Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Voetbal

Statement

Na zijn doelpunt had Marko Arnautovic kunnen provoceren à la Thierry Henry: langs de tribunes gaan, wijsvinger voor de mond, stil maar jullie. Of hij had extra wild kunnen juichen, als wraak voor het striemende gefluit bij ieder balcontact. Niemand zou het Arnautovic kwalijk hebben genomen. Een vertrokken speler uitfluiten die terugkeert in een vreemd shirt, wat de aanhang van FC Twente deed, is nogal kinderachtig. Maar Arnautovic wilde zijn vroegere fans niet op hun nummer zetten, kennelijk. Hij hees zich na zijn gelijkmaker op het schild en zei: ik sta hierboven.

Of niet? Een andere mogelijkheid was de houding van Ruud Gullit: onder alle omstandigheden positief blijven. Na een goal in vijandige omgeving gewoon juichen als anders en zo het negatieve, het infantiele tot op het bot negeren. Dát is erboven staan en dat deed Arnautovic dus niet. Hij deed niets en dat is, als je namens je nieuwe club een belangrijke goal maakt, juist wél iets. Zijn medespelers van Werder Bremen sprongen drie gaten in de lucht en Arnautovic keek strak voor zich uit. Een statement als een puzzel.

Hij was teleurgesteld, dat staat vast. Arnautovic had gehoopt op een warm onthaal, zwaaiende mensen op de tribunes, leuk je weer te zien. Vanaf zijn zeventiende had hij zich bij FC Twente ontwikkeld tot een serieuze prof, voor zover je daar bij Arnautovic van kunt spreken, en na een fijn seizoen in het eerste was hij in 2009 vertrokken naar het buitenland. Zo gaat dat met getalenteerde aanvallers, de fans accepteren dat: de ene held is nog niet vertrokken of ze verheugen zich op de volgende. Maar soms — God weet waarom — ontsteekt de massa in woede en is de teruggekeerde zoon een verrader die moet lijden.

Arnautovic leed en hij uitte zijn gevoel zoals hij voetbalt, onnavolgbaar. Zijn handelingen komen voort uit een brein dat je gestoord mag noemen, of briljant, of allebei. Van het parkeren van zijn Porsche tot een passeeractie op het veld, niemand snapt er wat van. Hij zelf nog het minst, waarschijnlijk. Trainers en begeleiders willen hem temmen maar tegelijk is zijn ongetemdheid wat hem anders maakt, verrassender, beter.

Natuurlijk is deze 21-jarige Oostenrijker zo gek als een deur, ongeveer zo gek als zijn grote voorbeeld, de acht jaar oudere, eveneens met Balkanbloed gezegende straatvechter Zlatan Ibrahimovic. Die had het ook zo kunnen doen. Een standbeeld neerzetten als iedereen drukte verwacht. Zlatan en Marko zijn langer dan één meter negentig maar geen koppers, autonoom en grillig, onaangepast. Snel en op een boosaardige manier creatief. Soms irritant. Maar altijd vraag je je af wat er in ze omgaat — en dat kun je van veel andere voetballers helaas niet zeggen.