Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

'Foute antwoorden bestaan niet'

Apichatpong Weerasethakul. Foto Floren van Olden Amsterdam 3-9-2010 Regisseur en winnaar van de Gouden palm in Cannes, Apichatpong Weerasethakul in het College Hotel in Amsterdam. Foto Floren van Olden
Apichatpong Weerasethakul. Foto Floren van Olden Amsterdam 3-9-2010 Regisseur en winnaar van de Gouden palm in Cannes, Apichatpong Weerasethakul in het College Hotel in Amsterdam. Foto Floren van Olden

Je zou kunnen denken dat hij een kussen of een bijzettafeltje is, zo bescheiden, zo rustig is de aanwezigheid van regisseur Apichatpong Weerasethakul in de lobby van het College hotel in Amsterdam. Hij praat zoals hij zit, bescheiden en rustig, zacht. Veel zegt hij niet. Vaak zijn mijn vragen langer dan zijn antwoorden.

Hoeveel reïncarnaties zien we in de film?

„Dat mag u zelf weten. U hoeft niet te rekenen. Foute antwoorden bestaan niet. Deze film is het tegenovergestelde van een Hollywoodfilm als Inception. De film is in eerste instantie gebaseerd op een boek van een monnik over mensen die zich hun vorige levens kunnen herinneren. Daar was een man bij die tijdens meditaties zijn vorige levens als een film zag afspelen. Van dat boek ben ik steeds verder afgeraakt.”

Vraagt men zich in Thailand niet af om hoeveel reïncarnaties het gaat?

„In Thailand is het idee van reïncarnatie veel gewoner en vloeiender. Geesten zijn ook een alledaagse aanwezigheid. Niet als wezens, maar als een gevoel.”

Komt er een aapgeest voor in de Thaise folklore? En zo ja, heeft die rode ogen en lijkt hij op een man in een kostuum uit de feestwinkel?

„De aap komt uit mijn eigen herinnering. Op de basisschool zat er een jongetje bij mij in de klas die zei dat hij een groot zwart wezen met rode ogen tegen het plafond zag zweven. Dat heb ik altijd onthouden. Uncle Boonmee is eigenlijk gemaakt vanuit het perspectief van een kind dat zich over van alles verwondert en tegelijkertijd voor kennisgeving aanneemt.”

Bent u dat kind?

„Ja. Mijn films zijn altijd heel persoonlijk, maar dat doet er verder niet zo toe. Iedereen mag ze interpreteren zoals hij wil. De film is voor mij bijvoorbeeld een hommage aan de films die ik in mijn jeugd zag.”

Ging u vaak naar de bioscoop?

„Ja. Het was zo’n oude bioscoop als je ziet in Goodbye Dragon Inn van Tsai Mingliang. Een magische, rustige omgeving. Je kon je daar opeens bewust worden van het feit dat je leefde, dat je ademde. In en uit. In en uit. Ik herinner me dat ik twee keer op een dag naar The Deer Hunter ben gegaan. Toen heeft mijn moeder me geslagen. Dat vond ze overdreven.”

U zag dus vooral Amerikaanse films?

„Films uit Hollywood maar ook Chinese vechtfilms en Thaise films. De Thaise filmindustrie was toen nog erg arm en Thaise films hadden een bepaalde onschuld. Ze speelden vaak Amerikaanse films na. Als ze een pistool nodig hadden als rekwisiet dan schilderden ze een duim en wijsvinger zwart. Uncle Boonmee is een hommage aan die films, daarom praten de mensen bijvoorbeeld zo langzaam en nadrukkelijk. Op de Thaise televisie waren altijd verhalen te zien vol sprekende dieren, prinsen en prinsessen. Daar heb ik ook mijn versie van gemaakt.”

Oom Boonmee is ziek. Op een gegeven moment vraagt hij zich af of die ziekte een straf is voor het feit dat hij mensen heeft gedood. En muggen.

„De film speelt zich af in het arme noordoosten van Thailand, waar ik ben opgegroeid. Het is in de buurt van de stad Nabua aan de rivier de Mekong, de grens tussen Thailand en Laos. Er zaten daar in de jaren zestig veel communisten, van wie er veel door de Thaise overheid zijn vermoord met lokale hulp. Dat is waar oom Boonmee op doelt. En die muggen, ja, dat is een boeddhistische gedachte. Maar je had daar in de jaren zestig ook een monnik die zei dat communisten doden geen zonde is.”

Gelooft u in reïncarnatie?

„Ik sluit het niet uit. In de film is reïncarnatie eigenlijk een ander woord voor herinneren. Je zou kunnen zeggen dat Boonmee zich niet alleen zijn eigen leven herinnert, maar ook de films die hij heeft gezien en de fabels die hij heeft gehoord.”