Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Geef ons een groot streven

Judoka's. Foto Reuters Michael Greiter (blue) of Austria competes against Eldin Omerovic of Bosnia and Herzegovina during their men's 81kg judo round one preliminary match at the Singapore 2010 Youth Olympic Games (YOG) in Singapore August 22, 2010. REUTERS/Issei Kato (SINGAPORE - Tags: SPORT OLYMPICS JUDO)
Judoka's. Foto Reuters Michael Greiter (blue) of Austria competes against Eldin Omerovic of Bosnia and Herzegovina during their men's 81kg judo round one preliminary match at the Singapore 2010 Youth Olympic Games (YOG) in Singapore August 22, 2010. REUTERS/Issei Kato (SINGAPORE - Tags: SPORT OLYMPICS JUDO) REUTERS

Peter Buwalda: Bonita Avenue. De Bezige Bij, 534 blz. € 19,90

Op de mat ben ik een rekenmachine, zei topjudoka Wim Ruska ooit en die uitspraak is een deel van de twee motto’s die Peter Buwalda (1971) meegaf aan zijn debuutroman Bonita Avenue. Het verwijst bovendien naar het belangrijkste personage uit die roman: Siem Sigerius is een talentvol judoka tot zijn been verbrijzeld wordt bij een verkeersongeval. Terwijl zijn been nog in het gips zit, komt zijn andere grote talent tot uitdrukking, waarbij Ruska’s rekenmachine een understatement is. Sigerius blijkt een natuurtalent in de wiskunde. In één vloeiende lijn legt hij de weg van olympiade-opgaven naar de Fields-medaille af, wordt hij rector magnificus van de Twentse universiteit en zelfs even minister van Onderwijs.

In het beginhoofdstuk leert de lezer Sigerius kennen door de ogen van Aaron Bever, de vriend van zijn dochter Joni. Deze jonge fotograaf sluit vriendschap met de door hem verafgode Sigerius – ze judoën samen –, maar houdt er met Joni een geheime onderneming op na. Die zal in de loop van de roman leiden tot de ondergang van de meeste betrokkenen, maar dat is niet de enige verhaallijn. Bonita Avenue is het soort roman dat met een lange lijst thema’s beschreven kan worden: van ouderschap tot waanzin, van porno tot sudoku, van judo tot jazz en dit alles tegen de achtergrond van de Enschedese vuurwerkramp en de (internationale) academische wereld.

Vakmanschap

Het merkwaardige is dat zo’n opsomming Bonita Avenue tegelijkertijd wél en geen recht doet. Er wordt bijvoorbeeld tekortgedaan aan het verbijsterende vakmanschap van Peter Buwalda. Niet alleen heeft deze debutant zijn talloze verhaallijnen 500 bladzijden lang stevig in de hand gehouden, hij heeft ook oog voor de details die een portret verdiepen. Sterk is het moment waarop Sigerius voor het eerst een Sudoku-spelletje onder ogen krijgt, dat dan nog ‘Number Place’ heet. De wiskundige is niet gegrepen door de vraag hoe je het raadsel oplost, maar hoeveel cijfers er vooraf gegeven moeten zijn om de sudoku op te kunnen lossen – een fraaie verheldering van het verschil tussen rekenen en wiskunde. Iets vergelijkbaars uit het judoleven van Sigerius: tegen het eind van de roman komt het tot een worsteling op het moment dat de ex-judoka poedelnaakt is. Dat voelt kwetsbaar, maar Buwalda signaleert ook het voordeel van blootjudo: je bent lastig écht vast te grijpen.

Overigens is het vakmanschap van Buwalda ook weer niet zo heel vreemd. Deze debutant komt niet uit de lucht vallen: hij schreef al veel voor literaire tijdschriften en werkte als journalist en als redacteur voor een uitgeverij.

Duistere zijde

Op een andere manier doet een opsomming als hierboven gegeven de roman wel recht, want hoe knap Buwalda de verschillende thema’s ook vervlecht, nergens komen ze écht samen. Het wordt niet duidelijk wat de schrijver met deze roman nu precies heeft willen uitdrukken. Misschien dat ieder mens een duistere zijde heeft, misschien dat schaamte kan maken dat je jezelf in de hoek schildert, misschien dat gekte bij iedereen op de loer ligt. Wat de personages in Bonita Avenue missen is een groot streven – door Thomas Rosenboom vaak aangevoerd als noodzakelijk ingrediënt van een grote roman.

Daardoor krijgt het boek in de loop van de vertelling iets ongerichts, doen te veel mensen gekke dingen, wordt er ook iets te veel naakt rondgerend. Spannend is het boek tot het eind, maar spanning wordt in het laatste deel ook het hoofdkenmerk van de roman en dat is een tikje mager.

Er is dus nog best het een en ander aan te merken op Buwalda’s debuut, maar dat geldt voor het gros van de romans die jaarlijks het licht zien in Nederland – in die rijen vindt Bonita Avenue met speels gemak zijn plaats.