Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Sport

Wammes, turner in tweestrijd

Turner Jeffrey Wammes wil uit de schaduw van Epke Zonderland treden.

Maar hij moet kiezen tussen zijn eigen kansen en solidair zijn aan het nationaal team.

Jeffrey Wammes heeft een dilemma. Het olympische gevoel van de turner strijdt om eigenbelang en solidariteit. Moet hij voluit meegaan in de ambities voor een goed teamresultaat onder de nieuwe Japanse hoofdcoach Sadao Hamada of moet hij kiezen voor zijn persoonlijke kansen op afzonderlijke toestellen. „Ik weet het nog niet”, verzucht Wammes. „Om in turntermen te blijven: het is een spagaat.”

Stoïcijns hoorde Wammes deze week op een persconferentie de woorden van Hamada aan. De ambitieuze Japanner hield een gloedvol betoog over de kansen van het Nederlandse turnteam om zich te plaatsen voor de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Maar, sprak Hamada op dwingende toon, dan moet iedereen zich daar volledig voor inzetten, de turners voorop. Want een kwalificatieplaats voor de Olympische Spelen komt alleen in beeld als zij bereid zijn hun oefeningen op te waarderen. De moraal van zijn verhaal: de turners moet het komende anderhalf jaar heel hard werken.

In Hamada’s plannen neemt de 23-jarige Wammes als ervaren allrounder een belangrijke rol in. Maar Wammes wil niet alleen naar de Spelen om mee te doen. In geval van plaatsing wil hij een kans maken op finaleplaatsen. En dat is volgens de turner alleen mogelijk als hij zich specialiseert op toestellen. „Als ik moet blijven trainen op alle zes onderdelen, vrees ik er fysiek onder te lijden. Maar als ik me zou kunnen toeleggen op mijn drie favoriete toestellen rek, vloer en sprong verwacht ik er meer uit te kunnen halen.”

Daarnaast heeft Wammes zijn twijfels over de haalbaarheid. Hij waardeert Hamada’s optimisme, maar de realist in Wammes spreekt een andere taal. „Het wordt sowieso heel moeilijk om volgend jaar bij de WK in Tokio bij de beste acht landen te komen die zich rechtstreeks voor de Olympische Spelen plaatsen. Dan zijn we aangewezen op het kwalificatietoernooi in Londen, waar om de vier laatste plaatsen wordt gestreden. Maar we zijn momenteel de nummer zeventien van de wereld. Dan zouden we ons spectaculair moeten verbeteren. Het is niet onhaalbaar maar het wordt wel heel moeilijk, want de concurrentie zit evenmin stil.”

Voorlopig stelt Wammes een beslissing over zijn sportieve toekomst uit. De WK in Rotterdam vragen nu al zijn aandacht. Wammes wil eindelijk wel eens een medaille en uit de schaduw treden van Epke Zonderland, die vorig jaar in Londen aan rek een zilveren WK-medaille won. Hij heeft zich geplaatst voor de finale op sprong, een competitief onderdeel met concurrenten die ten minste een van hun twee sprongen een ‘zeven’ als uitgangswaarde hebben. De waarde van Wammes’ sprongen in de kwalificatie hadden de moeilijkheidsgraad 6,6 en 6,8. „Om kans te maken op een medaille moet ik zeker een sprongencombinatie van 6,8 en 7,0 uitvoeren. Op die ‘zeven’ train ik al geruime tijd, maar heb ik pas twee keer in een wedstrijd gesprongen. Bij een interland in Italië ging het helemaal mis, maar bij een wereldbekerwedstrijd in Gent ging het goed. Maar ik heb zondag geen keus. Wil ik kans maken op een medaille dan moet ik een risico nemen.”

Zijn concurrenten doornemend ziet Wammes de Fransman Thomas Bouhail als de grote favoriet – „technisch de mooiste springer”. De Wit-Rus Dzmitry Kaspiarovitsj misgunt hij het meest een medaille – „ik vind hem verschrikkelijk; te klein en te bochelachtig voor een mooie sprong”. En de Zuid-Koreaan Hak Seon Yang is de grote onbekende – „van die jongen heb ik nog nooit gehoord”.

Hoe ziet Wammes zijn eigen kansen? Zijn voorspelling: Bouhail wint, hijzelf wordt tweede en de Rus Anton Golotsjoetsjkov derde. Hij weet het, voorspellen is gevaarlijk. Maar deze keer wil Wammes zich eens niet achter dooddoeners verschuilen en openlijk voor zijn ambitie uitkomen.

Hij hunkert naar erkenning, om net als Zonderland en Yuri van Gelder eindelijk een medaille op een WK te winnen. Hoe is het trouwens met Van Gelder? Heeft Wammes nog contact met hem gehad? „Nee, deze week bewust niet. Ik heb me zoveel mogelijk van het rumoer willen afsluiten.” Of hij hem heeft gemist? Niet in de landenwedstrijd, zegt Wammes, die meent dat Nederland met de ringenspecialist niet hoger dan de zeventiende plaats zou zijn geëindigd. Hij mist hem wel persoonlijk. Hoewel ze niet bij elkaar over de vloer komen ziet Wammes Van Gelder als een maatje. „Vanaf onze twaalfde turnen we al samen. Dan raakt het je als hij zo wordt behandeld. Of het fair was? Ik weet wat hij tegen ons heeft gezegd. Beide partijen hebben fouten gemaakt, meer zeg ik er niet over.”