Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

tijdschrift

Het is volgens Hans van den Bergh bar en boos gesteld met het niveau van de kunstkritiek. De critici zouden volgens de literatuurwetenschapper en masse besmet zijn met het postmodernistische vrijblijvendheidsvirus, waardoor er vooral veel begrip is voor het kunstwerk in kwestie, terwijl er veel minder over zoiets als kwaliteit geoordeeld wordt.

Dat ‘en masse’ is duidelijk de inzet van Van den Berghs betoog, maar feit is wel dat het essay meer op woede berust dan op feiten. Slechts één critica veegt hij met naam en toenaam de mantel uit, en dan ook nog vanwege één stukje van amper 400 woorden.

Daarnaast is het Van den Bergh blijkbaar meer om de in zijn ogen postmoderne kunst te doen, dan de kritiek die er op volgt: ‘Moeten we ons daar dan maar bij neerleggen en schouderophalend langs de postmoderne kunst in de openbare ruimte wandelen en genoegen nemen met de grappige ideetjes, de halfbakken concepten en de vulgaire nonsens?’

Een hoop oude kost ook in dit nummer, omdat de redactie het onzalige besluit nam een selectie uit de blogs van de Tirade-website af te drukken.

Er zitten zeker juweeltjes tussen (van Wim Brands bijvoorbeeld), maar laat men er in het vervolg toch maar vanuit gaan dat lezers van het papieren blad het digitale werk van afgelopen januari (!) al kennen.

Verder uitgebreide stukken over het oeuvre van Ian McEwan, de overeenkomst tussen het werk van Giacomo Casanova en Memoires van een slecht mens van Theo Kars en het debuut van Detlev van Heest. Vertaler Jos Vos hoopt dat Van Heest ook ‘de realiteit met ongeziene verve’ zal beschrijven in Pleun, het vervolg op Van Heests De verzopen katten en de Hollander, dat nog deze maand zal verschijnen.

Tirade no. 4. Van Oorschot, € 12,50