Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Cultuur

Hippie-rapper en blije tatta

Rapper Diggy Dex (30) is succesvol met zijn zonnige en optimistische raps.

Maar die leveren hem ook kritiek op. „Alsof je boos hoort te zijn in hiphop…”

Nederland, Amsterdam, 06-10-2010. Portret van Nederlandse rapper/producent Diggy Dex (Koen Jansen) in Studio K. Foto: Andreas Terlaak
Nederland, Amsterdam, 06-10-2010. Portret van Nederlandse rapper/producent Diggy Dex (Koen Jansen) in Studio K. Foto: Andreas Terlaak

„Ik ben blij dat ik leef”, zegt de rapper. „Blij dat ik adem. Blij dat ik stap op een stage hier vanavond; je zou er bijna te blij van worden en laat dat nou precies de bedoeling zijn tijdens mijn performance…”

De rapper, hij is blij. Bijvoorbeeld op ‘Lange nachten, korte dagen’ van zijn gelijknamige derde soloalbum, waarin hij op een ontspannen staccato muziekje vertelt hoe gelukkig hij is: ‘Mijn poten in de klei hier, ogen op de hemel; geen wolk aan de lucht, eigen koning op mijn label.’

Maar ook op de meeste andere nummers van dat album. Hij is blij op het zomerse ‘Slaap lekker (Fantastig toch)’ met Eva de Roovere waarmee hij vorig jaar bovenaan de hitlijst stond, een lied met een vrolijke cadans en een gezellig scattend ‘papadapapa’-refrein. En hij zingt op zijn album over geluk, zijn nieuwe kind, een dansfeestje, de zon en zijn voorspoedig verlopende carrière.

„Veel mensen zeggen: het is mij te blij”, zegt rapper Koen ‘Diggy Dex’ Jansen (30) over zijn muziek, in Studio K in Amsterdam, vlak voordat hij er een luistersessie houdt voor vrienden, familie en pers, met bier en garnalenkroketten. „Maar wat is daar mis mee? Ik zie veel blije mensen die in hun muziek ineens boos doen en kankeren. Dat is een pose; alsof je boos hoort te zijn in hiphop…”

De blije rapper valt op. Diggy Dex speelde er eerder mee in zijn muziek, zoals op het nummer ‘Ideale schoonzoon’ op zijn vorige album, of het rappende studentje dat hij uitlacht op zijn debuut, tot hij erachter komt dat hij het zelf is. Hij valt buiten het plaatje dat mensen, zowel binnen als buiten de hiphopscene, hebben van rappers.

„Je hebt fans die over mij zeggen: hij is een gare tatta (straattaal voor Hollander); hij is blank, blond en nep”, zegt Diggy Dex. „Je hebt ook mannetjes van 15 in een gehucht in Overijssel die niet naar Hef luisteren maar naar mij ‘want Diggy Dex is tenminste normaal’. Het is voor mij als artiest een sterk en een zwak punt.”

Regelmatig komen mensen naar hem toe die hem complimenteren, vertelt de in Amersfoort opgegroeide rapper. „Mensen van buiten die zeggen: je bent zo lekker toegankelijk en je rapt niet over bitches en geweld. Ik vind dat geen compliment maar het is wat aan mij opvalt: ik zie er niet uit als een rapper en ik rap geen scheldwoorden.”

Van Public Enemy naar ‘wat is er mis met blij zijn’, het lijkt een grote stap. Maar in de jaren tachtig had je naast de revolutionaire raps van Public Enemy, ook de zoete wereldhit ‘I need love’ van LL Cool J, benadrukt Diggy Dex. „LL Cool J werd door een deel uitgekotst maar kreeg ook love. Ik verloochen de oorsprong van hiphop niet maar het is vertakt. Misschien dat ik over een paar jaar met andere SP-rappers een links verbond sluit maar ik voel die behoefte nu niet.”

Hij wil creëren, creatief bezig zijn met taal, klank en rijm. Hij begon als rapper in de Amersfoortse formatie DAC, waarvan de leden experimenteerden met binnenrijm, dubbelrijm en metaforen en elkaar nacht na nacht uitdaagden. Het is goed te horen dat hij als rapper scherp werd gehouden door talentvolle collega’s; hij heeft een stevige, afgewogen en dwingende stijl van rappen.

Diggy Dex krijgt kritiek van mensen die hem in DAC waardeerden en nu het gevoel hebben dat hij muzikaal water bij de wijn heeft gedaan. Zijn beats zijn minder rauw, zijn muziek is zonniger geworden „Ja, je kunt het hippop noemen”, zegt hij. „Mensen twitteren me dat ze het jammer vinden dat ik niet doe wat ik leuk vind. Maar wat maakt het uit of ik drie keer zestien regels rap op een harde hiphopbeat of op pop, ska of reggaemuziek? Ik ben een hippie-rapper: doe wat je tof vindt; al sta je in je roze onderbroek en maak je hiphouse.”

Belangrijker is dat rappers wat meer hun best gaan doen op hun teksten, vindt Diggy Dex. In zijn muziek klinkt de Nederpop van de jaren tachtig door; Doe Maar en Toontje Lager. Ook oude cabaretiers als Wim Kan en Wim Sonneveld inspireren hem. En rapveteranen als Def P „die ik fokking hard vond op mijn vijftiende” en Extince „die een hele generatie verhalen leerde vertellen; je zag alles voor je wat hij rapte. Dat zie je niet meer zoveel. Rap komt nu te vaak neer op alleen maar rappen wat je op dat moment denkt: ik zit in een bus en ik ping op mijn BlackBerry…”

Een van zijn sterkste nummers is ‘Dezelfde spijt’ waarin Diggy Dex bij een sample van Edith Piafs ‘Non je ne regrette rien’ de twijfels en keuzeproblemen van zijn generatie vertolkt; hij nam voor zijn nieuwe album een versie op waarin zangeres Jenny Lane de zang van Piaf overneemt en brengt die binnenkort als single uit.

In zijn toekomst schrijft de rapper wellicht voor Kinderen voor Kinderen. En voor andere popartiesten. Maar hij verwacht in elk geval te blijven rappen.

Het geluksgevoel dat hij heeft wanneer hij in de studio van enthousiasme begint te springen bij het nummer dat hij net heeft opgenomen, is hem te dierbaar. Diggy Dex: „Ik vind dat ik de tofste baan van de wereld heb. En, trouwens, Extince en Def P. rappen ook nog steeds.”

Het album Lange Nachten, Korte Dagen verschijnt vandaag. De officiële albumpresentatie is 27 oktober in De Melkweg in Amsterdam.