Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Taal

Taaltribunaal

In het Cultureel Supplement van 8 oktober windt Hofland zich stevig op over het alsmaar dalende niveau van het Nederlands dat hij leest en hoort. Een klacht van alle tijden?

In 1935 werd er zelfs in de Troonrede geklaagd over het dalend niveau van onze ‘Nederlandse taal’. Er kwam een commissie die orde op zaken moest stellen. In 1941 publiceerde die commissie een rapport: ‘Het Rapport-Van den Ent’. Een enkel citaat hieruit: „Directeuren en bankinstellingen, handelsondernemingen en bedrijven blijken zo vaak brieven te ontvangen die door gebrekkige taal en slordige stijl ontsierd zijn, dat zij zich gedrongen gevoelen in het openbaar hun ergernis uit te spreken.”

De commissie constateerde verloedering allerwegen. Bij gymnasiale eindexamens, bij universitaire studenten, binnen de journalistiek, op de radio. Ja, zelfs op het hoogste niveau: „Wanneer zelfs toneel en kansel in deze opzichten niet geheel vrij uitgaan, dan beseft men eerst duidelijk, hoe weinig zorg aan het gebruik der moedertaal besteed wordt.”

Maar in dit rapport van zeventig jaar geleden is ook sprake van een zekere relativering van het eigen klaarblijkelijke gelijk. Een relativering die ik bij Hofland mis. „De vraag rijst of er in het taalgebruik hier te lande een achteruitgang te bespeuren valt. Men ontmoet deze mening vaak, maar zij valt moeilijk te staven. Wij zijn nu eenmaal geneigd om het heden ongunstiger te beoordelen dan het verleden.”