Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

'Niemand wil nog volwassen zijn'

Sinds de publicatie van zijn bestseller Vrijheid is schrijver Jonathan Franzen gedoemd: tegen wil en dank is hij een socioloog van vrijheid en keuzestress geworden. ‘Je kunt niet ontkennen dat er in ‘the home of the free’ nogal wat ongecontroleerde woede leeft.’

„Heb ik een keuze?” vraagt Jonathan Franzen. De Amerikaanse meester-ironicus wil graag praten over zijn nieuwe roman, maar zou zich het liefst verre houden van commentaar op het begrip ‘vrijheid’. Geen eenvoudige opgave als de titel van je boek Freedom is. Nog moeilijker als je door jan en alleman beschouwd wordt als een socioloog van het vrijheidsidee; als iemand die fictie gebruikt om duidelijk te maken hoe Amerika kapot gaat aan de liberty en pursuit of happiness die werden vastgelegd in de Onafhankelijkheidsverklaring.

Franzens Vrijheid, zoals het in de Nederlandse vertaling heet, verscheen twee maanden geleden, en werd zowel een bestseller als een onderwerp van gesprek. Lezers en critici zagen in het tragikomische levensverhaal van Walter en Patty Berglund, twee goedbedoelende liberals uit de Midwest, een aanklacht tegen het Amerika van George W. Bush. De huwelijksproblemen van de Berglunds, de relatie met hun buren en met hun beste vriend Richard, de ruzies met hun twee kinderen, de vuile handen die bijna alle personages maken – alles kon gelezen worden als een weerspiegeling van het leven in een gecorrumpeerde, losgeslagen samenleving.

Een ‘Great American Novel’ is Vrijheid genoemd, tot afgrijzen van de 51-jarige auteur. „Ik haat die term,” zegt Franzen in zijn Amsterdamse hotel, op een bedachtzame, bijna zuchtende toon. „De pretentie dat een roman het leven wel eens even bij de lurven zal grijpen, is belachelijk; er zijn televisieseries die dat beter kunnen. Ik wil de werkelijkheid helemaal niet vastpinnen, het is al erg genoeg dat ik erin moet leven. Een roman moet iets anders doen: een belangrijke ervaring van de auteur coderen in de vorm van een plot met personages.”

Dus het zijn uw ervaringen waarover we in ‘Vrijheid’ lezen?

„Niet één op één, maar er is veel van mijn psyche in de roman terechtgekomen – de relatie met mijn ouders, het mislukte huwelijk dat ik heb gehad, mijn leven in Amerika gedurende de jaren waarin het land een serie verkeerde afslagen heeft genomen. Het grootste deel van Vrijheid speelt zich af in 2004, het jaar van de herverkiezing van Bush en Cheney, toen het land de keuze maakte om zichzelf een rad voor ogen te draaien en fuck-you te zeggen tegen de rest van de wereld. Toch ging het mij er niet om, de geschiedenis van het land te vertellen; de nieuwsfeiten blijven buiten beeld, mijn politieke overtuigingen heb ik vóór het schrijven afgegeven bij de garderobe. Ik wilde beschrijven hoe mensen die geschiedenis beleven.”

Probeerde u de tijdgeest te vatten?

„Dat is typisch een vraag van journalisten. Lezers hebben daar geen boodschap aan, hun gaat het om de personages en het verhaal, om de leeservaring. Het is mooi als een boek aansluit bij de actualiteit, zeker als het een roman is, aangezien je daar moeilijker over kunt praten dan over een non-fictieboek. Maar toch zou ik tegen de pers willen zeggen: beleef de ervaring, mijn boek is geen rapport, geen lezing, maar het verhaal van een gewone Amerikaanse familie. Het bevat eigenlijk maar één brokje informatie, namelijk hoeveel miljoen zangvogels er jaarlijks in Amerika worden gedood door loslopende huiskatten. ”

De Berglunds ‘zijn er nog niet achter hoe ze moeten leven’ zegt de buurvrouw in het eerste hoofdstuk van ‘Vrijheid’. Is dat wat er mis is met Walter en Patty?

„Ik betwijfel of het een moreel gebrek is als mensen niet weten hoe te leven. Dat gevoel is de bron van groot lijden voor veel mensen. Als ik niet werk aan een boek, als ik bijvoorbeeld op een maanden durende publiciteitstournee ben, worstel ik er zelf ook mee. ‘The best lack all conviction’ dichtte W.B. Yeats, en dat is tegenwoordig waarder dan ooit. Ik schrijf over, en voor, de mensen die niet tevreden zijn met wat Yeats aanduidde als passionate intensity. De Berglunds dachten dat ze wisten hoe ze moesten leven, maar het werkte niet.”

‘Hoe te leven’ is een van de kernvragen van het oeuvre van Tolstoj. Is dat de reden dat ‘Oorlog en vrede’ zo’n belangrijke rol speelt in ‘Vrijheid’?

„Ik wilde alleen een boek pluggen dat ik geweldig vind; Oorlog en Vrede was zeker niet het model voor Vrijheid. Dan nog eerder Anna Karenina, waarin alle personages – misschien op de geweldige Levin na – afwisselend sympathiek, kwetsbaar en onuitstaanbaar zijn. Net als Walter en Patty, maar ook hun kinderen en andere geliefden. Niet voor niets hebben twee delen van het boek de titel ‘Mistakes were made’.”

