Dit is een artikel uit het NRC-archief

Milieu en natuur

Rintje

Rintje : Modderhonden Illustratie Sieb Posthuma
Rintje : Modderhonden Illustratie Sieb Posthuma

‘We gaan naar buiten’, zegt Rintje, ‘ook al regent het. Ik heb geen zin om de hele tijd binnen te spelen.’

‘Heb je wel gezien hoe hard de regen naar beneden komt?’ zegt Henriette. ‘Ik kijk wel door het raam hoe jullie buiten spelen.’

‘Doe niet zo tuttig!’ zegt Tobias. ‘Je smelt toch niet meteen als je een beetje regen op je kop krijgt?’

‘Goed, dan ga ik mee, maar dan wil ik wel een regencape’, zegt Henriette.

‘Waar halen we die zo snel vandaan?’ vraagt Rintje.

‘Ik weet hoe we er een kunnen maken’, zegt Tobias. ‘Pak eens een grote vuilniszak.’

Met een schaar knipt Tobias een stuk uit de onderkant van de vuilniszak.

‘Steek je hoof hier maar door!’ zegt hij tegen Henriette.

Henriette heeft nu een grijze regencape. ‘Hadden ze geen andere kleur?’ vraagt ze. ‘Grijs staat me helemaal niet.’

Maar voor Tobias antwoord kan geven, roept ze: ‘Grapje!’ en samen met Rintje en Tobias rent ze naar buiten.

‘Kom, we gaan op het veldje aan het einde van de straat spelen, daar is lekker veel modder!’ zegt Tobias.

Ze rennen ernaartoe en Tobias en Rintje laten zich meteen in de modder vallen. Op hun rug gaan ze er in liggen rollen. Net zolang tot ze helemaal onder zitten.

‘Jullie lijken helemaal niet meer op jezelf! Jullie zijn helemaal zwart geworden!’ zegt Henriette.

‘Het is heel gezond!’ zegt Rintje. ‘Wist je dat modder heel goed is voor je vacht? Die gaat na een modderbad heel erg mooi glanzen!’

‘Ja, dat heb ik laatst ook van mijn moeder gehoord’, zegt Tobias, ‘en zij heeft daar veel verstand van!’

Voor Tobias en Rintje het weten, gooit Henriette haar regencape af en springt in de modder. Ze rolt erdoorheen tot haar hele vacht zwart is.

‘Heerlijk’, zegt ze. ‘Kom op, we spelen tikkertje in de modder.’

Dat doen ze, en als ze een hele tijd hebben gespeeld, gaan ze weer naar huis. Net als ze de deur binnengaan staat de moeder van Rintje in de gang.

‘Waar gaan jullie naartoe met zulke vieze poten?’ vraagt ze. ‘Jullie zetten geen stap meer op mijn mooie schone vloer voor jullie helemaal schoon zijn!’

Mama laat een grote teil vollopen met water en sop en zet die in de gang. Ze tilt Tobias, Rintje en Henriette erin.

Tobias steekt zijn tong uit. ‘Bah’, zegt hij, ‘ik heb een hekel aan in bad gaan!’

‘Het is juist leuk’, zegt Henriette . ‘Je kan mooie dingen maken van het schuim. Moet je kijken!’

Ze pakt een heleboel zeepsop, maakt er een hoed van en zet die op de kop van Tobias. En daarna maakt ze een zeepsophoed voor Rintje.

‘Zo’, zegt mama. ‘M’n vieze varkentjes zijn weer honden geworden. Ik zal jullie lekker warm wrijven met de handdoek. En dan is het tijd voor een heerlijk knakworstje!