Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Jury oordeelt niet slechter dan rechter

Het dedain waarmee velen neerkijken op jury’s in de rechtbank is onterecht. Ook beroepsrechters maken fouten. Een jury vergroot betrokkenheid van burgers, stelt Chrisje Brants.

Het ‘schuldig’ van de Belgische jury in de parachutemoordzaak is koren op de molen van de tegenstanders van juryrechtspraak. Hier wordt een vrouw zonder materieel bewijs veroordeeld, maar op basis van circumstantial evidence: haar kennelijke aanwezigheid en veronderstelde motief, haar geschriften, de psychiatrische rapporten, haar vermeende karakter. Ze maakte bovendien geen sympathieke indruk in de rechtszaal.

Volgens Peter van Koppen (Opiniepagina 21 oktober) was dat, samen met het geslepen optreden van de advocaten en de opgewonden berichtgeving, genoeg om twaalf burgers te bewegen haar tot dertig jaar te veroordelen.

Maar is dit het gevolg van juryrechtspraak? Als ik het wel heb smolten ook in de zaak Lucia de B. de wettige bewijsmiddelen bij nader inzien als sneeuw als voor de zon. Maar niet dan nadat verschillende colleges van beroepsrechters onterechte veroordelingen hadden uitgesproken. Ook die waren, vergezeld van hitsige mediaberichten, op weinig meer dan interpretaties, roddel en achterklap gebaseerd. En op politieonderzoek dat op één verdachte was gefocust.

Jury’s en beroepsrechters kunnen beiden fouten maken. In Nederland en België zijn ze afhankelijk van gegevens die politie en Openbaar Ministerie aanleveren. Als die door tunnelvisie zijn gekleurd zet de eerste scheve voorstelling van zaken zich door het hele proces voort. Maar bedenk wel dat beroepsrechters, ook de Belgische voorzitter van het Assisenhof, geacht worden ter zitting actief op zoek naar de waarheid te gaan. Als er al iemand in de zaak Clottemans zijn werk niet goed heeft gedaan, dan eerder de professionele rechter dan de jury.

Toch leeft in Nederland hardnekkig de mening dat professionele rechters verstandige oordelen vellen en de jury maar wat doet. Ook Van Koppen suggereert dat jury’s uit eenvoudige, net niet ongeletterde van de straat geplukte lieden bestaan, die informatie niet kunnen verwerken, zich door de media laten beïnvloeden en na een onbekend groepsproces een mogelijk irrationele meerderheidsbeslissing nemen.

Er is allemaal wat van waar, maar ook dat het meeste eveneens opgaat voor beroepsrechtspraak. Onderzoek wijst erop dat ook in de raadskamer groepsprocessen bestaan en wel ten nadele van afwijkende stemmen en nieuwe inzichten. Zeker is dat beroepsrechters juridisch geschoold zijn, maar het nadeel in zich bergen dat zij zich achter juridische regels verschuilen en het gezonde verstand laten varen. Het Nederlandse bewijsstelsel laat te gemakkelijk toe dat bewijs bij elkaar wordt geschraapt als een idee zich in het hoofd van de rechters heeft gevestigd.

Uit niets blijkt dat juryrechtspraak per definitie slechter is. Onderzoek naar jury’s laat zien dat de jury wordt ervaren als een mogelijkheid tot democratische participatie, dat zij vertrouwen in de rechtspraak bevordert en als een recht wordt beschouwd, maar ook plichten meebrengt. Juryleden nemen hun taak dan ook serieus, beslissen doorgaans zorgvuldig op basis van bewijs en hebben het niet vaker dan beroepsrechters bij het verkeerde eind.

Nederland kent als vrijwel enige land in Europa uitsluitend beroepsrechtspraak. Hier gruwt de juridische stand ervan dat het volk zich met rechtspraak zou inlaten. De gewone man met zijn emoties moet uit de rechtbank geweerd worden.

Toch zijn in Nederland, nu alom ongefundeerde, emotionele en soms onverantwoordelijke meningen van gewone mensen klinken over wat rechters verkeerd doen, de voordelen van juryrechtspraak te overwegen. Wie het democratische recht om als burger in de rechtspraak te participeren claimt, heeft dan niet alleen de bijbehorende plichten, maar zal spoedig ook weten dat rechtspreken heel zwaar mensenwerk is.

Prof dr. C.H. Brants is verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.