Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Vrijheid en Jonathan Franzen

„We willen allemaal vijftien zijn.” Jonathan Franzen over zijn bestseller Freedom, waarin het vrijheidsvacuüm een middenklassegezin verlamt.

„We zitten met een onregeerbaar land, bevolkt door kiezers die zich gedragen als kleine kinderen van wie het hoofd op hol is gebracht door elektronische speeltjes. Ik krijg steeds meer het gevoel dat niemand meer volwassen wil worden; we willen allemaal vijftien zijn.”

Dit zegt de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen vandaag in deze krant, naar aanleiding van zijn recente roman Freedom , vertaald als Vrijheid, waarin hij beschrijft hoe Amerika kapotgaat aan de liberty en pursuit of happiness die werden vastgelegd in de Onafhankelijkheidsverklaring. „President Obama is een eenzame volwassene die moet opboksen tegen een roedel kinderlijke senatoren en dito kiezers.”

Vrijheid kreeg razend enthousiaste kritieken en schoot in de VS en de rest van de wereld naar de top van de literaire bestsellerlijsten. Ook kwam er vrijwel meteen een backlash op gang. De Indiase schrijver Pankaj Mishra relativeerde het succes van Freedom als Great American Novel en de criticus van The Atlantic noemde de roman een ‘monument voor onbeduidendheid’. Freedom staat niet op de shortlist van de prestigieuze National Book Award. VBijna tien jaar na The Corrections heeft Jonathan Franzen met Vrijheid kennelijk opnieuw een snaar geraakt en een maatschappelijke intuïtie benoemd. ‘Hij kwam zichzelf voor als een balletje in een flipperkast dat maar voort bleef rollen om het rollen zelf,’ schrijft Franzen over één van zijn personages. legt ook een verband tussen de vrijheid van Amerikanen en de woede die nu door het land raast: „Het openbare leven is onder invloed van het internet totaal versplinterd. Iedereen kan zijn zegje doen, niemands mening is beter dan de andere. Maar dat betekent ook dat jouw mening niet gehoord zal worden, and that’s a recipe for rage. Je bent vrij om boze dingen te schreeuwen die niemand zal horen.”

Ik haat de term Great American Novel: pagina 8