Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Politiek

Duits rechts-populisme zal, nu ja, Duitser zijn

Het multiculturalisme is mislukt in Duitsland, zegt bondskanselier Merkel.

Even twee keer nadenken voor we ze zelfgenoegzaam vertellen hoe het verder moet.

Er ontbreekt iets in mijn wijk Kreuzberg in Berlijn. Wie goed kijkt in de door migranten, jonge toeristen en biologisch etende middenklassefamilies bevolkte straten, ziet dat er kinderen missen. Niet alle kinderen. De speeltuinen zitten op zonnige dagen vol met blanke peuters. Op de trapveldjes voetballen allochtone jongens, sommigen in het shirt van de Duits-Turkse WK-ster Mesut Özil. Maar hun autochtone leeftijdsgenoten wonen hier niet meer. Zodra ze de schoolgaande leeftijd hebben bereikt, verhuist het hele gezin naar de rand van de stad. Vanwege de zwarte scholen. Het linkse Kreuzberg is, alle goede wil ten spijt, opgedeeld in twee werelden. „Veel mensen hier denken al dat ze goed bezig zijn omdat ze hun Turkse bakker bij de voornaam kennen”, constateerde de in Kreuzberg wonende zangeres van de band Wir sind Helden treffend.

Het is eenzelfde ‘witte vlucht’ die in Nederland al in de jaren tachtig en negentig de opkomst van Pim Fortuyn aankondigde. Ook in Duitsland lijkt het een voorbode te zijn. Eén van de laatste rechts-populismeloze bastions in Europa wordt momenteel in hoog tempo beslecht. Het sinds enkele maanden woedende integratiedebat is begonnen met het boek Deutschland schafft sich ab van bankier Thilo Sarrazin, een meedogenloze analyse van het Duitse immigratiebeleid. En onlangs stelde ook bondskanselier Merkel vast dat het multiculturalisme is mislukt.

Dat heeft veel weg van een inhaalslag. „Nu zien ze ook in Duitsland dat multiculti niet kan functioneren”, beschrijft de Süddeutsche Zeitung de mengeling van begrip en zelfgenoegzaamheid waarmee buurlanden het debat volgen. In de commentaren van de grote Nederlandse kranten werd afgelopen week inderdaad het stereotiepe beeld herhaald van Duitsland als een hypercorrect land dat ‘te lang mooi weer gespeeld’ heeft. Als vanouds wandelt Duitsland met enkele jaren vertraging achter gidsland Nederland aan, is het idee. Eerst bewonderden de Duitsers ons om onze tolerantie, nu om onze intolerantie.

Maar zo simpel ligt het niet.

De kritiek op de achterblijvende integratie is namelijk niet nieuw in Duitsland. Talloze debatten zijn al gevoerd over de omgang met nieuwkomers. En die worden zeker niet met fluwelen handschoenen aangepakt. Over homofobe of antisemitische moslims wordt, anders dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, niet moeilijk gedaan: voor een harde aanpak van de fundamentalistische islam bestaat van links tot rechts brede politieke steun. Zelfs een in Nederland volkomen legale conservatieve moslimorganisatie als Milli Görüs wordt in Duitsland nauwlettend gevolgd door justitie en geheime diensten.

Het grootste verschil met Nederland is dat in Duitsland nog geen Wilders is opgestaan die electorale munt weet te slaan uit de angst voor islamisering. Ook dat heeft weinig met politieke correctheid te maken. Uit peilingen bleek eerder dat ten minste één op de vijf Duitsers zich kan voorstellen op een ‘Sarrazin-partij’ te stemmen. Zelfs voor traditioneel extreem-rechts blijft een kiezerspotentieel. In een deze maand verschenen studie wenst 10 procent van de ondervraagden een Führer die het land met harde hand regeert. Anders dan in Nederland sijpelen zulke politieke trends echter moeilijk door. Dat komt door de hoge kiesdrempel, maar ook door de omvang van Duitsland. In het kleine, compacte Nederland kunnen politieke wendingen zich razendsnel voltrekken. In een groot land als Duitsland met zijn vele bestuurslagen duurt dat wat langer.

Het Duitse integratiedebat is kortom geen herhaling van het Nederlandse. Hetzelfde zal gelden voor een eventuele Duitse Wilders. Want afgezien van de gedeelde afkeer van de islam, blijken rechts-populistische partijen er in elk land een eigen programma op na te houden. In het liberale Nederland maakt Wilders zichzelf populair door te hameren op de rechten van vrouwen en homoseksuelen. In Denemarken en de Scandinavische landen staat het behoud van de welvaartsstaat centraal. De Amerikaanse Tea Party-beweging ziet in beide verworvenheden juist het absolute Kwaad.

De vraag is wat er op dit moment bij onze Oosterburen ontstaat. In de discussies tot nu toe domineert de angst dat Duitsland een vergrijzend, improductief, arm land wordt dat de concurrentiestrijd met de nieuwe Aziatische machten verliest. Daarbij wordt opvallend veel nadruk gelegd op demografie en zelfs genetica. Een Duits rechts-populisme zal kortom, nou ja, Duitser zijn.

Natuurlijk praat ook Wilders in dreigende woorden over de gevolgen van de komst van miljoenen moslimmigranten naar Europa. Maar een denker als Sarrazin gaat verder in zijn bevolkingspolitiek. Hij stelt zich op als een controller in dienst van de BV Duitsland. Met zijn rekenmachinetje loopt hij langs de mensenvoorraad. Hij registreert hoeveel meneer A kost, en hoeveel mevrouw B oplevert. En hij doet voorstellen om het nettoresultaat te verbeteren. Sarrazin pleit voor selectievere migratie. Dus geen moslims meer, want die zijn volgens hem cultureel en genetisch dommer. Maar Sarrazin wil ook financiële prikkels voor hoogopgeleiden om kinderen te krijgen en voor de onderklasse om dat in de toekomst te laten.

Eerder stelde hij het nog driester. De 8 tot 10 procent van de Duitse bevolking „die in economisch opzicht niet van nut is” moet zichzelf volgens Sarrazin „uitgroeien”. Salonfascisme? In een landelijke krant werd Sarrazin, tegen de wil van de partijleiding in nog steeds SPD-lid, juist op één lijn gezet met vooroorlogse sociaal-democraten en hun voorliefde voor eugenetica. Sarrazin, aldus de auteur, is geen wereldverbeteraar zoals zijn huidige partijgenoten. Hij is een mensenverbeteraar.

Hoe het ook zij, Nederlanders doen er goed aan twee keer na te denken voordat ze Duitsland zelfgenoegzaam de eigen multicultitherapie aanbevelen. Gezien de twijfelachtige resultaten in Nederland zullen de scholen in mijn Kreuzberg er niet beter op worden, laat staan gemengder. Maar met een Duitse Wilders zal het rechts-populisme wél een nieuwe, onvoorspelbare dynamiek krijgen. Het is zeer de vraag of de patiënt na afloop een prettiger buurman is.

Koen Haegens is politicoloog en redacteur van De Groene Amsterdammer. Hij woont in Berlijn.