Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Cultuur

Leef eens mee met de rijken

Bernhard Schlink weet als geen ander hoe verdachten de waarheid manipuleren.

In zijn boek mogen de personages daar zelf over oordelen. En de lezers.

The sun sets on the Manhattan skyline during the match of Francesca Schiavone from Italy (6) against Venus Williams of the US (3) during their US Open 2010 match at the USTA Billie Jean King National Tennis Center in New York September 7,2010. AFP PHOTO / TIMOTHY A. CLARY
The sun sets on the Manhattan skyline during the match of Francesca Schiavone from Italy (6) against Venus Williams of the US (3) during their US Open 2010 match at the USTA Billie Jean King National Tennis Center in New York September 7,2010. AFP PHOTO / TIMOTHY A. CLARY AFP

Ze wandelen langs verre stranden, ze rusten uit op rustieke terrassen en drinken sprankelende champagne. De personages in de bundel Zomerleugens van Bernhard Schlink nemen het er goed van. De wereld ligt aan hun voeten. De dames en heren oefenen droomberoepen uit. Ze zijn hoogleraar, regisseur of rechter en aan het succes gewend. Naast een villa in Duitsland bezitten ze veelal ook een optrekje in LA of NY en zo vliegen ze heen en weer, First Class uiteraard.

Deze chique lieden hebben in Schlinks verhalen één handicap: ze schrikken de minder bemiddelde lezer af. Om toch met hen te kunnen meeleven, moet die lezer zich over iets heen zetten. Hij mag geen aanstoot nemen aan de vanzelfsprekendheid waarmee zij hun privileges aanvaarden. Hun gebrek aan compassie met pechvogels mag hem niet deren. Eigenlijk moet hij zich op de mouw spelden dat rijke mensen gewone mensen zijn. Lukt je die truc eenmaal, dan kun je meegaan met hun lief en leed, dan kun je je openstellen. En je verdiepen in een type als de regisseur, de hoofdpersoon uit het verhaal ‘De nacht in Baden-Baden’. Zijn gedrag werpt de volgende vraag op: bedriegt hij zijn vriendin Anne nou wel of niet? Feit is dat hij een nacht met een ander vriendinnetje doorbrengt, juist: in Baden-Baden. Therese slaapt daar met hem in een vijfsterrenbed. Maar, excusez le mot, ze neuken niet met elkaar.

Als hij dat aan Anne vertelt, wil zij hem niet geloven. Ze dwingt hem om haar te bedriegen. Met een bekentenis. Ja, zegt hij boetvaardig, ik heb het met Therese gedaan. En hij doet het snel met Renée, een meisje uit een café.

Waarheid en leugen, liefde en haat, vreemdheid en intimiteit: daar gaat het om in deze verhalen. Om alles ertussenin. En om de omslagpunten. Zo houdt de vrouw in ‘De reis naar het zuiden’ ineens op haar kinderen lief te hebben. Vanaf dat moment moet zij haar liefde veinzen. Ze weet niet wat erger is: haar naïviteit van vroeger of haar bedrog van nu.

Schlink spreekt geen oordeel uit, zijn karakters oordelen zelf. Met behulp van gewetensvragen komen zij, naar hun idee, tot inzicht. De regisseur bijvoorbeeld vraagt zich terwijl hij op het punt van overspel staat ernstig af: ‘Was Annes innigheid hem niet te veel? Hoe mooi het ook was om met haar te slapen – moest het zo geladen zijn met gevoel en betekenis? Kon het niet lichter, speelser, lichamelijker?’ Dat deze man zich tijdens zijn eerlijk bedoelde zelfbevraging toch weer voor de gek houdt, dat is een van de geraffineerde details waarmee Schlink ons verrast.

De auteur weet als geen ander hoe verdachten de waarheid kunnen manipuleren. Dat doet hij zelf ook. Hij wekt begrip op voor zijn twijfelachtige helden door heel dicht bij hun perspectief te blijven. In ‘De vreemdeling in de nacht’ gaat hij nog een stap verder. Een zekere Werner Menzel moet voor de rechter verschijnen. Hij wil die rechter een ontlastend verhaal vertellen en probeert het alvast uit, op zijn buurman in het vliegtuig. Hij vertelt het zo goed dat niet alleen de buurman maar ook de lezer bereid is om hem te geloven.

Ja, het kan best waar zijn dat Menzels vriendin in Koeweit werd gekidnapt. Dat hij haar overal zocht. Maar dat hij haar niet kon vinden omdat zij gevangen zat, in de harem van de Koeweitse attaché. Dat zij wist te ontsnappen. En toen, bij een ontmoeting met Menzel, van het balkon viel, met fatale afloop. Zelfs kromheden als de miljoenen die hij van de attaché voor zijn vriendin kreeg of de plotse verdwijning van een getuige praat Werner Menzel recht. Ook al komt even de verdenking bij ons op dat hij zich aan vrouwenhandel en moord heeft schuldig gemaakt, toch laten wij ons door hem inpakken. Sublieme vertelkunst verslaat alle twijfels.

Waarmee ik niet wil beweren dat Zomerleugens als geheel subliem is. Maar knap geconstrueerd zijn de verhalen wel, ze hebben de allure van novelles. De slinkse wendingen, de ongehoorde gebeurtenissen en de bruutheid van de zo behoedzaam geschetste karakters: om dat alles in zo’n korte vorm samen te ballen – elk van de zeven verhalen telt maar 40 bladzijden –, is een enorme prestatie.

De even toegankelijke liefdesverhalen in Zomerleugens missen de politieke en historische dimensie die wel in ander werk aanwezig is. Ook al vliegen de geslaagde burgers uit die nieuwe bundel de hele aardbol over, wereldburgers zijn het niet. Want ze maken zich alleen druk om de broze relaties met hun naasten en niet om mondiale zaken.

Of zit er in Schlinks voorkeur voor rijken, voor mensen als hijzelf, dan een kritische noot verborgen? Wil hij stiekem zeggen: wie niet verder kijkt dan zijn eersteklas neus lang is, die vindt de waarheid nooit? De lezer heeft hierin het laatste woord.

Bernhard Schlink: Zomerleugens. Uit het Duits vertaald door Nelleke van Maaren. Cossee