Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

'We zoeken Mladic echt, maar het lukt niet'

Ratko Mladic is nog niet gepakt maar Servië hoopt maandag wel een belangrijke stap te zetten richting een lidmaatschap van de Europese Unie.

Serbia's war crimes prosecutor Vladimir Vukcevic speaks during a press conference on May 10, 2010, in Belgrade. Serbia has uncovered a mass grave believed to contain the bodies of some 250 ethnic Albanians killed during the 1998-1999 conflict in Kosovo, its war crimes prosecutor told AFP. Exhumation is expected to begin soon, after the number of victims was estimated from witnesses statements and analysis of aerial photographs. AFP PHOTO / Andrej ISAKOVIC
Serbia's war crimes prosecutor Vladimir Vukcevic speaks during a press conference on May 10, 2010, in Belgrade. Serbia has uncovered a mass grave believed to contain the bodies of some 250 ethnic Albanians killed during the 1998-1999 conflict in Kosovo, its war crimes prosecutor told AFP. Exhumation is expected to begin soon, after the number of victims was estimated from witnesses statements and analysis of aerial photographs. AFP PHOTO / Andrej ISAKOVIC AFP

Maandag beslissen de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU of de Servische aanvraag om kandidaat-lid te worden, in behandeling wordt genomen. Alleen EU-lid Nederland is daar tegen. De regering en Tweede Kamer willen dat iedere stap in de toenadering van Servië afhangt van de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal.

„Twijfel niet aan de haast onmenselijke inzet waarmee we aan zijn opsporing werken”, zegt Vladimir Vukcevic, de Servische aanklager voor oorlogsmisdaden. Hij is sinds 2006 leider van het team voor de opsporing van Ratko Mladic en Goran Hadzic, de twee hoogste nog voortvluchtige verdachten. Vukcevic markeert meerdere beginpunten in de zoektocht naar Mladic. Eerst, vijftien jaar geleden, werd hij officieel beschuldigd van genocide bij Srebrenica. Meer dan tien jaar later, in 2006, begonnen de autoriteiten naar hem te zoeken. Toen werd ook het team gevormd waarover Vukcevic de leiding heeft. Maar het échte zoeken, zegt Vukcevic, begon pas halverwege 2008, na het aantreden van de huidige regering. „Achteraf zie ik dat ook ik voor die tijd werd gemanipuleerd. We voelden dat, maar konden het niet bewijzen. Het hoofd van de inlichtingendienst BIA, Rade Bulatovic, tot dan een van de zes leden van het team en benoemd door de vorige premier, hield veel achter.”

Zoals waar Mladic zich bevond?

Vukcevic lacht en antwoordt met een voorbeeld. „In februari 2006, nog voor het actieteam werd gevormd, was Mladic binnen handbereik. Toen is een catastrofale fout gemaakt. Bulatovic arresteerde het netwerk om Mladic heen. Voor Mladic was dat een sein om zich uit de voeten te maken. Na een vergelijkbaar incident begon ik steeds sterker aan Bulatovic te twijfelen. Uit eigen bronnen, dus niet via de veiligheidsdiensten, hoorden we bijvoorbeeld dat verdachte Stojan Zupljanin zich in de stad Nis bevond. Kort voor de omsingeling van het huis informeerde ik twee mensen, een daarvan was Bulatovic. Toen we het huis bestormden bleek uit alles dat Zupljanin net in grote haast was vertrokken. De computer stond nog aan, er lag een kladblok open met namen van medewerkers. Met behulp daarvan hebben we hem later alsnog kunnen pakken. Bulatovic informeerde intussen achter mijn rug om hoe ik aan de informatie over Zupljanin kwam.”

Nu hebt u een regering die meewerkt en geen last meer van Bulatovic. Waarom is Mladic nog niet opgepakt?

„Dat kan ik niet zeggen. Wel dat wij er dag en nacht aan werken. We kunnen zijn bewegingen haast tot in het heden reconstrueren.”

Betekent dat dat u weet waar hij zich gisteren bevond?

„Nee. Dan hadden we hem gepakt. We zijn dichtbij, maar niet zó dichtbij.”

Voor Nederland weegt het oordeel van de hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal, Serge Brammertz, zwaar. Brammertz liet vorige week tijdens een bezoek aan de Tweede Kamer blijken dat hij er voorstander van is dat de koppeling tussen EU-toetreding en het opsporen van oorlogsmisdadigers niet wordt losgelaten.

„Daarmee doet hij politieke uitspraken”, vindt Vukcevic. Brammertz en de Nederlandse parlementariërs hebben volgens hem geen reden aan zijn werk te twijfelen. „Brammertz weet dagelijks precies wat we doen. Zijn vertegenwoordiger zit in ons team en is getuige van alle operaties. Hij kan het onderzoek direct beïnvloeden. Zijn suggesties worden snel opgevolgd. Wij voelen meer haast dan hij. Voor ons raakt de tijd op. In feite zijn wij, in Servië, in morele, economische en politieke zin gijzelaars van Mladic. We willen die strop om onze nek graag losser maken door hem te arresteren. Dat is onze verplichting ten opzichte van de slachtoffers van Srebrenica, de grootste massaslachting sinds de Tweede Wereldoorlog.”

Misschien wilt u wel, maar is er gebrek aan politieke wil. U zegt zelf dat u in moeilijke omstandigheden werkt, met tegenwerking van geheime diensten.

„De politieke wil is er nu wel. Dat schrijft Brammertz zelf ook en dat is het cruciale verschil met de situatie tot en met 2007. Maar ik begrijp het Nederlandse parlement best. Het werk is niet af.”

Wellicht maakt steun uit het buitenland voor uw werk en druk op uw regering uw taak dan toch gemakkelijker?

„Nee, eerder het tegenovergestelde. De conservatieve antitribunaal- en anti-EU-lobby hier is ontzettend blij met het standpunt van het Nederlandse parlement.”