Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Ook Nederlander is nu in de ban van 'goudkoorts'

Sinds de kredietcrisis zijn Nederlanders massaal in goud gevlucht. Handelaars willen daarvan graag profiteren. „Je moet het kaf van het koren scheiden.”

Beleggen in edelmetalen is „niet altijd een veilige investering”. Met dit zinnetje waarschuwde de Autoriteit Financiële Markten gisteren Nederlandse beleggers om niet onbezonnen in goud te stappen. Waarom? Is er sprake van een hype? Neen, aldus de AFM. Een wildgroei aan goudfondsen? Ook niet. Incidenten? Evenmin. De branche zelf verwoordt het zo: „Nederland is bevangen door een goudkoorts”.

Een doordeweekse middag aan de Coolsingel 104 in Rotterdam. Je ziet ze er vaak aanschuiven in een rijtje bij het loket van Hollandsche Bank-Unie, sinds dit jaar in handen van Deutsche Bank. Spaarders en beleggers. Niet voor een gewone bancaire verrichting. Wel voor de handel in goud. Want dit is de enige plek in Nederland waar je bij een bank terecht kunt voor de aan- of verkoop van edelmetaal – in de volksmond het ‘goudloket’ genoemd.

„De belangstelling is groot”, glimlacht Anita van Prooijen, verkoopverantwoordelijke. Het is druk in het gebouw, maar niet zo druk als tijdens de kredietcrisis in het najaar van 2008, of in mei van dit jaar toen de Griekse begroting de euro onder druk zette. „Toen zijn de Nederlanders massaal in goud gevlucht”, zegt ze. Ze werkt al sinds 1998 in de branche werkt, maar dit had ze nog nooit meegemaakt.

Nederlanders zijn van nature altijd vrij nuchter geweest over goud, zegt Sytze Riedstra van het Amsterdamse Schöne Edelmetaal, het op één na oudste (1739) edelmetaalbedrijf ter wereld. „Duitsers, Zwitsers en Oostenrijkers waren veel actiever in goudbeleggingen. Maar sinds het uitbreken van de kredietcrisis is de Nederlandse goudmarkt met 30 tot 40 procent gegroeid. Er is een kentering merkbaar.” En dat komt volgens hem omdat de vraag naar goud bij beleggingsfondsen, webwinkels en banken de laatste jaren sterk is toegenomen. Hij spreekt van een heuse „goudkoorts”.

Zelf levert Schöne enkel goud aan klanten voor minimale orders van 30.000 euro. Dat is op dit ogenblik de prijs voor een goudbaar van 1 kilo met een zuiverheid van 99,9 procent. Voor kleinere orders – bijvoorbeeld een plaatje van 20 gram, marktprijs circa 640 euro – werkt Schöne samen met Amsterdamgold.com, een webwinkel die eind 2008 werd opgericht door de belegger en televisieanalist Willem Middelkoop. Die wilde daarmee naar eigen zeggen het ‘goudloket’ heropenen dat door veel banken de afgelopen jaren was gesloten.

Met de toegenomen interesse voor goud, is ook het aantal aanbieders en opkopers van het edelmetaal fors gestegen. „Je moet het kaf van het koren scheiden”, zegt Sydstra. Op internet is zelfs sprake van een wildgroei. Webwinkels met lokkende namen zoals Postal Gold, CashMyGold of Cash4Gold profileren zich als een postorderbedrijf. Ze sporen particulieren aan om hun oude sieraden of goud in een envelop op te sturen, in ruil voor geld. Op discussiefora wemelt het van de klachten over deze technieken. Vaak zijn onduidelijke taxaties en anonimiteit het probleem.

Achter Postal Gold, dat televisiespotjes uitzendt op Nederlandse zenders, gaat bijvoorbeeld de onbekende firma Sigma Response schuil, gevestigd op het eiland Man. Eerder dit jaar raadde de Consumentenbond af om zaken te doen met dergelijke webwinkels, omdat ze niet over een thuiswaarborg beschikken en zich evenmin aansprakelijk stellen voor verlies of beschadiging van het aankoopobject.

De vrees voor inflatie, de wispelturigheid op de financiële markten en de zwakke dollar stuwen beleggers richting goud, dat eind vorige maand de grens van 1.300 dollar per troy ounce (ruim 31 gram) doorbrak. Dat is een derde hoger dan een jaar geleden. Toch vreest Sydstra niet voor een zeepbel. „Het voornemen van de Amerikaanse centrale bank om de geldkraan wijd open te draaien, doet het belang van goud toenemen als een veilige haven.” Hij verwacht een verdere stijging van de goudprijs.

Dat er marktpartijen die eigenlijk „charlatans” zijn en die hier een graantje willen meepikken, ontkent hij niet. „Ook wij houden de markt in de gaten, zodat er geen rare dingen gebeuren.”