Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Onvervangbare apies

De gemeente Emmen redt haar dierenpark met een renteloze lening van 1,4 miljoen euro van het faillissement, met het belang van het park voor de regio als argument. In Amsterdam en Rotterdam zien ze dat anders. Daar azen de gemeentes op de subsidies van respectievelijk Artis en Blijdorp. Artis zal de komende twee jaar met bijna een miljoen euro worden gekort op de 5,5 miljoen euro die het nu ontvangt. De gemeentelijke ondersteuning van Blijdorp wordt, over een periode van vier jaar, van 4,8 miljoen teruggebracht naar 8 ton.

Artis en Blijdorp zijn geliefd. Ze staan beide in de top-10 van dagjes uit. Lopen hun bezoekersaantallen terug dan komt dat door het weer. Een hete zomer of een natte winter breken ze op, en dat komt weer goed met een mooie herfst. Maar een bezoek aan deze tuinen zal onvermijdelijk erg duur worden voor het publiek dat er nu, bijna vanzelfsprekend, regelmatig komt. Want op veel korting zullen ze niet meer kunnen rekenen: de abonnementshouders, het gezin met een smalle beurs, de verliefden op de bankjes, de AOW’ers, de schoolklassen, de verjaarspartijtjes.

Veel mensen houden van hún dierentuin. Samen ‘apies kijken’ is voor hen een gekoesterde, onvervangbare jeugdherinnering, die ze oppoetsen als ze met hun eigen kinderen komen en, in een volgende levensfase, met hun kleinkinderen. Belandt hun dierentuin in zwaar weer, dan komen ze ervoor op. Vijf jaar geleden voorkwamen de Rotterdammers een subsidiekorting door ‘de ezels op de Coolsingel’ – het adres van het gemeentehuis. In 1938 redden de Amsterdammers het toen net honderd geworden Artis van het faillissement. Nog steeds legendarisch is de actie ‘Artis moet blijven’ uit 1970, toen sluiting van de tuin werd voorkomen door massale actie, inclusief een door jongeren georganiseerde ‘Beat-In’ (uiteraard met een optreden van de Volendamse popgroep The Cats).

Dierentuinen zijn belangrijk voor de wereld. Ze conserveren bedreigde diersoorten, ze zijn actief in wereldwijd onderhouden fokprogramma’s. De doorsnee dierentuinbezoeker denkt daar niet aan. Die maakt plezier en leert ook nog wat. Van hun educatieve verantwoordelijkheid kwijten de tuinen zich nadrukkelijk, met rondleidingen, lesprogramma’s en speciale voorzieningen als observatoria of vlindertuinen. Heel wat kinderen komen nauwelijks in aanraking met de Nederlandse natuur, laat staan dat ze ooit in de gelegenheid zijn om wilde dieren van nabij mee te maken. Hetzelfde geldt voor volwassenen. Een safari zit er voor weinigen in, een bezoek aan de diergaarde ligt voor de hand.

En wat dierenactivisten ook mogen beweren, opkijken naar een giraf, griezelen bij een vogelspin, voor een tekening turen naar een kleine panda, die ervaring laat zich niet vergelijken met datzelfde dier op de televisie of in een film. Dat geldt eens te meer sinds de dierentuinen zich inspannen om kooien te vervangen door minilandschappen, zodat het publiek met eigen ogen de dieren als het ware in het wild kan zien.