Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Onze hang naar sympathie

Een biografie schrijven over de Britse filosoof Adam Smith is een ramp: er is weinig over hem bekend. Zeker is dat hij niets met moraal had te maken, aldus BEN KNAPEN, nu staatssecretaris van Buitenlandse Zaken.

Adam Smith op een Brits bankbiljet van twintig pond.
Adam Smith op een Brits bankbiljet van twintig pond.

Nicholas Phillipson: Adam Smith: An Enlightened Life. Penguin, 368 blz. € 34,-

Bij Adam Smith begint iedereen altijd over ‘de onzichtbare hand’. En die onzichtbare hand is een feest. Want wie zijn eigenbelang nastreeft, ‘bevordert het belang van de samenleving vaak effectiever dan degene die het belang van de samenleving werkelijk wenst te bevorderen’. In de wereld van de vulgariteiten is Adam Smith (1723-1790) al lang gekaapt door de vrije jongens van het kapitalisme en hun algoritmen. Zelfs de fameuze Wall Street-frase ‘Hebzucht is goed’ wilde nog wel eens rechtstreeks verwijzen naar het traktaat van de grote 18de-eeuwse Verlichtingsfilosoof als de uitvinder van de win-win-situaties in de wereld van het grote geld.

Anderzijds heeft men er, zeker in theologenland Nederland, nog weleens een handje van om de moralist in Adam Smith als een tegenwicht uit te vergroten. Om zo in en met Adam Smith het evenwicht tussen laisser faire en fatsoen weer een beetje te herstellen.

De intellectuele biografie over Adam Smith die de grote Schotse Verlichtingsexpert Nicholas Phillipson onlangs heeft gepubliceerd, komt tegen deze achtergrond als geroepen. Zijn boek is een verademing. Het zat namelijk heel anders, filosofisch en historisch. Smith was geen econoom, maar een filosoof en hij beschreef in een tijd van monarchen en monopolies een zoektocht naar menselijke drijfveren. De ‘onzichtbare hand’ was een antwoord op de toen zichtbare machtsverdeling, niet een recept voor een paradijs op aarde. En met moralisme had Smith al helemaal niets.

Privacy

Een biografie schrijven over Adam Smith is allereerst een kleine ramp. Er is praktisch niets over hem bekend behalve dan zijn grote boeken Theory of Moral Sentiments en The Wealth of Nations. Hij was een onzorgvuldige, ietwat afgemeten brievenschrijver en tegen het einde van zijn leven wiste hij ook nog eens alle sporen zorgvuldig uit. Het nageslacht mocht niets te weten komen van zijn mislukkingen en probeersels, van zijn verzuchtingen en alledaagsheden. Eeuwigdurende privacy was de ambitie.

Als enige, wat ziekelijke zoon is hij zijn hele leven een moederskind gebleven. Hij trouwde nooit en die paar aanwijzingen van liefdesaffaires in zijn leven zijn te minuscuul voor woorden. Toen zijn moeder, 89 jaar oud, stierf, schreef de 60-jarige zoon in een van de schaarse teruggevonden brieven: ‘De definitieve scheiding van een persoon die meer van me hield dan welk ander persoon ooit heeft gedaan of ooit zal doen […] voelt als een hele zware slag.’

Adam Smith groeide in een klein Schots stadje (Kirkcaldy) op in een milieu van de bestuurlijke middenklasse. Hij studeerde in Glasgow en Oxford, doceerde in Edinburgh en Glasgow moraalfilosofie, leerde als tutor van de hertog van Buccleuch steden als Genève, Parijs en Londen kennen en eindigde zijn carrière als een hoge ambtenaar in Edinburgh.

