Wilders benoemt de ellende en de elite ontkent het

Laat Geert Wilders het maar niet horen. In de Remonstrantse Kerk aan het Museumpark in Rotterdam organiseerden cultuurcentrum Arminius en de Erasmus Universiteit woensdagavond een volledig gesubsidieerde workshop om hoogopgeleide, linkse mensen PVV-retoriek te leren bestrijden. Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de TU Delft, beet de spits af met een analyse van Wilders’ debattechnieken.

Laat Geert Wilders het maar niet horen. In de Remonstrantse Kerk aan het Museumpark in Rotterdam organiseerden cultuurcentrum Arminius en de Erasmus Universiteit woensdagavond een volledig gesubsidieerde workshop om hoogopgeleide, linkse mensen PVV-retoriek te leren bestrijden.

Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de TU Delft, beet de spits af met een analyse van Wilders’ debattechnieken. Het komt neer op framing, zei De Bruijn, die hier het boek Geert Wilders in debat (2010, Boom Lemma Uitgevers) over schreef.

Monopolie op emotie

Framing is volgens de Bruijn een soort “mal die je over een discussie heen legt”. Een PVV-Kamerlid begint volgens hem altijd met concrete problemen, bijvoorbeeld een bedreigde buschauffeur. Dan zegt hij: dit is geen toevalligheid, het heeft te maken met de aard van de islam. Als een linkse politicus vervolgens in ‘de mal van de buschauffeur’ stapt en zegt dat niet alle Marokkanen bussen onveilig maken, blijft bij de toehoorder slechts één ding hangen, aldus De Bruijn. “Meneer Wilders benoemt de ellende en de elite staat het te ontkennen.”

Ook populair bij de PVV: het noemen van oplossingen die in redelijkheid onhaalbaar zijn. Die zijn electoraal heel aantrekkelijk, weet de hoogleraar. En al die mensen die daar tegenin gaan, bevestigen volgens hem dat het voor hen geen echt probleem is. “Goede frames geven de essentie weer, waar mensen warm van worden. Een goed frame is niet alleen een goede oneliner, maar gaat ook om de vraag: blijft het hangen, slijt het in?” Denk maar aan asociaal gedrag: daar kun je nog zoveel jongerencoaches en buurthuizen op zetten, het debat is verloren als Wilders het etiket ‘straatterroristen’ erop plakt. Wilders wint volgens De Bruijn omdat hij “de woede van de mensen” verwoordt. “Daar tegenover staan de ratio en abstractie van zijn tegenstanders. Waarom gunnen we hem het monopolie op de emotie?”

Straatterroristen

De proef op de som dan maar. Het publiek werd door De Bruijn uitgenodigd om in debat te gaan met een PVV-Kamerlid. Geen echte, maar één in de hoedanigheid van acteur Arjan Kindermans – absoluut geen fan van Wilders, maar wel bedreven in zijn retoriek. Stuk voor stuk sloeg de acteur zijn tegenstanders om de oren met ‘politieke elites die volkomen de weg kwijt zijn’ en hartenkreten uit zijn denkbeeldige mailbox.

Een man riep hem op nu eens een echte probleemanalyse te geven. Een schot voor open doel, zo bleek. “In de Gasperilaan te Utrecht is een bejaardentehuis, waar ouderen op de stoep worden lastiggevallen door straatterroristen op scootertjes, of eigenlijk moslimkolonisten. Nu staat er voor dat bejaardentehuis een hek. Dus in plaats van de intifada te bestrijden, worden ouderen opgesloten.” De man lachte het weg. Dit zijn toch geen echte problemen, wierp hij tegen. “Over vijftig jaar zijn de zeeën leeggevist en is de olie op. Maar u wilt investeren in futiele problemen.” De acteur maakte een voltreffer: “Dus u noemt het lastigvallen van bejaarden een futiliteit?! Het gaat hier om mensen die ons land hebben opgebouwd!”

De agenda

Een mevrouw uit de zaal merkte op dat er helemaal geen sprake van uitwisseling van argumenten was. “Het was geen debat”, riep ze verontwaardigd. De acteur gaf dat ruiterlijk toe. “Volgens mij hoort dat bij het type dat ik hier neerzet.” De Bruijn vatte de conflicten als volgt samen: “Het concrete wint het van het abstracte. De PVV’er zet uiteindelijk de agenda.”