Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Milieu en natuur

Iedere dag verdwijnen diersoorten

Overal waar de mens zich laat zien, sterven diersoorten uit.

Ecologen zijn het er over eens: het is wachten op het grootschalig uitsterven van dieren.

Welke diersoort sterft nu als eerste uit? Niet de zwart-witte aap Cercopithecus dryas uit Congo waarvan er nog maar tweehonderd zijn. Niet de Beierse woelmuis die nog maar op één berg in Oostenrijk leeft. Nee, het is ongetwijfeld een kever in het tropische binnenland van Ecuador. Want daar leeft een nog naamloze kever die alleen de bladeren eet van één zeldzame boomsoort. Deze ochtend zal waarschijnlijk de laatste rest van zijn bos worden gekapt en dan bestaat deze kever niet meer.

Ecuador is het land op aarde met – voor zover bekend – de meeste bedreigde soorten. Het is ook het land in Zuid-Amerika waar het snelst bos verdwijnt. En wereldwijd verdwijnen er vooral heel veel insectensoorten. Er zijn er naar schatting vijf miljoen, de helft van alle soorten op aarde (en de meeste insecten zijn kevers). Dat er nu elke dag twee insectensoorten uitsterven is de voorzichtige raming.

En verder? Wanneer begint het grootschalige uitsterven van grotere beesten en hele boomsoorten? Daarover gaat het dezer dagen in het Japanse Nagoya en het is een vraag waar ecologen al decennia mee worstelen. Bioloog E.O. Wilson voorspelde in zijn invloedrijke The diversity of life (1992) dat in 2022 één op de vijf soorten op aarde zou zijn verdwenen. Maar met nog twaalf jaar te gaan zijn soorten ook op de meest bedreigde koraalriffen of bossen opvallend weerbarstig. Vaak met weinig exemplaren per soort, maar ze zijn er nog wel.

Dit is geen reden voor optimisme, benadrukken biologen. De grote klap moet nog komen, maar de crisis is een feit. Zelfs de felle Deense milieuscepticus Bjørn Lomborg schreef dat het verlies van soorten een ‘probleem’ is, in zijn boek The skeptical environmentalist (2001).

De verarming van de natuur door de mens was tienduizenden jaren geleden al ingrijpend. In Noord- en Zuid-Amerika en in Australië verdween het merendeel van de grote zoogdieren met de komst van de mens. Een procent of 70, 80. Exit reuzenluiaard, onder andere. In Nieuw-Zeeland stierf duizend jaar geleden de helft van de vogels uit toen de Maori’s voet aan land zetten, zoals alle twaalf soorten moa. Monumentale vogels, sommige drieënhalve meter hoog, maar ze konden niet vliegen. De archipel van Hawaii verloor vijftig vogelsoorten na de kolonisatie door mensen.

De meeste soorten die nu al zijn uitgestorven, leefden op eilanden en dat is niet toevallig. Wordt 90 procent van het leefgebied op een eiland vernietigd, dan is de helft van de soorten ten dode opgeschreven. Ze kunnen nergens meer naartoe. Wilson paste die ‘eilandregel’ toe op het tempo waarmee regenwouden worden gekapt en zag daarom een zeer pessimistische toekomst. Soorten zouden binnen een paar decennia bij bosjes verdwijnen.

Die voorspelling is niet uitgekomen. En dat was ook wel te voorzien. Van de 5.490 zoogdieren zijn er in 400 jaar 71 verdwenen. Dat is heel veel, van nature zouden er maar een paar zoogdieren zijn verdwenen, zo hebben biologen berekend. In het onnatuurlijk hoge tempo, en zelfs als het uitsterven nóg sneller gaat, zal 99 procent van de soorten over vijftig jaar toch nog bestaan. Als er niks gebeurt voor 2020, wanneer de eerste doelen voor Nagoya moeten zijn gehaald, zullen duizenden soorten zijn verdwenen. Dat zijn vooral kevers en ander klein grut. Ook is de wereld dan enkele tientallen kikkers, vogels en harige dieren armer.

Die soorten zijn nu al gedecimeerd. Eén op de dertien kikkers en salamanders is ‘ernstig bedreigd’. Van de zoogdieren neemt 30 procent van de soorten in aantal af, zoals de orang-oetan. Slechts 1,5 procent wordt juist talrijker, denk aan het sikahert of de Groenlandse walvis. Een kwart is stabiel en bijna de helft is de toestand onbekend, zoals van de marmotachtige dwerghutia die al zeventig jaar niet meer gezien is op Cuba.

Vernietiging van leefgebied is de belangrijkste oorzaak voor de crisis. Veel natuurgebieden die ooit uitgestrekt waren, zijn inmiddels eilandjes in een mensenwereld geworden.

En net als ooit op Hawaï kan het dan ineens snel gaan. Biologen wezen in 2005 bijna 600 zeer kwetsbare leefgebieden aan, met 794 bedreigde soorten. Ze liggen vooral in de tropen van Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië, op bergruggen en op eilanden. Bijna de helft van de leefgebieden kende op het moment van schrijven niet of nauwelijks bescherming. Dat er soorten uitsterven, kan er ‘spoedig’ het geval zijn.

Hoe spoedig dat is, meldden zij niet. Misschien duurt het nog honderd jaar.

De wetenschappelijke natuurorganisatie IUCN verzamelt gegevens van alle bedreigde soorten op iucnredlist.org