Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Laat goederentreinen niet door de dorpen denderen

De spoorplannen voorzien in meer goederentreinen door Oost-Nederland. Dat wordt onacceptabel. Kies voor benutting van de Betuwelijn en vervoer over water, stelt Pieter Plug.

De spoorwegen gaan proberen om ‘spoorboekloos’ te rijden. Dat wil zeggen zes intercity’s en zes sprinters per uur op de drukste routes. Voor de reiziger lijkt dit een grote verbetering.

Wat velen niet weten is dat deze plannen leiden tot herroutering van het goederenvervoer: omvangrijke goederenstromen worden verlegd naar andere spoortrajecten, vooral in het oosten van het land. De leefbaarheid van veel dorp- en stadscentra wordt daardoor aangetast.

Met nog meer goederentreinen door steden en dorpen wordt de geluid- en trillingsoverlast al gauw onacceptabel. Tevens wordt de situatie onveiliger door de vele gelijkvloerse kruisingen en wordt de barrièrewerking groter: de spoorbomen in dorpen en steden zullen meer gesloten dan open zijn en dat alleen al vergroot de kans op ongelukken op het spoor en de spoorwegovergangen.

De toename van het goederentransport over het bestaande spoor wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het onvoldoende benutten van de Betuwelijn. De reden is dat de Betuwelijn op Duits grondgebied niet doorloopt.

Het rijk zou op Duitsland veel meer druk moeten uitoefenen om de afspraken over het maximum aantal goederentreinen dat bij Emmerich dagelijks de grens over mag, te verruimen. Nu vinden er nog geen 200 treinritten per dag over de Betuwelijn plaats, terwijl bij de aanleg rekening gehouden werd met meer dan 450 treinritten per dag. De capaciteit zit dus nu nog niet eens op de helft.

Het beperkte gebruik van de capaciteit van de Betuwelijn zorgt ervoor dat het goederentransport, over allerlei andere spoorlijnen moet rijden, dwars door dorpen en steden en vaak ook nog ten koste van het personenvervoer daar ter plaatse.

Het ziet er helaas naar uit dat hierin niet snel verbetering wordt gebracht, omdat de aanleg van extra spoorcapaciteit (de derde spoorbaar Emmerich-Oberhausen net over de Nederlands-Duitse grens) ook nog veel hinder zal geven op het Nederlandse deel van de Betuwelijn.

De overlast die nu ontstaat komt daarmee wel heel erg op het bordje van Oost-Nederland te liggen. En dan wil men ook nog die goederentreinen in de nachtelijke uren laten rijden.

Daarom is het veel beter als Nederland inzet op optimalisatie van de Betuwelijn en op een goede doorstroming in het Duitse deel. Gebruik van goederentransport over de bestaande spoorlijnen in Oost-Nederland moet tot een minimum beperkt worden.

Daarnaast is er nog een veel beter alternatief dat verder onderzocht moet worden: goederentransport over water. Te veel goederenvervoer gaat nog over de weg en spoor. In de rivieren is nog ruimte genoeg. Bovendien is de Rijnvaart stil en relatief veilig met grote afstanden tot bevolkingscentra. De binnenvaart is er niet alleen voor het bulktransport, maar doet ook goed mee met het containertransport.

Nederland moet het probleem van het goederenvervoer met de Europese eindbestemming niet oplossen met de bestaande spoorlijnen in het oosten van het land, maar inzetten op goederenvervoer over water. En los het probleem van de Betuwelijn op waar het bestaat: in Duitsland.

Pieter Plug is fractievoorzitter van de Gelderse ChristenUnie Statenfractie.