Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Lekker roken in een roestbak

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, deze week een boek over oude legertrucks met een tweede leven.

Cover van het boek Frituur Zorro van Theo Barten en Maarten Swarts
Cover van het boek Frituur Zorro van Theo Barten en Maarten Swarts

Een boek kan overal beginnen. Op een dag, eind jaren zestig, reden Maarten Swarts en Theo Barten met hun auto, een Lelijk Eendje, van Waalwijk, waar ze woonden, naar België. Ze waren net afgestudeerd aan de Akademie voor Beeldende Kunsten in Breda, afdeling grafische vormgeving, en wilden een weekend naar Antwerpen. Onderweg, in Wuustwezel, zagen ze twee oude legertrucks. Ze vonden ze prachtig, die machtige wagens met die grote maten, ooit gemaakt voor het leger, daarna alweer vele jaren in burgerdienst. Ze besloten te stoppen en een paar foto’s te maken – daarna reden ze weer door. Maar toen zagen ze er al gauw weer een, die ook om een foto vroeg. En even later nog een. En nog een. En, als je met zijn tweeën goed om je heen keek, in zijstraten, achter hekken, en op achteraf-terreinen, nog een en nog een.

Zo was een verslaving geboren. Een paar jaar lang gingen Swarts en Barten ieder weekeinde op zoek naar oude Amerikaanse, Engelse en Canadese legertrucks die na de oorlog eerst een tijdlang in grote legerdumps opgeslagen waren geweest, en daarna een tweede leven waren begonnen in Zuid-Nederland en Noord-Frankrijk, maar vooral in België. Na wat verbouwingen deden ze dienst als sleepwagen, tankwagen, zandwagen, brandweerwagen of als frietkot van de firma Frituur Zorro. Je kon ze overal aantreffen, maar vooral in de buurt van garagebedrijven, houtzagerijen, bij de takel- en sleepdiensten, bij kleine aannemers, kermissen en bij autosloperijen.

Waar gaat het om? Het gaat om de schoonheid van het gevaarte. Alles is groot aan deze wagens. Grote spatborden, een grote grille, een machtige neus, hoog op de wielen, een stalen balk als bumper, een hek er nog even opgelast, een nieuwe cabine, een hijskraan erop – en nog wat extra betonblokken voor het contragewicht. Benzineslurpers, harde werkers, verweerde koppen.

Toen Barten en Swarts begonnen te fotograferen, verkeerden al deze joekels van wagens al in hun nadagen, na een kleine dertig jaar in bedrijf te zijn geweest. Ze liepen op hun laatste benen, sommige waren toen al uitgerangeerd – rond 1975 waren ze bijna allemaal verdwenen. Het is bijzonder dat Barten en Swarts zo vroeg al oog hadden voor de schoonheid van deze mastodonten. En ook bijzonder: dat zij, als echte historici, besloten dit vergeten hoofdstuk uit de oorlogsautogeschiedenis vast te leggen, vlak voordat het verdween. Nog bijzonderder: dat ze nu pas, veertig jaar later, hun honderden foto’s in een boek hebben ondergebracht, voorzien van korte toelichtingen over model, type, plaats en jaar. Dit is de wereld van Dodge, De Soto, GMC, Mack, Bedford en de Hippo. Hier gaat het om frontstuur, luchtvering, halfrups en de dubbele giek. ‘Een 10tons Mack NR 9 is hier voorzien van een grote dragline, maar dat kan de wagen best hebben.’ Je krijgt zin om weer shag te gaan roken en zo’n ouwe doorleefde roestbak op zijn spatbord te slaan en de tranen uit je ogen te vegen, zogenaamd van de wind. Er ligt veel emotie op de loer bij deze oerauto’s met hun sprekende gezichten. Barten en Swarts, bij een foto van een overleden Bedford: ‘Achtergelaten op een veld en ook nog zijn achteras geamputeerd.’ Je voelt de snik. Er zit een mooie inleiding van Henk Hofland bij het boek. Titel: ‘Ontroerend metaal’.

Theo Barten en Maarten Swarts: Frituur Zorro. Een tweede leven voor legertrucks. Narwal, 172 blz. € 35,-