Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Onderwijs

Wie heeft nog overzicht op mega-hbo's?

De Onderwijsinspectie onderzoekt alternatieve afstudeerroutes op 32 hogescholen.

Is schaalvergroting oorzaak van de gebrekkige regie ?

rotterdam,4/7/00. vanaf 6juli wordt fase 1 van het oceanium in diergaarde blijdorp opengesteld voor publiek. de bezoekers kunnen hier een ontdekkingsreis maken, beginnend bij de schotse noordzeekust dwars door de atlantische oceaan naar het caraibisch gebied. foto leo van velzen/nrc.hb.
rotterdam,4/7/00. vanaf 6juli wordt fase 1 van het oceanium in diergaarde blijdorp opengesteld voor publiek. de bezoekers kunnen hier een ontdekkingsreis maken, beginnend bij de schotse noordzeekust dwars door de atlantische oceaan naar het caraibisch gebied. foto leo van velzen/nrc.hb. foto leo van velzen

„Een wedstrijdje ver plassen tussen schoolbestuurders.” Zo omschreef minister Marja van Bijsterveldt (CDA, Onderwijs) vorige maand in de Tweede Kamer de fusiegolf in het hoger beroepsonderwijs die rond de eeuwwisseling op gang kwam. Gevolg: megahogescholen met tienduizenden studenten, verspreid over diverse locaties.

Van Bijsterveldt kwam tot haar kleurrijke uitspraak in een spoeddebat over de onregelmatigheden bij het verstrekken van diploma’s op de hogeschool InHolland. Het college van bestuur van die instelling was niet op de hoogte van de alternatieve afstudeerroute bij de opleiding media en entertainment management. De vraag was, aldus Van Bijsterveldt, of schoolbestuurders in hun fusiewoede geen onbestuurbare kolossen hadden gecreëerd.

De tussenrapportage over alternatieve afstudeerroutes die de Onderwijsinspectie dinsdag presenteerde, zal haar zorgen niet hebben weggenomen. De inspectie schrijft: „Binnen negen van de elf instellingen die alternatieve afstudeertrajecten voor langstuderende studenten aanbieden, wordt daarover geen verantwoording afgelegd aan het college van bestuur. Omdat deze trajecten slecht gedocumenteerd zijn, is dit niet aanvaardbaar.” Niet alleen bij InHolland ontbreekt dus de regie.

De inspectie stelt nader onderzoek in naar bijzondere afstudeertrajecten bij 32 hogescholen en twee universiteiten. Aan ten minste 2.180 getuigschriften die de afgelopen vijf jaar zijn uitgereikt, zit een luchtje. Totdat de inspectie hierover in april 2011 rapporteert, hangt er een vraagteken boven sommige hbo-diploma’s.

Doekle Terpstra, voorzitter van hogescholenkoepel HBO-raad, maant tot kalmte. „Ten eerste: ik wil de signalen die de Onderwijsinspectie afgeeft niet bagatelliseren. Dit is in potentie een zeer ernstige kwestie. Maar belangrijk is dat er nog niets bewezen is: de inspectie kondigt verder onderzoek aan. Laten we vooral wachten op de uitkomst daarvan, voordat we verstrekkende conclusies trekken over het hoger onderwijs in Nederland.”

Het hbo blijft niet op de handen zitten tot de lente van 2011, verzekert Terpstra. „We gaan vandaag met elkaar om de tafel zitten om te bekijken of we naar aanleiding van dit rapport nu al actie moeten ondernemen, of dat het toch beter is dat we het eindrapport van de inspectie afwachten.”

De opmerking van Van Bijsterveldt over plassende schoolbestuurders vond Terpstra niet leuk. „De minister doet mee aan een rondje populair praten. Daarmee doet ze de sector tekort. Ze moet zich wel realiseren wat de impact van dit soort woorden is.”

Terpstra was niet alleen ontstemd over de toon van Van Bijsterveldt. Ook inhoudelijk vond hij haar bijdrage onder de maat. „Want het is natuurlijk de politiek geweest die de fusies in het hoger beroepsonderwijs in gang heeft gezet. Het hbo moet alsmaar meer studenten opnemen en wordt daarom gedwongen door schaalvergroting efficiënter en dus goedkoper te gaan werken.”

En daarbij komt, zegt Terpstra, dat grote scholen niet per se slechte scholen zijn. „Wij onderzoeken regelmatig de tevredenheid onder studenten. Bij de scholen die het best scoren, zitten ook instellingen met meer dan 15.000 studenten. En bij de scholen die het het slechtst doen, zitten een paar kleine pabo’s. Kleiner is dus niet altijd beter. Daarvoor is geen bewijs.”

Maar hoe bewaak je op een hogeschool met vele tienduizenden studenten de kwaliteit van het onderwijs en garandeer je de waarde van de diploma’s? Marcel Wintels, voorzitter van het college van bestuur van Fontys, legt uit hoe hij de kwaliteitszorg heeft ingericht. „Wij zijn een heel grote school, maar ook heel plat. Direct onder het college van bestuur staan dertig afdelingen, die meerdere keren per jaar tijdens gesprekken direct verantwoording aan ons afleggen. Zo zitten we er dicht bovenop.”

Het is heel belangrijk, zegt Wintels, om een grote school kleinschalig te organiseren. „Anders voelen docenten zich vreemden binnen hun eigen werkomgeving. En daardoor verdwijnt hun besef van verantwoordelijkheid. Professionals moet je de ruimte geven om hun werk te doen en zelf beslissingen te nemen. Het bestuur moet er op toezien dat dit goed gebeurt.”

Het opknippen van de huidige grote hogescholen in kleinere eenheden is volgens Wintels onwenselijk. „Ik geloof niet in de romantiek van het kleine schooltje. Schaalvergroting brengt veel voordelen met zich mee.”

Guy Hendricks, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), is ook nog niet zover dat hij afscheid wil nemen van de „leerfabriek”. „Op grote scholen kan de kwaliteitszorg ook in orde zijn. Maar er zijn natuurlijk wel signalen dat het vaak niet goed gaat: talloze studenten verdrinken in de anonimiteit van hun school. Daar moet wat aan gebeuren. Als blijkt dat de omvang van een onderwijsinstelling onderdeel is van het probleem, dan moet er uiteindelijk wel worden ingegrepen.”