rutte in 2007: „Nu mevrouw Albayrak deze belangrijke functie gaat bekleden en verantwoordelijk wordt voor het immigratiebeleid in Nederland, vind ik dat zij een signaal had kunnen afgeven door haar Turkse nationaliteit neer te leggen.”

Premier Rutte deze week over staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner: „Uit het feit dat ik bekend was met haar dubbele nationaliteit, kunt u afleiden dat ik het geen probleem vind.”

Rutte doet nu alsof hij nooit iets anders heeft gezegd. Ik vermoed dat hij volgende week in de Kamer zal zeggen: „Ik heb in 2007 alleen maar gezegd dat mevrouw Albayrak een signaal had kúnnen afgeven, niet dat zij het had móéten afgeven.”

Bij de Haagse PVV wilden ze deze week waarschuwen voor „de islamisering van het Haagse amateurvoetbal”. Ze stelden een „tijdelijke allochtonenstop” bij de amateurclubs voor.

Ik ben daar niet tegen, mits zo’n allochtonenstop ook uitgebreid wordt tot bijvoorbeeld het openbaar vervoer – kan ik in de spits eindelijk weer eens lekker zitten. Ook winkelbezoek zou er wat mij betreft onder mogen vallen, want het lijkt of de rijen voor de kassa steeds langer worden. Een allochtonenstop voor verzorgingshuizen lijkt me evenzeer gewenst, zeker tegen de tijd dat ik daar een kamertje ga regelen.

Maar wat zegt het Haagse gemeenteraadslid Richard de Mos nog op dezelfde dag dat hij zijn markante voorstel had gedaan? Zijn woorden waren bij nader inzien „ongelukkig gekozen, omdat het de discussie over de problemen binnen het Haags amateurvoetbal ernstig heeft vervuild”.

Ja, sorry Haagse PVV, maar zó komen we nergens. Begon ik me net te verheugen op een allochtonenstop bij de volgende verkiezingen en moet ik nu alweer horen dat de discussie per ongeluk „vervuild” is.

Helaas brengt de grote leider het er niet veel beter af. Dat Geert Wilders zich voor zijn rechters beriep op zijn zwijgrecht was zijn „goed recht”, maar het maakte geen sterke indruk voor iemand die zegt de vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel te hebben. Zijn advocaat maakte het er gisteren niet beter op met zijn verklaring dat Wilders zijn gewraakte uitspraken „ontkent noch bevestigt”.

Volgens Moszkowicz bestaat er onduidelijkheid over de precieze bewoordingen die Wilders ten laste worden gelegd. „Niet alle interviews zijn geautoriseerd.” Reden te meer, zou je zeggen, om met de verdachte geval voor geval na te gaan waar hij wél en niet juist geciteerd is. Op die manier had de rechtszitting één grote rechtzetting kunnen worden. „Een tsunami van islamisering? Welnee, edelachtbare, ik heb gezegd een tiramisu van…”

De rechter had dan ook even kunnen vragen: „Uw advocaat zegt dat nu wel, maar kunt u ons opgeven in welke gevallen u destijds op rectificatie in de pers heeft aangedrongen?”

Wilders had dan misschien met zijn mond vol tanden gezeten, maar het voordeel van zwijgrecht is dat je zoiets niet merkt.