Dankzij een paar aantekeningen van studenten weten we dat hij zijn eerste docentenjaren veel over retorica, taalkunde en fatsoen doceerde en later het terrein verlegde naar het menselijk gedrag en de instituties, naar wat we nu zouden noemen de psychologie en de politicologie. Hij was een geleerde die gedreven werd door de veranderingen die hij op straat kon zien in de opbloeiende en snel veranderende industrie- en handelsomgeving van steden als Glasgow en Edinburgh. Smith gaf zijn ogen de kost.

Zijn eerste grote werk was in 1759 de Theory of Moral Sentiments. Tot op zekere hoogte las het als een antwoord op mensen als Rousseau, die na het verdwijnen van de onbevangen, wilde natuurmens vooral een corrumperende ontwikkelingsgang van de samenleving had gediagnosticeerd. Dat zat volgens Smith anders – positiever ook. De sleutel van de menselijke gedragingen lag in een onbetwistbare hang naar sympathie. Moraal was een kwestie van uitwisseling van gevoelens in de hoop een beter emotioneel arrangement te kunnen treffen. Op een subtiele en genuanceerde manier vertelde Smith dat we ons begrip van moraliteit te danken hebben aan zaken als sympathie, verbeeldingskracht en alledaagse ervaringen. En hij deed dit met een rijke variatie aan verwijzingen en anekdotes.

Voorzien van enige faam trok hij later als tutor naar Frankrijk, werd lid van diverse literaire salons in Parijs en Londen en begon pas weer bij zijn moeder in Kirkcaldy in 1767 serieus met The Wealth of Nations. Dat werd ten slotte een verhaal over politieke economie in de verschillende samenlevingen uit de geschiedenis, met een scherp oog voor de problemen van modern bestuur vis à vis de toenemende welvaart en commerciële armslag van onderdanen. Midden in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog ging het dus ook indringend over binnenlandse en buitenlandse handel, over vrijhandel en protectionisme. En over de fnuikende werking van achterhaalde instellingen als het handelsmonopolie van de Oost-Indische Compagnie.

In deze specifieke context was het dat die ene passage viel over ‘de onzichtbare hand’. Ook een samenleving is beter af wanneer een handelaar buitenlandse handel verkiest boven binnenlandse. Wie dat wil verhinderen, schaadt niet alleen die handelaar, maar ook de eigen samenleving. Daar ging het Smith om en in zijn achterhoofd had hij hierbij onder meer zijn discussies met Franse fysiocraten, die eerder in gesloten dan in open systemen dachten. The Wealth of Nations was bovenal een antwoord op een samenleving die ingeklemd zat tussen overleefde feodale structuren en een industriële en commerciële revolutie, die leefde van arbeidsdeling.

Vier zuilen

Adam Smith had The Wealth of Nations eigenlijk bedoeld als deel twee in een levenswerk dat zou moeten rusten op vier zuilen. Theory of Moral Sentiments was bedoeld als eerste pilaar. Er moesten dus nog twee grote werken volgen, een filosofische geschiedenis van de literatuur, de dichtkunst en de welsprekendheid en een geschiedenis van Wet en Bestuur. Als dat af was, had Smith een soort superstructuur van de menswetenschap gebouwd.

Bij de eerste twee bleef Adam Smith steken. Voor wetenschappelijk werk had hij als bestuurder een te tijdrovende baan. Bovendien was hij een plichtsgetrouw man, dus liep hij er – anders dan zijn weldoeners misschien dachten – de kantjes niet vanaf. Dat weet zijn biograaf, omdat het archief van Commission of Customs in Edinburgh hier uitkomst biedt. Adam Smith – An Enlightened Life is een overtuigend, afgewogen boek, geschreven door een man die kan spelen met het materiaal dat de 18de eeuw te bieden heeft. Voor iedereen die denkt dat je Adam Smith kunt gebruiken als kroongetuige van het kapitalisme, is het een ontnuchterend relaas. Voor iedereen die dacht dat Smith ook een beetje dominee was, die met de moraal de ‘onzichtbare hand’ meende te sturen, trouwens ook.