Zijn alle personages u ook even lief?

„Patty krijgt de meeste bladzijden, alleen al doordat haar autobiografie volledig in het boek is opgenomen. Ik hou erg van haar vertelstem, de manier waarop ze haar spijt over de keuzes in haar leven verwerkt en verantwoordelijkheid neemt voor haar fouten. Maar ook haar zoon Joey, die gemene zaak maakt met de Republikeinen, is me dierbaar, omdat hij zich geneert voor zijn niceness en enorm zijn best doet om die te onderdrukken.”

En Walter, de man die altijd het redelijke probeert te doen, en die op een gegeven moment verzucht dat je geen punten scoort met alleen maar goed zijn?

„Hij is een tragische figuur. Als je in een onhoudbare positie komt – in je werk, in je gezinsleven, in de liefde – dan ga je het niet redden door alleen maar aardig en netjes te zijn. Het boek zit vol met onhoudbare posities: consument zijn terwijl de grondstoffen opraken, kinderen willen terwijl je vecht tegen de overbevolking, burger zijn van een land dat een onrechtvaardige oorlog uitvecht.”

Alle personages moeten keuzes maken, in hun persoonlijke leven, in hun carrière, in de politiek. Dat lijkt ze te verlammen.

„Allemaal worden ze bedrukt door een enorme vrijheid waarmee ze eigenlijk geen raad weten. Wat niet betekent dat ze beter af zouden zijn in een Sovjet-Unie-achtig land, met lege winkels en een minimum aan keuzestress. Amerika is een land waar nogal wat leugens worden verteld over de vrijheid – door politiek rechts, dat het doordrukken van je eigen wil als het hoogste goed ziet, én door de marketeers van het consumentisme die ons een nogal kinderlijke notie van vrijheid willen aansmeren.”

‘USE WELL THY FREEDOM’ ziet Patty op een universiteitsgebouw staan.

„Ja, dat was de spreuk die op een van de gevels stond van Swarthmore College, waar ik heb gestudeerd. Gek werd ik ervan, misschien wel omdat het een waarheid als een koe is. De meeste Amerikanen geloven dat het beter is om onverzekerd door het leven te gaan dan te zuchten onder de tyrannie van een verplicht ziekenkostensysteem. Eenzelfde meerderheid is van mening dat een telefoon beter is naarmate er meer apps op zitten. Maar de gelukkigste mensen die ik ken zijn juist degenen die hele keuze-universa uit hun leven hebben verbannen: door geen tv te kijken, door trouw te blijven aan hun partner, door een groot gezin te runnen, door zich gepassioneerd voor iets in te zetten.”

Gebruikten de Amerikanen hun vrijheid vroeger beter?

„Het is veelzeggend dat sommige van de beste wetten die we in Amerika hebben, op het gebied van milieu en burgerrechten, dateren uit de jaren zestig en zeventig – de tijd van president Nixon notabene. Tegenwoordig zitten we met een onregeerbaar land, bevolkt door kiezers die zich gedragen als kleine kinderen van wie het hoofd op hol is gebracht door elektronische speeltjes. Ik krijg steeds meer het gevoel dat niemand meer volwassen wil worden; we willen allemaal vijftien zijn, en het vervelende is dat juist vijftienjarigen uit alle macht vasthouden aan zogenaamde ‘persoonlijke vrijheden’. Oftewel: ze doen alleen maar hun eigen zin. Het land is sociaal-economisch in verval en we slagen er niet in om daar op een verantwoordelijke manier mee om te gaan. President Obama is een eenzame volwassene die moet opboksen tegen een roedel kinderlijke senatoren en dito kiezers.”

Gelooft u, net als een van de personages in ‘Vrijheid’, dat de droom van ongelimiteerde vrijheid al te gemakkelijk omslaat in misantropie en woede?

„Dat slaat op Walters grootvader, een geïmmigreerde Zweed met een schaduwkant. Maar je kunt niet ontkennen dat er in the home of the free nogal wat ongecontroleerde woede leeft. Vooral sinds 2004, toen de politieke partijen, en vooral de Republikeinen, de extremen zijn gaan opzoeken om het electoraat te polariseren. Daar komt bij dat het openbare leven onder invloed van het internet totaal versplinterd is. Iedereen kan zijn zegje doen, hoor je overal, en niemands mening is beter dan de andere. Maar dat betekent ook dat jouw mening niet gehoord zal worden, and that’s a recipe for rage. Tegenwoordig ben je vrij om boze dingen te schreeuwen die niemand zal horen.”

Dat klinkt pessimistisch. Valt dat te rijmen met het gelukkige slot van ‘Vrijheid’?

„Eigenlijk wil ik me daar niet over uitlaten. Ik ben schrijver, ik schep een safe haven of meaning voor de lezer. Maar over het optimistisch gehalte van het slot van mijn boek kun je van mening verschillen. Ik ben half-Zweeds, dus dat betekent dat er een flinke dosis pessimisme in mijn genen zit. Nog afgezien van het feit dat het oneerlijk is om optimistisch te zijn over de toestand in de wereld.”